VAN JAPAN III. Boek II. Hoofdst.
147
II. HOOFDSTUK.
Van de Tempelen , V Geloof, en Tdienst der Sintos.
ry.
\
D B Sinsju , dat is, de aanhangersvan de Sintos Godtsdienst noemen. haare Tempelen of Kerken Mia,v c , v Woord, gelyk ik heb aangetekent,k ed «ydt de woonplaatsen der onsterfsely-jA hielen. Zy komen ’t naaste by de^ na der oude Romeinen , gelyk die°°rgaans genoemt worden als zo veeleürzaame gedenkstukken opgerecht ter§ e dachtenis van groote Mannen. Zykernen ze ook Jafyro ende Sta of Sinsju ,de j aat fte instuyt het geheele Hof vanmet alle de andere gebouwen en^nkelykheden daar toe behoorende.e Goden ,. welke het voorwerp zynan hunnen dienst , noemen zy Sin enmi , welke betekenen zielen of geesten.Zointyds verceren zy die ook met denoynaam Miosin , verhevene, doorluchti-ge ’ He y%> cn Gonzen, rechtvaerdige,gestrenge, jaloersche. De aanhangers vanandere Godsdiensten noemen de KIoo-, rs van hunne Godtvruch tige , en deplaatsen van hun Godtsdienst ,Sijta Tira,dat is Tempelen, en de Goden zelf, die2y aanbidden, Fotoge. Alle andere vreem-de beelden, welker aanbidding van overZe e in Japan ingevoert is worden begre-pen onder den algemeene naam van Bo-Mz of JBudz. De MiiPs en waarlyk ookal k Kloosters en Godshuylen in ’t ge-^een, zo wel van deze als van haare an-i e fe Sekten, zyn gelegen in de vermaakc-y^ste plaatsen van ’t land, op de bestePekken grondts, en doorgaans binnen,naby de groote steden, plaatsen, dor-j Cli en andere bewoonde vlekken. InPa hoofdstuk zal ik my alleenlyk be-j a eri op de Mu?s der Sintoifien. Eenwyde laan (met fchoone ryen vanypresseboomen beplant,die in het landko ° e y en en een recht opgaande fchoonede k°°m maken , leyd recht aan op> t (j* , of anders op het Kerkhof, opj^all k Zom tyds verschelde Milds bystre] ian ^ Crcn Haan; en in zulken geval,devwn^ 6 gemelde laan zich uyt op die,den ïe de voornaamste word gehou-w Do Mufs , doorgaans gesproken,0 p Se'egen i n een vermaakelyk bosch,den opgang van een fchoone
groene heuvel , en hebben zinnelykesteene trappen om langs dezelve daar byte komen. Naast aan de Heere of grooteweg, aan den inkomst van de laan, dienaar den Tempel loopt, staat tot een on-derscheidings teken van andere Heerewegen, een zonderling gefatsoeneerdePoort, Tory genoemt, en of van steenof van hout gebouwt. Het maaksel van lampeideze Poorten is zeer slecht en recht, be- ” 001 en ’staande uyt twee recht ópstaande postenof pylaren met twee hoornen in ’tdwarseh overelkander, van welke de bo-venste cierlykheids halven in ’t middenneergebogen is, staande de twee eindensopwaards. Tustchen de twee dwarsboo-men is een vierkante tafel geplaatst, ge-■meenlyk van steen , waar in gehouwenis de naam van den Godt, aan wien deMia is toegeweydt, in goudemerktekenen( Zie de zeventiende Tafel Letter A.) Som-tyds is ’er een andere Poort die voor déMia zelf staat , of voor ’t Kerkhof , in-dien ’er verschelde Mid’s gebouwt'zynop een plein. Niet ver van de Mia is,een bekken , doorgaans van steen, metwater gevult voor de geene die ’er gaan,bidden , om zich te wasschen. Dichtaan de Mia staat een groote Aaltnoesse-kist. De Mia zelf is noch kostelyk nochheerlylc gebouwt, maar zeer gemeen eneenvoudig gemaakt, gemeenlyk vierkant,en van hout ópgetrokken, met staakenen nette balken voorzien. Zy is zeldenhoogerals de lengte van twee of drie man,en twee of drie vademen breed. Ze staatmeer dan een el verheven boven dëgrond , door korte boute paaien onder-schraagt wordende : daar is een kleineomgang of gallery om ze rond te gaan,en weinige trappen, die men opklimtom op deze gallery te komen. De voor-gevel van de Mia is alzo eenvoudig alshet andere , bestaande alleen uyt een oftwee getralyde vensters , voor de geenedie komen aanbidden om daar door tezien, en zich te buygen naar de hoofd-plaats van binnen. Ze is ten allen tydengefloten, en dikwils zonder dat ymandhet oog daar over heest, of zorg voordezelve draagt.
T L Sot»