Rivierenen zoetewateren.
Ujingava.
Rivier.
Oomi Ri-vier.
Askagava
Rivier.
Aardbe-
vingen.
DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
74
Inboorlingen ten nutte aangelegt wor-den.
Daar benevens is het land overvloedigvoorzien van verfch water, nadien 'erzeer veele bronnen, meyren, en rivierendoor ’t gcheele land zyn. Sommige derrivieren in ’t byzonder zyn zo groot ensnelilroomende, of ter oorzaak van detoorens hooge bergen en rotsen daar zybeginnen, of ter oorzaak van de verbaa-sende stagregens, welke menigmaal val-len, dat zy zonder gevaar niet zyn overte vaaren; te meer, nadien sommige zoonstuymig zyn dat men 'er geene brug-gen over leggen kan. Benige der meest jberoemde rivieren zyn (i) Ujingava datis de Rivier Ujin. Ze is ontrent een vier-de Duytfche myl , of anderhalveEngelsche myl breed , en mitsdien 'ergeen brug overleyd, moet ze doorwaadtworden. De kracht en snelheid , metwelke deze rivier , afitroomt van degebergtens is zodanig, dat zelfs wanneerhet water laag en ter naauwer nood eenknie diep is, vyf sterke kaerels, die degrond om ze te doorwaaden wel kennen,moeten te werk geftelt worden om 'ereen paerd door te brengen, ’t welk metde menigte van groote steenen op denbodem leggende,den doortocht even zomoeyelyk als gevaarlyk maakt. De men-leken , wier werk net is de Reysigersdoor deze en andere diergelyke rivierendoor te waaden, moeten volgens dewetten van het land , verantwoorden ;voor het leven der Reyzigers, op dat zy jdes te beter zorg draagen. Dat is dereden, waarom 'er ilechs weinige onge- jlukken gebeuren, (z) De Rivier Oomiis beroemt om haaren wonderbaren oor-spronk ; want men vind aangetekent inde Japansche Historiën, dat ze ichielykin eene nacht opsprong in het jaar 2.85.voor Christus geboorte. Ze ontleenthaaren naam van de Provintie, in welkezy begint. (3) De Askagava , is aan-mergelyk, om dat desselfsbodem geduurigvan diepte veranderd , om welke redende Japoneesche Schryvers, voornament-lyk de Dichters , menigwerf op dezelvezinfpeelen.
Japan is zeer onderhevig aan aardbe-vingen, welke daar zo gemeen zyn, datde inboorlingen dezelve niet meerdervreezen, dan wy Europeaanen een ge-meenen storm van donder en weerlicht.Zy zyn van gevoelen, dat de oorzaakder aardbevingen is een monster grooteWalvisch onder de grond kruypende,en dat dit niets te beduyden is- Som-tyds evenwel zyn de lchuddingen zogeweldig en duuren zo lang, dat gehee-
le steden daar door ten ondersten bovengekeert, en veele duyzenden der in-woonderen onder de puynen begravenworden. Zulken vreesselyken geval is 'ergebeurt toen Pater Louis de Froes in hetjaar 1586. in Japan was, ’t welk hyverhaalt in zyne verhandeling van de Ja-panfche zaaken , door Jan Hay hy een ver-gadert en uytgegeven. De gevolgen enuytwerldèlen van deze aardbeving wa-ren zo verbaasd en eyst'elyk, dat ik metverlof der lezeren niet voorby kan in ’tbreede hier in te voegen het verhaal, datF. Louis de Froes daar van doedt in eenbrief gedagtekent den 15. October 15-86.Te Simonofiki ín de Provintie van Nagat-„ ta. Hy zegt , in het Jaar Christi 15-86.„ wierd Japan door zodanige vreeslëlyke„ aardbevingen geschokt, dat men dier-„ gelyk nooit te vooren beleeft had. Van„ de Provintie Sacaja tot aan Miaco beet-„ de de aarde veertig dagen achter een„ volgende. In de Stad Sacaja wierden„ zestig huyzen ter neergeworpen. Tot„ Nagafama een kleine Stad van ontrent„ duyzend huylën in het Ryk van Oomi„ spleet de aerde en stokte de helft der„ Stad in; de andere helft wierd door„ het vuur verteert. Een andere Stad„ in de Provintie van Facata , daar veele„ Kooplieden quamen , en die door de„ Inboorlingen mede Nagafama genoemt„ wierd, na dat ze eenige dagen gewel-„ dig was geschut geworden , wierd,, eindelyk door de zee ingezwolgen ,,, ryzende de wateren zo hoog , dat ze,, het land overstroomden ,• de liuysen„ wegspoelden, met al wat haar voor-„ quam, de Inwoonders verdronken, en„ geen voetstap o verliet van die voor-„ heen ryke en volkryke Stad, dan al-,, leen de plaats daar het Kasteel stond ,„ en deze zelf raakte ook onder water.„ Een sterk Kasteel in het Koninkryk„ van Mino , gebouwt op den top van„ eenen hoogen berg, na verschelde„ vreestelyke schokken uytgestaan te„ hebben verzonk en was in een oogen-„ blik onzichtbaar , de aerde scheurde,„ dat de minste voetstap niet overbleef,„ en aanstonds rees 'er een meyr op in„ de plaats daar de fondamenten van het„ Kasteel hadden gestaan. Een ander„ geval van dezen aard gebeurde in de„ Provintie van Jkeja. Veele andere„ spleeten en scheuren bespeurden men,, door het gantsche Ryk, van welke„ sommige zo breed en diep waren, dat„ de kogels in dezelve geschoten niet„ konden gehoort worden aan het ander„ eind, en uy t dezelve quam zulken vrees-„ felyken stank en rook, dat niemant het
durfde