Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
31
JPEG-Download
 

kaarten verbeelt word;zeggen , dat zy haar begin

VAN JAPAN. I.

gccnc in onzewant zy zegeneemt gelyk de G anges , van Bengale inde hooge bergen van Imctas , alwaar zyhaar zelf verspreyd in verscheide armen,Welke door Cambodia, Stam , en Pegu inZee loopen ; en zy geven voor, dat de-ze armen wederom door verscheidekleïndere takken zaamen loopen, niet al-leenlyk met elkander, maar ook met deGanges zelve ; indien men ze alle niet lie-ver moet aanmerken, als zó veele armenvan die zelve rivier afgeleyt. Zo hetn 'ct ware om de groote moeyte die daartoe vereischt wierd om alle ddsclfs ver-scheidene armen en kanaalen door deholleken en de woestenyen naar te speu-vot, en om een vaart te openen, zoudehet misschien mogelyk zyn , om metvaartuygen van hier naar Bengale te zey-'cn. Ik wil niet in staan voor de waar-heid van dit verhaal ; maar wat betrestde belcryving van de rivier van Judta totaan de zee, en de loop, zo als ik ze be-schreven heb, dit vereischt geen bevesti-ging ; voor zo ver heb ik genoegzaamegelegentheidten ledigen tyd gehad om zem ’t op en afzeylen af te tekenen. In denloop, gelyk ik ze aan den lezer in de 7 .tafel vertoone, heb ik haaren natuurlykenloop afgemaalt, met haare verscheidedraajingen, met een groot kompas, haareverscheide armen , zo daar zy zich af-scheiden , als daar zy weder in een loo-pen, de gelegentheid der oevers , en deaangrenzende boslchen, Dorpen, Tem-pels , en dc nieuwe sterktens onlangs op-geworpen, om de ontvluchting van denFranfchcn Generaal en zyne Zoldaatenvooitekomen.

Verscheide merkwaardige byzonder-heden zyn in deze rivier aan te merken

I. Zy verspreyt haar takken gelyk deNyl in Egypten, hoewel óp tegengestel-e ~ de tyden, en door het land onder waterie zetten, maakt ze het zelve vruchtbaar.Deze overstrooming begint met denherfstmaand of wel vroeger , als de zonde kreefts-keerkringingaande,door haareaannadering, de sneeuw op de hooge ge-hergtens ten noorden gelegen doed fmel-ten. Hier toe helpt mede niet weinighet regenachtig íâifoen , ’t welk in dientydt in valt, en vernomen word in alleLandschappen tusschen de twee zonne-keer-kringen gelegen, wanneer de zon overde hoofden der Inwoonderen gaat. Eenaller merkwaardigst bewys van de wys-heid en goedheid des almachtigen Schep-pers In de wintermaand begint het wa-ter allcngskens te vallen, en besluyt zichemdelyk binnen zyne voorige boorden.

Boek. III. Hoofdsj. 31

II. Schoon men door ’t graven m dcgrond ziet dat het water even hoog ismet het water in de rivier, merkt menevenwel dat het schielyk ryst, en overde vlakte van het land stroomt, zelfsvoor dat het water in de rivier begint tezwellen, of voor dat ze eenig water overhaare boorden in het platte land kanuytlaten.

III. Al het water dat door in dengrond te graven opkomt heeft een sal-peterachtige , geen zoute knaak ’t gehee-le land door, en gevolglyk niet goed omte drinken ; daar in tegendeel het rivierwater, schoon modderig, altyd evenwelzoet, goed om te drinken,en gezond is.

IV. Daar alle wateren natmirlyk nade zee loopen, als laager leggende in op-zicht van het land, vind men echter,datdeze overstrooming zo zeer niet gaatover het land na by het zee strand, alswel over het bovenste en de middelstegedeeltens van het Koninkryk.

V. Door dien de wateren de bezaaydevelden overstroomen geraakt de ryst zoschielyk aan ’t groeyen, dat het stroo alzo ras opwascht als het water ryst, ende aayren boven de vlakte van ’t water uy t-steeken,die als ze ryp zyn, door de maayersin schuyten worden asgelheden en ver-zaamelt ; maar bet stroo ’t welk veeltydsvan een ongeloofelyke lengte is, wordin ’t water gelaten.

VI. Als het water valt, en weer bin-nen haar eige bestek keert,’t welk voor-valt ontrent het begin van ’t noorderíâi-soen, gelyk men ’t noemt, wanneer denoordelyke winden het water afdryven,en desselss aflooping bevorderen,vreezenzy dat ’er eene groote sterfte van men-leken en vee op sal volgen ; om welkonheil af te wenden, men een plechtigfeest houdt, door het geheele land, omde verstrooyde geesten , na ’t afloopenvan ’t water overgebleven, te bevredi-gen. De plechtigheden bestaan in ’t ont-steeken van lichtende papiere lantaarnen ;by de voornaamste Tempels, in ’s Ko-nings Paleys, en in de huyièn der voor-naamste luyden van aanzien , en van dePriesters, zingende en lezende de gebe-den in hunne Kloosters. Onze Euro-piers hebben opgemerkt, dat indien denoordelyke winden , die op dien tydt,doorgaans zeer hard waayen , niet hoogof sterk genoeg zyn om het water af tedryven, en het gevolglyk zeer stap af-loopt , dat ’er dan een stym op de grondblyft, welkers verrotting en stank nietonwaarfchynlyk de ooríàak is van de ge-melde sterfte.

De dyken van deze rivier zyn laag en

voor

Dyken vande rivierMeinam.