Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
95
JPEG-Download
 

9$

V A N J A P A N. I. Eoèk. XI. Hoofdst.

XI. HOOFDSTUK.

Van de Vijschen en Schulpen.

5pa^

lies

7P

oc !>•

suivis.

iQe i

fti.

D E. Zee en deíïèlfs voortbrengselenleveren ruym zo veel uyt tot on-derhoud der Inboorlingen, als deVeldvruchten , uytgezondcrt de Ryst.Rondsom geheel Japan is de Zee overvloe-voorzien van allerley zoort van Zee-planten , Visschen , Krabben en Schui-ft , van welke alle 'er zeer weinigedie door de behoeftige Vooroudersniet wierden gegeeten, en tot den huy-d’gen dag noch gegeeten worden. Ja zelfz yn 'er veelc onder, die in deze weelderi-ge en dartele tyden op de prachtigste ta-fels en maaltyden van menschen vant hoogste aanzien worden opgedischt.De vilichen,en de krabben en schulpen,borden beide onder eenen algemeenenoaam begrepen Kiokai of Iwokai. In dittegenwoordig Hoofdstuk ’t welk mennemen kan voor eene inleiding tot eender volgende, in ’t welk ik voornemensben van haare tafels,en kookery te {pre-ken , zal ik 'er zo veele optellen, als 'ertot myne kennislë zyn gekomen, te ge-lyk met haare oprechte Japanfche naa-men ; hoewel men in ’t algemeen aan-merken moet , dat verschelde derzelveook in onze Europiiche en andere Zeen’Worden gevonden.

' Van alle de diergelyke voortbrengse-fen van de Japanfche Zeen , kan ik 'ergeen een van zulken wyduytgestrektenSebruyk voor ryken en armen, dan deu dft‘ri of Walvifeb. Ze word menig-^■erf gevangen ontrent Japan , doch in-z °nderheid in de Zee van Kbumano,J e jke de zuyderkusten van het grootJyfend Nipon belpoelt, als mede ontrent? e feylanden Tsuffima en Goto , en op deiui fen van Omura en Nomo. De gemee-ns Manier van ze te vangen is met^nichten of harpoenen, gelyk in Groen -f*“ : maar de Japanfche booten fchynerdaar toe veel bequaamer dan de onze.z ynde klein, eng,uytloopende met eermherpen punt aan ’t eene einde, met vyltoeybanken of tien roeyers elk, die mei«me ongeloofelyke snelheid roeyen. On-trent het jaar 1680. vond een rylte Vischer m de Provintie Omura , ( Gitayo genaamt) een nieuw middel uyt om di

Walvisschen te vangen met netten vansterke touwen van ontrent twee duyrndik gemaakt. Welke manier na-derhand met een goeden uytflag gevolgt .wierd door een Landman op de Eylan-den van Gotbo, wiens naam was Iwonomo.

Zy zeggen dat zo ras als de Walvifchzyn kop verward vind in een net, hyniet dan met zeer groote moeyte verderzwemmen kan, en dat hy dan gemakke-lyk op de gewoone wyze met harpoenenkan gedood worden. De reden waaromdeze nieuwe manier, die zeer voordeeligfchynt, over al niet is aangenomen, is,om dat ze een veel kostbaarder toetake-ling vereischt , dan gemeene arme Vis-fchers kunnen uytvoeren : want nadiende geheele kosten van Walvisschen tevangen op de gemeene manier zelden be-loopen boven de twintig kistjes zilver, zokan deze wyze zelf met geen mindersomme ondernomen worden.

Daar zyn verscheide soorten van Wal- Verscheldevisschen, welke verschillen van naam, soortenvan gedaante, en ook van grootte, (i)

Sebio is de voornaamste en ook de groot- Sebio^ste vifch van der Walvisschen aardt.

Deze levert uyt de meeste traan, endesselfs vleefch is zeer goed en geZond,zelf zodanig , dat de Visschers en ’t ge-meene volk haare goede gezondheid in ’tmidden van alle ongemakken van koudeen wedder, waar aan zy geduuriglykbloot gestelt zyn, toefchryven voorna-mentlyk aan hun eeten van dit vleefch.

(z) Awo Sangt , gemeenlyk Kokadfura , AwoSangfdat is de kleine Walvisch, is graauw ofafchverwig, kleinder dan dé Sebio , vanwelke hy ook iets verschilt in maaksel.

(3) Nagafs is doorgaans van twintig tot Nagafs»dertig vademen lang, en heeft dit by-zonders, dat hy twee of drie uuren on-derwater kan blyven, geduureride welkentyd hy een groote weg kan afleggen,daar de andere walvisschen geduurig bo-ven water moeten komen om de verschelucht te scheppen. (4) Sotookad/ura , dat Sotookad'is , de Walvisch van ’t blinde volk, iüra 'dus genoemt na de gedaante van eenluyt, waar op de blinde menschen i°dit land gewoon zyn te fpeelen, welke

men