144 DE BESHCRYVÍNG
Eden, waar voor ze blootgestelt was,had men zeer groote reden om te mogenhoopén , dat binnen een -korten reeksvan tyd , het geheele Ryk zich zoudebekeert hebben tot het Geloof van onzenZaligmaker ; indien niet de staatzuchti-ge doelwitten, en onverduldige poogin-gen dezer Vaders, om zo wel de tyde-lyke als ?de Gecstelyke vruchten vanhunne zorg en arbeid te plukken , dehoogste Majesteit van het Ryk zodanighadden vertoornt , dat zy tegen haar-zelf en tegen haare bekeerden eene ver- ,volging verwekte , van welke men deweergaa in geene Historien vind, waardoor.de Godtsdienst, welken zy Predik-ten, en alie de geene, die dezelve belee-denbinnen weinige jaarcn geheel en alwierden uytgeroeyt.
De Religie Vah de dne voornaame Religiën, dienu bloeyen en ín japon toegelaten wor-den komt de Sintos de eerste plaats toe,meer van wegen haare oudheid en langgebruyk, dan van wegen 't getal deszelfsaanhangers.
Sinto , ’t welk ook word gcnoemtSinsju ,cn Kammitsi, is de beeldendienst,van ouds af in ’t land vastgestelt. Sinen Kami betekenen de beelden y welkehet voorwerp zyn tan dezen 'dienst. J 0en Mitst is zo veel als te zeggen de wegof manier van ideze beelden te dienen.Siu , betekent Gelóóf of Godtsdienst.Sinsjtt , en in het meervoudig Sinsju zynde persoonen,die dezen Godtsdienst aan-kleeven.
Geloof der ’t Onmiddelykste oogmerk , dat de
Sintoiflen. Navolgers van deze Religie zich zelvenvoórstellen,ds de gelukstaat in deze wae-reld. Zy hebhen in,der daad eenige,doch ílechs duyftere en onvollcomenebevattingen van de onfterstèlykheid on-zer zielen, en van den toekomenden staatvan geluk, en zegen, of van elende. Enechter hoe weinig oplettende zy zyn, on-trent het geene dat van hen in dien toe-komenden staat wezen zal , zo groot ishun zorg en aandacht gevestigt tót dienstvan deze Goden,welke zy gelooven dateenig aandeel in de Regeering en de be-stiering van deze waereld hebben, met eenonmiddelyker invloed, elk na zyne be-dieningen, over de voorvallen en nood-zakelykheden van ’t menschelyk leven.En alhoewel zy waarlyk erkennen eenopperst wezen, dat, gelyk zy gelooven,in ’t hoogste der Hemelen woond, enschoon zy ook insgelyks toestaan eenigemindere Goden, dewelke zy stellen on-der de Sterren, zo dienen noch aanbid-den zy dezelve niet, en hebben ook gee-ne Feestdagen aan dezelve toegeheyligt,
EN GESCHIEDENIS
denkende, qua fupra nos , nihil mhios,datwezens die zo veel hooger zyn dan wy*zich weinig met onze zaaken zullen he-moeyen. Des niettemin zweeren zydeze grootere Goden , welker naatnojaltyd in ’t formulier van haaren eevloeyen. Maar zy dienen en aanbidden d ieGoden, welke zy gelooven dat een Soe-verein gebied o vet. hun land hebben,
’t opperbewind over deflèlfs vóórtbreng'
‘iels, als des zelfs elementen,water, ^ren, en andere dingen, en die uyt ho°‘'de van deze macht , onmiddelyker hu n 'nen tegenwoordigen staat raaken, eilhen ongelukkig os gelukkig in dit k' !ven kunnen doen zyn. Zy zyn te m eeIoplettende om een behoorlyke eerbeW)''zing en dienst aan deze Godheden tedoen ; om dat zy schynen meer overtmAte zyn, dat dit alleen genoeg is om hentezuyveren en haare harten te reinigen,en dat zy ongetwyfelt door haare mede-werking en tustchenkomste, in het toe-komende leven zullen genieten beloonifl'gen overeenkomstig met hun gedrag ' lil Q'fifjdit leven. Deze Godtsdienst sthyntbyna eeven zo oud te zyn als de Natie ostSzelf. Indien het eenigermate waarfchyO' E/ìyk en bewyflyk is, dat dé eerste Japo- :neefers afkomstig zyn van de Babylo- 1niers, en dat ze terwyl zy noch te Ba-bei waren , eenige bevattingen hebbengehad van den waaren Godtsdienst, vastde Scheppinge der waereld, en van des-selfs staat voor dien tydt, gelyk zy aanons overgelevert zyn door de HeyligeSchriften , zo mogen wy op al zulkegoede gronden onderstellen, dat dezelvedoor de verandering van haare taal, estdoor de ongemakken en vermoejingeövan zoo een langen en verdrietelykenreys, byna ten eenemaal uyt hunne ge-heugenis zyn gewifcht geworden ; dat%y , by h« n aankomst in dit uytterst eeinde van het Oosten, plichtshalven ceNzeer hooge achting hebben toegedragenaan hunnen leydsman, die hen gelukke-lyk door zo veele gevaaren en zwaarig'heden hadde geleydt, dat zy hem na zy 11dood gestelt hebben in den rang der Go-den ; dat in de volgende eeuwen andersgroote Mannen, die voornaame dienst el1aan hun vaderland hadden bewezen, ’ czy door haare voorzichtigheid en wy*'heid, of het zy door hun moed en hel'dendaaden, insgelyk geplaatst zyn g e 'worden onder het getal der Goden, o*haare Komis , dat is onder de onsterfk'lyke Geesten, die waerdig zyn, dat m elïhaar Goddelyke eere bewyze ; en daUom haare gedachtenis niet in vergetelhe'te doen geraaken, tot zulken einde