Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
49
JPEG-Download
 

VAN JAPAN I. Boek IV. Hoofdst.

49

of kosten aan te wenden ontrent de ont-dekking van deze landen. Ik vorderdeook weinig meer in ’t doorstiustèlen derJapansche kaarten van deze Zeen, hoeWel ik 'er veele op versebeide plaatsengezien heb, gelyk te Jedo , in het Paleysvan Tsujsimam Cami, Gouverneur van Na-gasaki , in den Tetppel vanSymmios nabyGfacca , en in versebeide andere Tempels.Die alle verbeelden een groot vast land,’t welk uytsteekt van Groet Tart aryen ,Cn zich uytstrekt achter het Eyland Jeso-gafima, bereykende ontrent vyftien graa-den lengte verder ten oosten , dan deOollcrscbe kusten van Japan. Tustchendit en het nabuurig America is een grootcledige plaats opengelaten. Het land zelf'yord verdeelt in de volgende Provin-l’ ci i, afgetekent met baare gemeene schryf-karakters, Kaberfari , Orankai , Sitjy , Fero-fi n , ende Amari/t. Tustchen de tweelaatste word afgetekent een grootc rivier,dewelke haar ontlast m de zee achter hetByland JeJo ten Z. Oosten. Maar gelyka stehaare kaarten stcchts zo wat heen ge-maakt zyn , zonder eenige schaal vanmylen of graaden, en gelyk daar en bo-ven de naamen der voorgenoemde Pro-vtntien alleenlyk worden genoemt inbaare Canna , of gemeene letter karakters,en niet gelyk andere geloofwaardigerHandvesten in haare Sifi, of naadrukke-lyke merktekenen , zal ik het aan derlezers cige oordeel overlaten, hoe welmen zich op dezelve vertrouwen mag.Dit is het al, dat ik in Japan kan wys• worden aangaande den staat van dezelanden, welke ten noorden van dit Rykleggen.

Voor dat ik van de algemeene Lands-besehryving van het JapanJcbe Ryk af-stappe,moet ik niet vergeten twee ande-te Eylanden, welke verder ten oostenç of ten O. N. Oosten leggen van de kus-Zilver |. n tcn van O/f», ten minste honderd en vyf-^den, y ' ll g mylen, doch zo als de Japoneesersvoorgeven , tot haar Ryk beboerende.7 A hebben aan dezelve zeer grootse naa-ien gegeven-,aan het kleinste, het noor-derlykite, en ’t verst van Japan gclegen-, den naam van Ginjima , het ZilverT-yland , aan het grootste en naderby leg-gende Kinfima , het Goud Eyland. Zy hou-den der zelver staat en gelegentheid zeergeheim voor alle vreemdelingen, voor-namentlyk voor de Europiers , voor zoveel als dersclver ryke naamen hen reedsaangezocht hebben om onderzoek na de-zelve te gaan doen. De Koning vanSpanjen onderrecht zynde geworden, datten , ^ e sten van America leggen, indat gedeelte van dewaereld,’twelk dooi-

de verdeeling van den Paus aan hem toe-gewefen Was, gelyk alle deze landen >welke ten oosten zouden mogen ondektworden, zouden toegewescn worden aanden Koning van Portugal , zond ontrenthet jaar 1620. een zeer ervaren Lootsuyt om dezelve te zoeken. Maar dezereys was te vergeeffeb. De Hollandershebben op versebeide tyden het zelfdeondernomen, doch al mede vruchteloos,ten dien einde zonden zy in ’t jaar 1659.een schip af van Batavia , en in het jaar1643. twce rmdere , die bevel haddenom verder te gaan, en de ontdekking derkusten van Tartaryen , en van America teondernemen. De reys dezer twee sche-pen , waar van het een Bresken , het an-der Castricum genaamt was , viel onge-lukkig uyt : want behalven dat zy veeldoor storm en onweer leeden, had deKapitein van het schip Breskcns zich zel-ven met eenige van zyn volk aan landbegeven in een Haave van Japan , leggen-de onder de veertigste graad noorder-breedte, alwaar zy alle wierden gevan-gen , in boeyens gesincten, als gevange-nen naar Jedo gevoelt, en zo barbaarschgehandelt, als of hun doelwit geweestwas om het Ryk te verraden of te be-springen.

Ontrent het jaar 16/5. ontdekten de Ontdek-Japoneesers gevalliglyk een zeer groot ^"rfnkuwEyland, zynde een hunner barken door Eyland.storm derwaards gedreven, van het Ey-land Fatsisio , van ’t welk zy het reke-nen driehonderd mylen oost waards afge-legen te zyn. Zy ontmoeteden geen In-woonders, maar bevonden dat het eenzeer vermakelyk en vruchtdragend landwas, wel voorzien fan verseh water,en overvloedig van een menigte plantenen hoornen , inzonderheid , den ArrakBoom ; ’t welk evenwel reden geeft omte denken, dat dit Eyland eer ten zuy-den van Japan dan ten oosten legt, omdat deze hoornen alleen in heete landengroeyen. Zy noemden het Bunesima ofhet Eyland Énne , en om dat zy daar opgeene Inwoonders vonden, tekenden zyhet met het merk van het onbewoondEyland. Aan ’t strand vonden zy eene -ongeloof! yke menigte van vist'chen enkrabben, van welke sommige van viertot zes voeten lang waren.

Fatsisio , zo even juyst genoemt, of EylaMFatsisio Gafima, ’t welk zo veel wil zeg- " ' 10 ’gen, als het tachtig vadems Eyland , is hetverst afgelegenste Eyland, dat de Japo-neescrs naar het zuyden bezitten. Hetlegt onder dezelve Middagslyn als Jedo ,en. ’t word gerekent ontrent tachtig Ja-pansche water mylen van ’t vaste hndG van