30
DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
III. HOOFDSTUK.
TDes Schryvers vertrek Judia , de rivier Meinam benedenwaardsvaf naar de Haave , en van daar naar Japan.
De Schry- P den vierden July 1690. tegen
ver zakt de \jF den avond, ging ik met den Ka-Meinamaf, pitein van ’t Schip en andere van
’t geselschap in een boot, om de rivierMeinam aftezakken naar het Schip , dattwee dagreyzens van hier op ’t ankerlag. Vier mylen ontrent van den mondder rivier twee uuren weegs gevordertzynde quamen wy aan de beroemdeTempel Banibyn , door de vreemden ge-Bznihyn noemt den Coude Pagod. Yder jaar, alseen Pagod, ’t water op zyn hoogit is gaat de Ko-ning met een groote staatsie derwaardsen een overgroot gevolg , om zynGodtsdienstigheid te verrichten, en aande Priesters te offeren, ’t Gemeene volknoemt deze plechtigheid Kimam , datis te zeggen, ’t ihyden of klieven van ’twater, van eene missel yke overlevering,die zy hebben, dat de Koning by diegelegentheid het water met een messnydt, om het te doen zakken. Moge-lyk is deze gewoonte in oude tyden ge-weest, maar nu is er by deze plechtig-heid niets buyten gemeens, behalven depracht van den omgang,die te water ge-schied.
Op den vyfden vorderden wy weinig,wegens den tegenwind, waar door ikveel gelegentheid had om aan land tegaan, cn kruyden te zoeken, welke ikdaar vond.
’s Morgens op den zesden July qua-Bankük. men wy te Bankok, zynde by nacht nietveel gevordert, van wegen de moeye-lykheden die ons in den weg waren,biet oude Kasteel, dat op een Eylandlegt, vonden wy in goeden staat; maarhet nieuwe , door de Franschen op ’toosterstrand gebouwt, was ten eenemaalgeslecht. Voor dén avond quamen wyaan dcHollandfche wooning en pakhuysAmikr- jïnijhrdam genaamt, ’t welk alleenlykdam. ivvee mylen van zee legt. Het is op demanier van ’t land gebouwt op Bamboespaaien. De voorraadt van herten enbuffels huyden word op zolders bewaart jRood hout. maar het rood hout om te verwen, Faanggenoemt, of gelyk de Japoneescrs zeg.gen Pfiampm , legt op een ope plaats ,tot dat 'er schepen komen en het inne-
men , ’t welk jaarlyks gebeurt, en ’tgrootste gedeelte daar van word naar Ja-pan gevoelt. Het komt uyt het landCoy of Rui den Koning van Stam toebe-hoorende, en ook eemg van Bambilifoiop de Kusten van Cambodia gelegen , envan Bimen gelyk de Hollanders het noe-men , ’t welk tuffehen Bali en Timor legt.
Dit hout met wat kalk en water gewre-ven, geeft de schoonste violet kleur, diemen wenfehen kan. Men zegt dat ditmengsel sommige puysten van de huydgeneest. De Gouverneur van deze plaatswas een Korporaal, een Zweed van ge-boorte, Core genaamt. Ik vond hem be-droeft , over ’t verlies van een tammeSun Kat , welke hy dien dag wederomvondt, doch in den buyk van een slang,welken hy gedoodt had, en die, gelykhy klaagde, hem veele zyner hoenderenontstoolen had, hebbende altyd daar opgeloeit in de hoeken onder de huysen.
Wy hadden een voorval met een andersoort van een dief, díe by nacht onder’t huys was geraakt, waar in zeven on-zer reysgezellen zaamen sliepen Hy hadeen pand van een kamisool aangepakt,dat door een scheur van de vloer hing,welke gemaakt was van geiplete Bam-boes , cn hy trok het met zo veel geweld,dat een van ons ontwaakte, die denken-de dat 'er een dief was die het vast hield,zyne slaapende medgezellen om hulpriep. Terwyl zy aan beyde zyden evensterk trokken, wie het hebben zoude,schoot Core, die uyt ondervinding, aan-stonds docht, dat het eenTygerwas,een snaphaan af, en joeg hem dusvan schrik weg. ,,
Me Nam , of Meinam betekent ín dc hsY.,Siamsche taal, de moeder der vochtigheden,Welken naam men aan deze rivier gege- jyjein^ven heest,van wegen den overvloed vanhaar water , ’t welk het geheele landvruchtbaar maakt. Want dit is de ee-nigste rivier in het zelve, zéér diep,snel.van stroom, en breeder dan de Elve ;maar beneden Judta naar de zeekant,ver-deelt ze haar zelf in verscheide takken.
Het verhaal , dat de Inboorlingen vanhaar oorfponk geven , verschilt van ’t
geene