Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
77
JPEG-Download
 

Van j à p a R

het een woonplaats vari Duivelen was ;j ot dat eindelyk een onvertzaagd enK.löekt noe djg mari zich zelf aanbood,en vervolgens vryheid kreeg, om der-^aardste gaan en den staat en de gelegent-heid van ’t zelve te onderzoeken. HyVc rkoor vyftig stoute gasten tot dezeonderneming, die aan land gekomenz ynde noch Hel noch Duyvels maar eenpoote vlakke plek lands vonden, wel-kers vlakte zo dik bedekt was metZwa-Ve ^, dat waar zy gingen een dikke rookVan onder hunne voeten opging. Zedertien tyd af brengt dit Eyland jaarlyks°P aan den Prins van Satzuma ontrentpittig kisten zilver , alleen van dewavel,die daar word opgegraaven,be-alven ’t geen hy trekt van de boomenSP t hout dat langs het strand groeyt.

land van Sïmabara , inzonderheidontrent de bovengemelde heete baden ,V'tgt ook voort een fyne zuyverc Zwa-V e ! , welke de lnwoonders evenwel nietdurven opgraaven, uyt vreefe van denkscherm-Godt dier plaatse te vertoor-nen, bevonden hebbende by ondervin-duig, dat hy dezelve niet gaarn wil mis-tri. Andere plaatsen ga ik stilzwygensvoorby, U yt gebrek van grondige on-derrechting.

^vnrseheide Provintien van het Ja-pantcheRyl^ WO rd het Goud, ’t waar-

Cllglte Van alle metalen, opgegraaven. Hetgrootste gedeelte daar van word gesmol-ten uyt zyn eygen Ertz. Een gedeelteword gehaalt uyt Goud-Zand ; en eenzeer klein gedeelte vind men ook in hetKoper. De Keyzer matigt zich aan ’t°pper gezag over alle de Goud-Mynen.en ook over alle de andere Mynen, var^velke ’er geen een mag geopent nodbewerkt worden, zonder zyn uytdruk-kelyk verlof en toestemming. Van al heigeen de Mynen voortbrengen , die be-Y erk t Worden, eigent hy zich toe twe<derde deelen , en het andere derdendee^°''d gelaten aan de Bestierder Van di<* r ovintie, in welke de Myn legt; dezt'Veet evenwel, als op de plaats zynde> derde gedeelte zo wel te beleggen

hy byna even gelyk deelt met deij yzer. De rykste Goud - Ertz, en dhlet fynste Goud uytlevert, word opgegiaaven in Sado , een der noorder gewesen op het groot Eyland Ni pon. Sommi§ e aderen waren eertyds zo ryk, dat eeip 'k'ti, een en fomtyds twee ‘Thai/oua opbracht. Maar zedert kórten tyd

** tTle ri my gezegt heeft, zyn de adcnier vn * n de meeste andere Mynenmaar k Cen yk schaarfcher geworden"aar brengen 0o k lang zo veel Gou<

Î. BöEKi V 11Í. HoÖFDSTi 77

niet op dan te vooren, ’t welk men onszeide, dat onder andere redenen gelegent-heid gegeven had tot de laatste naauwcorders ten Opzicht van den handel enkoopmanschap met ons en de Chineesen.

In dezelve Provincie is oók een zeer rykGoud - zand, ’t welk de Prins tot zyn.eige voordeel laat uyt spoelen , zonderdaar van eenige kennis te geven, veelmin een gedeelte van ’t Voordeel , aanhet Hof tot Jedo. Na de Meynen vanSado , zyn die van Surunga altyd gehou-den geworden voor de rykste ; want be-halven dat deze Prövintie ten allentydeneen groot gedeelte van goud heeft uytge-levert, zo heeft ook het Koper dat daargegraaven word eenig Goud in. Onderde Goud - Mynen van Satzuma was ’ereen zo ryk, dat eene Catti van de Ertzby ’t onderzoek bevoden wierd op tegeven van vier tot zes ‘ïbaïh Gouds ; omwelke reden de Keyzer fchérpelyk heeftverboden daar in te werken , vree-zende dát zulken grooten schat te ras zou-de uytgeput worden. Een berg aan deGolf Ookus , in de Landstreek van Omu-ra , die een geruymen tyd aan d’eene zy-de overgehangen had , viel eenige jaarengeleden in de Zee, en op den bodem vande plaats daar ze gestaan had wierd zul-ken ryken Goud-zand gevonden, dat, ge-lylc voor zekerheid door geloofwaerdigeluyden aan my verhaalt is, het meer dande helft zuyver Goud uytleverde. Hetlag wat diep, en moest door Duykersopgehaalt worden. Maar deze rylceherfst geduurde niet lang ; want weinigejaaren daar na , overstroomde de zee ineen groote storm, en met een buytenge-woon hoog water, deze gehëele pleklands, en bedekte op eenmaal deze on-waardeerlyke rykdommen met modderen kley eenige vademen diep. Het slech-te volk in de nabuurschap houd zichsteeds noch bezig met het zand ontrentdezen berg te spoelen, ’t welk noch Weleenig Goud in heeft, doch zo weinig datzy hunne kostwinning daar by qualykvinden kunnen. In de Prövintie Tfikun-go is een andere Goüd-Myn , niet vergelegen van een Dorp dat Tofftno wordgenoemt, maar zo vol water, dat menniet kan voortgaan met werken. DcMyn evenwel is zo gelegen , dat doorde Rots te klieven, en beneden de mondder Myn eene opening te maken, hetwater gemakkelyk daar uyt kan afgeleidworden. Dit wierd vervolgens onder-nomen , inaar toen zy aan ’t werkengingen, rees ’er zulken fchielyke gewel-dige storm, van donder en blixem, datde arbeyders genoodzaakt waren op teK 3 bon-