Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
73
JPEG-Download
 

VAN JAPAN.

I. Boek. VIII. H

OOFDSf. 7 $

VIII. HOOFDSTUK.

Van het CUmaat van Japan, en de selfs voortbrenging van

Mineralen.

^fApan roemt op een gelukkig en ge-Zondt Climaat. De lucht is ’er zeerongestadig en veele veranderingenttderworpen , in dén winter belaadenölet lheeuw , en onderhevig aan sterke^orst, in den zomer in tegendeel, in°nderhcid geduurende de Hondsdagen,° n Verdragelyk heet. 't Geheele jaar doorA^ent het dikwils, doch met de groot-e Hachregenen in de maanden van Ju-jy en July,die daarom worden genoemtftjuki , dat is, Regen Maamlen. Hoewel" at de regen-tyd in Japan niet altyd zo°orgaans op een gezetten tyd komt,men ze wel bespeurt in andere enbetere gedeeltens van de Oost-Indiën.Donder en Blixem heeft men daar zeerdikwils.

De Zee, die de Japanfche Eylanden«ngt is zeer ruuw en onstuymig, ’tfy 1 “onevens de menigvuldige rotsen,flippen en Zandplaaten boven en onderWa ter de Zeevaart derwaards zeer ge-Vaarlyk maakt. Daar zyn twee grooteen gevaarlyke draaykolken. De eeneWord genoemt Faisaki en legt naby Sima-bara beneden Amakufa. Deze is ten uy-terste gevaarlyk , inzonderheid wanneerbet gety verandert, want met hoog wa-ter is ze gelylc met de vlakte van de zee,maar zo ras als het gety begint af te loo-P er *i valt ze ook, gelyk men my gezegts v ’ na ccn ’§ e gewddige draayingenehielyk in, ter diepte van vystien vade-, met groot geweld instokkende dejstke schepen, booten of andere dingen,, S m die naare tydsgesteldheid binnen. 5ar bereyk komen , daar zy aan stuk-en Worden geslagen tegen de klippenden grond. De verbryselde stukkenyven somtyds onder water , somtydsotden ze weer eenige Hoogduytfchey en ver van daar opgeworpen. Ded p^ e draaykolk is naby de kusten vanf. * r °vintie Kynokuni. Ze word genoemt“rrotto, en van wegen de nabuurschapan de Brovintie Avia , Awano Narrotto ,at IS, de invalling van Av>a , om dat zednLriï! Chti § onstuymig geraas aan-] an J , te gen een klein rotsachtig Ey-> welk door 5 t geweld vun de be-

weging gehouden word in eene geduurigebeeving. Deze, schoon van een yflëlykeaanzien, word echter min gevaarlykgeacht dan de eerste; om dat men desselfsgedruysch van verre hoorende, dezelvegemakkelyk myden kan. De Japonee-sche schryvers,inzonderheid de dichters,zinspelen doorgaans in haare schriften opde wonderbaare natuur en beweging vandeze Narrotto , gelyk ook de Priesters hetzelve doen op den Predikstoel.

Men bespeurt ook dikwils in de Ja- Hooseapansche Zeen Hooien opkomen , diezich op ’t land uytstortert. De Japonee-sen meenen dat zy een soort van Water-draaken zyn met eenen langen waterach-tigen staart, met een schielyke en hefti-ge beweging in de lucht opvliegende,om welke reden zy ze noemen c i at smukt^dat is, Spuytende Draakett.

De grond van Japan is in zich zelf Orouâ.voor ’t grootste gedeelte bergachtig, klip-achtig , en schraal ; maar door den onver-moeider» vlyt en naerstigheid der Inboor-lingen vruchtbaar genoeg gemaakt, omhaar te verzorgen van alle levensbehoef-tens;behalven dat de Zée.visschen,krab-ben , en andere schulpvisschen, oplevert.

De rotsachtigste en onbeboudste plaatsenzelf leveren haare kruyden, vruchten enwortelen uyt , tot onderhoudt der In-woonderen , welke hunne behoeftigevoorouders door de ondervinding heb-ben leeren klaar te maken en te berey-den, zo, dat ze dezelve niet alleen be-quaam maakten tot voedzel, maar ookzelf lieflyk en aangenaam van smaak. Diten de zuynige manier van leven der Ja-poneesen in ’t algemeen, aanmerkende,behoeft men zich niet te verwonderen,dat dit groote volkryke land zo over-vloedig voorzien is met alle levens nood-druftigheden, dat het als een byzonderewaereld, welke de natuur sohynt voorbe-dachtelyk afgescheiden te hebben van ’toverige des Aardkloots , door dezelve teomringen met een klipachtige enonstuy-mige Zee , op haar zelf lichtelyk kanbestaan , zonder eenigen bystand uytvreemde landen, zo lang als de konstenen de Landbouw achtervolgt en door deK Inboor-