I a6 de beschryving en geschiedenis
de deze twee opvolgingen van Godhe-den gegeven is in het zevende Hoofd-stuk van het eerste boek, en in het twee-de Boek, in ’t eerste Hoofdeel. Ik zal'er alleenlyk byvoegen , dat de Historievan de tweede opvolging opgevuk ismet vreemde en ongemeene zeldfaamegevallen, van dooiende Ridders, ’t [om-brengen van Reusen , Draaken en ande-re monsters, die toen het land verwoe-steden , tot grooten schrik en vreest vandestëlfs Half-Goddelyke Inwoonderen.Veele Steden en Dorpen in ’tRyk heb-ben haare naamen ontleent van sommigediergelyke merkwaerdige daad, dewelkein de nabuurschap gebeurde. Zy bewa-ren noch in sommige hunner Tempelen,Zwoerden, Wapenen, en andere Oor-logs tuygelyke instrumenten, welke zyhouden als overblyfstlen van dien oudentyd, en gelooven dat het deze zelfde zyn,die in de handen van deze Half-Godde-lyke Helden zo verderffelyk en doodelykgeweest zyn voor de ontrusters van devreede en rust van het land. Een onge-meene achting word aan deze Heyligeoverblyfstlen bewezen door de aanhan-gers van de Sintos Religie , en sommigehouden en gelooven noch dat ze bezieltzyn door de zielen van haare voorigebezitters. In ’t kort, ’t geheele zamen-stel van de Sintos Godtgeleerdheidt, isziilken lamme, belachhelyke zamenweef-stl van wandrochtige onbevattelyke fa-belen, dat zelfs de geerie, die hun werkdaar van gemaakt hebben van ze te be-studeren besthaamt zyn te bekennen enaan hunne mede aankleevers van dien teopenbaaren alle destëlfs ongerymtheden ;veel min zullen zy ze bekent maken aande Buds-doiflen en de navolgers van an-dere Godsdiensten. En misschien zouwzè zo lang niet gestaan hebben , zo hetniet waare geweest om destëlfs naauweverknochtheid met de burgelyke costu-men, in welker onderhouding deze Na-tie by uytnemendheid naauwkeurig enomzichtig is. De Tempels der Sintoijlenworden niet bedient door Priesters enGeestelyke persoonen , maar door Lee-ken, die door den bank ’t eenemaal on-
kundig zyn van de gronden en redenenvan de Religie, dewelke zy belyden,enganschelyk onervaren in de Hist°' !eder Goden, die zy dienen. Eenige wei-nige zyn ’er evenwel onder de Sintosjo ,ofaankleevers van de Sin tos Religie, 111 'zonderheid onder de ordre van Caniis*’ 5 'die nu en dan eene redenvoering zullendoen aan het volk , en eenige moeV tenemen in ’t onderweyzen van jonge k"j'deren. Geduurende myn verblyf fJapan , quam een dezer Canttfds van MtO'co, om te Prediken in den Tempel va 11Tensi , en naderhand in die van Swvi-Yder dag deed hy een Predikatie, oSuyt te leggen de Wet of’t gebod Nacoï-tomimïarraï of Nacottomibarraï • maar zyö eredenvoeringen waren op ’t best, qua-lyk geschikte verwarde zamenstellingcstVan romansche en belachhelyke vertellin-gen van hunne Goden en Geesten. Zyzullen baar gestel van Godgeleertheidaan andere leeraaren uyt eige inzicht estonder verplichting van geheymhouding;voornamentlyk als zy komen aan hetlaatste artikul, ’t welk raakt het begistaller dingen, nemen zy byzondere zorg»om dezelve niet te openbaaren aan hunneleerlingen, voor dat zy zich onder eedehebben vtrbonden , en met hun handen zegel ondertekent, dat zy zulkegeheyligde en diepe verborgenthedestniet zullen schenden, door dezelve teopenbaaren, aan de onwetende en onge-loovige leeken. De grondtext van dezeverborgene leere is begrepen in deze vol-gende woorden, genomen uyt een boek,’t welk zy noemen Odaiki ; Kat fakuMfasine Dsiusio Fufo Tatojaba siujono Jut fontuktmga Gotoft Tentsyno utsyni Jtjt butsu ivofiosn Katats Igeno gotosi fenquas fie sin tonar kunt toko datsno Mikotto to goos: Datis,In V begin der openbaaringe aller dingen vlot'te ’er een Chaos, gelyk de Visicben uyt pit)!'zier in bet water zwemmen. Lyt dezenChaos, quant voort een ding gelyk een prik'kei beweeglyk en ver ander lyk van gedaante■dit ding wierd een Ziel of Geeft, en deï> eGeejl word genoemt Kunitokodatsno Mi-kotto.
II. HOOFD'