Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
48
JPEG-Download
 

4 b de beshcryving en geschiedenis

meendert heest uyt vericheide verhaalenvan veele plaatsen aan hem toegezonden,en dezelve daar en boven heeft gebrachtop de nootzaakelyke graaden van de leng-te en breedten, in deze ondernemingquam hem heel zeer te stade de hulp vanden Heere Spitsbary , grieksche en latyn-schc Tolk aan ’t Hof van Muscovien. De-ze geleerde en vernuftige man , wierddoor den toenmaals regecrende Czaar vanRusland als Afgezant gezonden naar denKeyzer van China met geheime bevelenen last, om noch moeyte noch kosten tespaaren, om zich naauwkeurig te doenonderrechten van den waaren staat, ge-legentheid en uytgestrcktheid van desCzaars Vorstendommen. Daar op ver-,trekt hy door de noordergedeeltens vanRafland en Tartaryen en Pékin , en Zynezaaken aan ’t Hof van China verricht heb-bende, nam hy zyne te rug reys dooi-de zuyder gewesten , en quam ontrenthetjaar 1680. weder te Mofcoinu. Ge-duurende myn verblyf aan’t Hof te Mos-coww , wilde het juyst, dat hy onze Tolkzoude zyn , ’t welk my by hem zeerdeed bekent worden ; ’t welk my grootehoop gaf, van iets nieuws en byzonderstot noch toe onbekents te zullen leeren,aangaande den staat van die landen ; dochík bevond hem te wantrouwig en teachterhoudende , en te gelyk onwilligom mede te deelen, welke aanmerkingenhy op zyne reys gemaakt had. WylenNicolaas de vermaarde Nicolaas Witfen , Betnin-«scn. naar der Geleerdheid, en Burgermeestertot Amsterdam, een man , aan wien hetgemeen zeer grootelyks verschuldigt is,staagde veel beter in zyne eige door-inuffelingen ; want in zyn laatste Geíànt-schap naar ’t Hof van Muscovien wikkel-de hy zich zelf zo diep in de gunst vanden Czaar, door zyn uytnemend goedgedrag, groote geleerdheid, en lieftalig-heid, en in die van alle Grooten aan ’tHof, dat alle kundichappen, hoe zy ookwaren,-van alle kanten van Rostand aanhen overgezonden , zonder eenige ach-terhouding aan hem medegedeelt wiel-den; welke hem in staat stelden , om dieuytmuntende en naauwkeurige kaartvan gansch Rostand, en ’t groot Tartarye nmet derzelver Bergen, Rivieren, Meefen ’Steden en Provmtien , meest alle totdientydttoe ombekent,zaamen te stellen;een werk, dat van wegen zyne grootenuttigheid niet anders kon , dan dennieuwsgierigen ten hoogsten verplichten.Maar hoe naauwkeurig deze kaart vanDo flor Witfen ook was, die naderhandzeer nut was aan den Heere Ysbrand Mesin zyne Reys te land naar China, wer-

waards hy als Gezant ging , zo blyftdoch de volkomen uytgestrektheit vande Oosterfche kusten van Sibérien en vanGroot Tartaryen tot noch toe onbepaalden onbeslist ; en dus blyven wy noch inhet duyster, ten opzicht van de betrek-king, welke zy hebben op het nabuurigvast land , ’t welk waarschynlyk datvan Oku Jefo is. j ( j

Dc Japoneefers zyn van haare kant #even zo onkundig van den staat en de ^pon^uytgestrcktheid van dat land, dat achter s e rsg e íjihet Eyland JefoGastma legt, en dat door vanhen Oku Jefo word genoemt. Zy zeg- J ÊÍ0 'gen alleenlyk dat het drie hondert mylenhing is. Maar door welk gezag zy ditgezegde kunnen bewyzen,weet ik niet.

Over eenige jaaren een schip geval lig opde kusten van dit vaste land gesmetenwordende , vonden zy onder de wildewoeste Inwoonders sommige in fyneChineesche zyde gekleet ; waar uytmen met veel waarschynlykheid mag af-nemen , dat ’er eenige gemeenichap-hou-ding is tusschen de Inboorlingen en denabuurige Daats os Tartaren ;ten minsten,dat deze landen niet zeer ver van elkan-der leggen. Ontrent het jaar 1684. quameen Jonk van daar te rug, welke menderwaards gezonden had om ontdekkin-gen te doen, en drie maanden op reysgeweest was, met het zelfde verhaal.

Een ervaare Japanfche loots, die de Zeenrondsom Japan zeer wel kende, hebben-de ’t geheele Ryk meer dan eens omge-zeylt, kon my, op myn verzoek, geenander voldoenend antwoord geven, dandat tusschen Japan een Jefogasima destroomen beurtelingfch gingen, fomtydsO., fomtyds W., en dat ’er achter Je-fogasima een alleenlyk is, welke geduurig-lyk en recht noorden loopt ; waar uythy bestoor, dat naby Daats, dus noemenzy Tartaryen , een andere gemeenschapmet een andere Zee zyn moest naar hetnoorden. Eenige weinige jaaren geleden,wierd ’er een andere Keyzerlyke Jonkuytgezonden, om deze landen te ondek-ken. Het zeilde van de Oosterfche Kus-ten van Japan , en na veele moeyten,en ongemakken tusschen de veertig envyftig graaden noorder breedte geledente hebben, ontdekken zy een zeer grootvast land, onderstellende dat het Ameri-ca was ; alwaar een goede haave vinden-de, zy geduurende den winter bleven,en dus het volgende jaar wederkeerden,zonder eenig het minste verhaal van datland, of derzelver Inwoonders, uytge-zondert alleen, dat het verder N. Westliep. Zedert dien tydt bestoor men aan’t Hof van Japan, geen meerder.moeyte