c if y
o/
!»
V
VAN J A P A N.
Veini'icïs, by tyds voor Iianr zyn ge-öouwt geworden. (Mia betekent eigent-:)k het huys of woonplaats van eeneCv ende ziele.) ’t Ontzag cn de eerbie-digheid deze groote Mannen pa (lende,Wierd door den tyd zo algemeen, datWen zedert altyd geoordeelt heeft het ce-ne noodzaakelyke plicht te zyn voor ei-ken oprechten beminnaar van zyn va-derland , aan welke Sekte hy ook toege-daan zyn mocht, openbaare blyken tcgeven van zyne eerbiedigheid en dank-bare erkentenis voor hunne deugdenÇn uytmuntende diensten, door ’t bezoe-ken hunner Tempelen , en door ’t buy-gen voor haare beeltenissen, of op zoda-n, ge dagen als byzonderlyk toegeheyligtz yn aan hunne gedachtenis, of by eenigeandere bequaame gelegentheid, voorbe-houden dat zy in geen staat van onrey-Digheid, of onbequaam zyn om tot dezef%ligc plaatsen te naderen. Aldus wierdnet geen, dat men in ’t begin verrichte,•ns eene bloote daad van achting endankbaarheid , allengskens verandert inaanbidding en Godtsdienst. De bygeloo-xSK» ^sbeid liep eindelyk zo ver voort, datb^ 1 ., k ° de MikaddtPs , of Geestelyke Erf-Key-l5, Zers, zynde rechte afstammelingen vandeze groote Helden , en voorondersteltWordende te zyn mede erfgenaamen vanhaare uytmuntende hoedanigheden, aan-gezien wierden zo ras als zy bezit geno-men hadden van den Throon, als vvaareen levende beelden van hunne Kamps,of Goden, als Goden zelf, begaaft metzulken uytnemcnden trap van zuyver-heid en heyligheid, dat geen Gege , (Gegeis een verachte naam , welken de Kuge ,át is, de leden van ’s Keyzers geestelyk,°f geven aan haare Landslieden, die? let van dezelfde Adelyke en Goddely-j e a fkomst zyn,) zich durft onderwin-ur haare tegenwoordigheid te ver-^hynen ; ja zelf, wat noch meer is, datj E á andere KamPs of Goden van hette 1 Vcr pl icht zyn, om hem cens ’s jaars0 bez °eken, en zyn geheiligde Persoonbai te ' Vac hten, hoewel op eene onzicht-j^‘ le Wyze , geduurende de tiendeq e hu. '/y zyn zo zeer ovcrtuygt vanweN^àid dezer zaak, dat staande de ge-ho <Je rna and, welke door hen word ge-z on!l U Kam'matfnki , dat is , de maandWq yT O oden , geen feestdagen geviertdat' 1 °’ om dat vooronderstelt word,ík i. ut-l, Ovden niet ’t huys in haare Tem
1 /) • ’• h la ‘U' aan ’t Hof zyn, om haarei
-à
zyn, om haaienH °P te wachten. Deze Japanfche
Nft» hèou’ 'h-lugt zich zelf ook aan, de gc-h. H re le 'Dacht en ’t gezag alleen, om ancie-ot "oden ofHeyligen te maken, in-
III. Boek. I. Hoofdst. iqy
! dien ’t hem toeichynt dat zy ’t verdienen,het zy door de verfchyningen hunnerzielen na de dood , of door sommigeMirakelen door hen uytgcwerkt. Indit geval draagt de Keyzer een uytmun-tende Tytel op aan dezen nieuwen Godtof Heylig , cn beveelt dat een Mia, ofTempel geboinvt word tot zyner ge-dachtenis ; ’t v/elk geschied of op zyneeige onkosten, of op de liefdaadige giftenvan vroome en en welgestelde perfoo-nen. Zo het naderhand dus gebeurt,dat deze, die in dien Tempel dienen,cn zich naamver op een byzondere wy-ze overgeven aan den nieuwen Godt,voorspoedig zyn in haare ondernemin-gen , ja wat meer is , indien eenig on-gewoon wonderwerk gewrocht is ge-worden , waarfchynlyk door zyne machten medehulp , zal het andere menfehenaanmoedigen om zyne bescherming vanhem te smeeken en door dit middel, hetgetal der Tempelen en der Godsdiensti-ge ras aangroeyen. Aldus word het getalder Godheden jaarlyks vermeerdert inyder eeuw. Maar behalven alle de door-luchtige Mannen, die van tydt tot tydt,van wegen hunne helden daaden , ofzonderlinge Godvrucht door de Geeste-lyke Keyzers geplaatst zyn gewordenonder de Godheden van het land, heb-ben zy noch een andere reeks van Go-den , van een veel ouder aanstelling.Van deze twee opvolgingen is reeds ge-iprooken. De eerste is de opvolging vande Tensin SitziDai,oïzeven groote Hemel -Geesten , die gezegt worden bestaan tehebben in de alleroudste tyden der Zon,lang voor de bestaanbaarheid van men-fehen of hemelen,en te hebben bewoontde Japanfche waereld (het eenigste land,naar hun gevoelen, toen in wezen) vee-le millioenen van Jaaren. De zevendeen laatste dezer groote Hemel-GecstenIsanagi genoemt, op eene vleesschelykcwyze zyne Goddelyke Gemalinne be-kent hebbende, in navolging van ’t geenhy opgemerkt had ontrent den Vogeljsiatadakki , gewan een tweede opvolgingvan Godheden, in der daad minder dande eerste, maar hooger dan alle deze,die na htoren tyd in wezen geweest zyn.
| Het tweede geilacht is na het getal hun-I ner voornaamste hoofden genoemt Dfij Sin Go Dat , of de opvolging van de vysaardfebe Godtbeden, die geleeft en het landvan Japan beheerfcht hebben eenen lang-duurigen, doch bepaalden tyd. Het is on-nodig hier wyd uyt te weiden over ditHoofdstuk, nadien reeds een volkomeverhaal van de belachgelyke en fabelach-tige bevattingen der Jnponeesen, nopen-T áe
De opvol-ging vanhaare God-heden.