Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
145
JPEG-Download
 

c if y

o/

!»

V

VAN J A P A N.

Veini'icïs, by tyds voor Iianr zyn ge-öouwt geworden. (Mia betekent eigent-:)k het huys of woonplaats van eeneCv ende ziele.) ’t Ontzag cn de eerbie-digheid deze groote Mannen pa (lende,Wierd door den tyd zo algemeen, datWen zedert altyd geoordeelt heeft het ce-ne noodzaakelyke plicht te zyn voor ei-ken oprechten beminnaar van zyn va-derland , aan welke Sekte hy ook toege-daan zyn mocht, openbaare blyken tcgeven van zyne eerbiedigheid en dank-bare erkentenis voor hunne deugdenÇn uytmuntende diensten, door ’t bezoe-ken hunner Tempelen , en door ’t buy-gen voor haare beeltenissen, of op zoda-n, ge dagen als byzonderlyk toegeheyligtz yn aan hunne gedachtenis, of by eenigeandere bequaame gelegentheid, voorbe-houden dat zy in geen staat van onrey-Digheid, of onbequaam zyn om tot dezef%ligc plaatsen te naderen. Aldus wierdnet geen, dat men in ’t begin verrichte,•ns eene bloote daad van achting endankbaarheid , allengskens verandert inaanbidding en Godtsdienst. De bygeloo-xSK» ^sbeid liep eindelyk zo ver voort, datb^ 1 ., k ° de MikaddtPs , of Geestelyke Erf-Key-l5, Zers, zynde rechte afstammelingen vandeze groote Helden , en voorondersteltWordende te zyn mede erfgenaamen vanhaare uytmuntende hoedanigheden, aan-gezien wierden zo ras als zy bezit geno-men hadden van den Throon, als vvaareen levende beelden van hunne Kamps,of Goden, als Goden zelf, begaaft metzulken uytnemcnden trap van zuyver-heid en heyligheid, dat geen Gege , (Gegeis een verachte naam , welken de Kuge ,át is, de leden van ’s Keyzers geestelyk,°f geven aan haare Landslieden, die? let van dezelfde Adelyke en Goddely-j e a fkomst zyn,) zich durft onderwin-ur haare tegenwoordigheid te ver-^hynen ; ja zelf, wat noch meer is, datj E á andere KamPs of Goden van hette 1 Vcr pl icht zyn, om hem cens ’s jaars0 bez °eken, en zyn geheiligde Persoonbai te ' Vac hten, hoewel op eene onzicht-j^‘ le Wyze , geduurende de tiendeq e hu. '/y zyn zo zeer ovcrtuygt vanweN^àid dezer zaak, dat staande de ge-ho <Je rna and, welke door hen word ge-z on!l U Kam'matfnki , dat is , de maandWq yT O oden , geen feestdagen geviertdat' 1 °’ om dat vooronderstelt word,ík i. ut-l, Ovden niet ’t huys in haare Tem

1 /) • ’• h la ‘U' aan ’t Hof zyn, om haarei

-à

zyn, om haaienH °P te wachten. Deze Japanfche

Nft» hèou’ 'h-lugt zich zelf ook aan, de gc-h. H re le 'Dacht en ’t gezag alleen, om ancie-ot "oden ofHeyligen te maken, in-

III. Boek. I. Hoofdst. iqy

! dien ’t hem toeichynt dat zy ’t verdienen,het zy door de verfchyningen hunnerzielen na de dood , of door sommigeMirakelen door hen uytgcwerkt. Indit geval draagt de Keyzer een uytmun-tende Tytel op aan dezen nieuwen Godtof Heylig , cn beveelt dat een Mia, ofTempel geboinvt word tot zyner ge-dachtenis ; ’t v/elk geschied of op zyneeige onkosten, of op de liefdaadige giftenvan vroome en en welgestelde perfoo-nen. Zo het naderhand dus gebeurt,dat deze, die in dien Tempel dienen,cn zich naamver op een byzondere wy-ze overgeven aan den nieuwen Godt,voorspoedig zyn in haare ondernemin-gen , ja wat meer is , indien eenig on-gewoon wonderwerk gewrocht is ge-worden , waarfchynlyk door zyne machten medehulp , zal het andere menfehenaanmoedigen om zyne bescherming vanhem te smeeken en door dit middel, hetgetal der Tempelen en der Godsdiensti-ge ras aangroeyen. Aldus word het getalder Godheden jaarlyks vermeerdert inyder eeuw. Maar behalven alle de door-luchtige Mannen, die van tydt tot tydt,van wegen hunne helden daaden , ofzonderlinge Godvrucht door de Geeste-lyke Keyzers geplaatst zyn gewordenonder de Godheden van het land, heb-ben zy noch een andere reeks van Go-den , van een veel ouder aanstelling.Van deze twee opvolgingen is reeds ge-iprooken. De eerste is de opvolging vande Tensin SitziDai,oïzeven groote Hemel -Geesten , die gezegt worden bestaan tehebben in de alleroudste tyden der Zon,lang voor de bestaanbaarheid van men-fehen of hemelen,en te hebben bewoontde Japanfche waereld (het eenigste land,naar hun gevoelen, toen in wezen) vee-le millioenen van Jaaren. De zevendeen laatste dezer groote Hemel-GecstenIsanagi genoemt, op eene vleesschelykcwyze zyne Goddelyke Gemalinne be-kent hebbende, in navolging van ’t geenhy opgemerkt had ontrent den Vogeljsiatadakki , gewan een tweede opvolgingvan Godheden, in der daad minder dande eerste, maar hooger dan alle deze,die na htoren tyd in wezen geweest zyn.

| Het tweede geilacht is na het getal hun-I ner voornaamste hoofden genoemt Dfij Sin Go Dat , of de opvolging van de vysaardfebe Godtbeden, die geleeft en het landvan Japan beheerfcht hebben eenen lang-duurigen, doch bepaalden tyd. Het is on-nodig hier wyd uyt te weiden over ditHoofdstuk, nadien reeds een volkomeverhaal van de belachgelyke en fabelach-tige bevattingen der Jnponeesen, nopen-T áe

De opvol-ging vanhaare God-heden.