Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
160
JPEG-Download
 

vïtfo DE BES.CHRYVING EN GESCHIEDENIS

IV. HOOFDSTU K.

- Van de Sanga of Bedevaart naar Isje.

Bedevaart TT^E Japöneesen zyn zeer genegenneesen P °' ■ 3 om Bedevaarten te doen. Zy heb-; ■ ben 'er verscheide, en naar onder-scheidene plaatsen. De eerste en voor-naamste is naar Isje , de tweede naar dedrie en dertig voornaame Qtianvion Tem-pels van het Ryk ; de derde naar eenigeder uytmuntendste Sin of Catni en Fotogeof Buds Tempels , berucht om de grooteMirakelen die ' daar worden gedaan, envan wegen de voorspoed en ’t weivaarendie de Pelgrims gevonden hebben, doordaar te gaan aanbidden : de Zulkezyn by voorbeeld , Nikotira, dat is, deTempel van den glans der Zon in de Pro-vintie Osju , sommige Tempels van Fatz-man , sommige van den grooten LeeraarJakusi en andere meer ; van welke hetaan een ygelyk vrystaat zodanigen teverkiesen , die hem ’t best gevalt, ofwelke het beste met zyne gèlegentheidovereenkomt, om daar heenen te trekken.Een waare rechtzinnige Sintoift bezoektin zyne Bedevaart geen andere Tempels,dan die van zyne eige Goden , én denTempel Saif in Ifikufen , • daar Tensinstierf. Het zal niet qualyk voegen hierín ’t algemeen aan te merken , dat vandé drie boven gemelde driederléy ver-schelde soorten van Bedevaarten , de laat-ste zonder onderscheid gedaan wordt,door de Sintoiften zo Wel als door deBudsdoisten, doch mét dit verschil, datelk een fléchs gaat naar die Tempels,enaanbid alleentyk deze Goden, welkehem zyne Religie gebied aan te biddenen te dienen. De tweede , welke is deBedevaart naar de drie en dertig QuanvoonTempels, is aan geen van-deze twee Re-ligiën eige en byzonder ; maar wordzonder onderscheid gedaan door de aan-hangers van die bcyjc, en word door-gaans by alle japoneescrs aangezien als‘een verzekert-' middel om geluk in deze,en zeegen in de toekomende waéreld teverkregen. Maas de eerste die naar Isjegeschied, zal het voornaam onderwerpzyn van dit Hoofdstuk.

Bedevaart Sanga , na den letterlyken zin van hetnaar Je ’ woord, is zo veel te zeggen , als denOpgang naar den Tempel , en moet alleen-

Desselfs lyk worden verstaan van den alleruyt-naamen. muntendsten Tempel van Tenfio Dai Sin,of 7 ensio Ko Dai Sin , dat is volgens de

letteflyke betekenis van de woorden,groote Erf-Keyzerlyke Godt van HemeljchlStam.

Deze Tenfio Dar Sin is de grootste vastalle de Japansche Goden, en ’t eerste est’t voornaamste voorwerp van der Sintorsten Godsdienst ; om welke reden zystTempel ook genoemt word Dar Singtt,dát is de Tempel van den grooten Godt jwant Dai betékent groot, Sin en Catéeen Godt, een Geest of onsterstèlykeziel, en Gu , zaamengevoegt met de-ze woorden, een Mia, dat is, een Terti-pel of Heylig gebouw , opgerecht tereeren en ter gedachtenis van een Godtof onsterstèlyke Geest, ’t Gemeen noemthet Isje Mia, of de Tempel van Isje,n aeene Provintie van dien naam, in welkeze staat. Aan dat Landschap word eenebyzondere ende ongemeene Heyligheidtoegeschreven, om dat Tenpo Dai Sin , mhet zelve was gebooren, leefde en stierf,van waar zy ook den naam, Isje , afley-den. ^

Volgens ’t verhaal der geene die der- ^waarts geweest zyn om den Tempel tezien, legt ze op een ruym pleyn, en iseen droevig slecht laag houten gebouw,bedekt met een laag, plat, rietdak. Mestwend ongemeene zorg en vlyt aan, omze te behouden, gelyk ze gebouwt wierdin’t begin, op dat ze zy enblyveeesteeuwig gedenkteken van de groote ar-moede en behoeftigheid hunner voorou-ders, de stichters van den Tempel, ofvan de eerste menfehen, gelyk zy ze noe-men. In het midden van den Tempelis niets dan een spiegel, van metaal g e 'goten en gepolyst , op de wyze van h £tland, en sommige stukken gesneden pa'pier langs de muuren opgehangen ; b e jspiegel is daar gezet, als een zinnebeeldvan het alziend oog van dezen grootestGodt, en van zyne kennislè van all eSwat in ’t binnenste van ’t hert omgaar 1het gefoeede wit papier strekt om [Cvertonnen de zuy ver heid der plaats, elJom de aanbidders in gedachten te bremgen, dat zy niet voor hem behooreo tCverschynen, dan met een onbevlekt h& teen een zuy ver lichaam. Deze voornamme Tempel word omringt, door bp nhonderd kleine Kapellen, ter eerest ^de mindere Goden gebouwt, dev' e .

1