VAN JAPAN. IÎI. Boek. IV. Hoofdst. i6í
Geinig anders van een Tempel hebben,dan !het bloote fatsoen , zynde voor ’t mee-! 'endeel zo laag en klem, dat een menschdezelve naauwelyks kan over eindkaan. Yder van deze Kapellen wordbedient door een Camji of waereldlykePriester, van de Sintos Religie. Dichtby den Tempel en de Kapellen wavenZeer vcele Nege, Heeren of Officieren vanden Tempel en laye, gelyk zy zich zelvenook noemen, dat is Enangelisten of Bood-schappers der Goden , die huyfen en ver-stekken hebben, om de reyzigers en dePelgrims te huysvesten. Niet ver vandaar legt een Stad of liever een grootePurgt, van den zelfden naam als deTempel, die bewoont word door Her-bergiers , Drukkers , Papiermakers ,boekbinders , Kabinet en Schryn wer-kers , en diergelyke handwerksluyden,Melker werk en bezigheid eeoiger maateopzicht heeft op den Heylige Koophan-del , die op deze plaats gedreven word.
. De rechtzinnige Sintoisten gaan eens, j 11 ’t jaar , of ten minsten eens by hun- Even in Bedevaart naar Jsje. Ja zelfboud men ’t voor een noodzaakelykeplicht, die op elk trouw voorstanderdes Vaderlands legt, welke Sekte of Re-hgie hy anderzins ook aankleeven mag,en ook voor een opentlyk merktekenvan eerbied en dankbaarheid , ’t welkeen ygelyk behoort te bewyzen aan Ten-Jto.Dai Sin , zo niet al, als aan den Godten Beschermer van de Natie, ten minstenevenwel, als aan desselfs grondlegger enbersten voorvader. Maar behalven datx y het aanzien als een plicht, zyn’erv eele merkelyke voordeelen, dewelkeSelyltzy gelooven,den geenen aangroeyen,
, le in bedevaart deze Heylige plaatsen^Zoeken : by voorbeeld, quydtfchel-. ln g en verloílìng van zonde , verzeke-p ê etl van een gelukkige staat in de toe-, tstende waereld , gezondheid , ryk-tvd^i’ ceram pten en kinderen en anderehet h Ce Zee gcningen in dit leven. Om* ie ö ygeloovig gemeen te houden in de-f> e j °? r deelige bevattingen , word yderslec fm, door de Camps beschonken,b ct J ts een kleine erkentenis daar voorn 0e est( l e , met een Ofarrai ,gelyk zy’tZy n , eri , dat is, een groote Reinigmaking ,Jn it n C . a ' s een openbaar en ongetwyffeltVa n de vergeving en quydichel-öbbyner zonden , aan hen door dezeacte verzekert en verzegelt.Zy n 1 S el Y k 'veele menfehen niet in staatkn ’ ,° m ^eze in persoon te Isje te haa-getis C 'V à zy niet kunnen van we-V; U) z,ekte , of hoogen ouderdom , ofvegen hunne ampten en bedienin-
gen by den Vorst, of van wegen eenigeandere gewigtige oorzaak , zo is daarvoor zorg gedragen , om hen Zulkengrooten en zonderlingen zeegen niet telaten ontbeeren, maar hen daar van aanhun eyge huyicn te voorzien. Veele derBudsdoisten doen Bedevaarten naar dezeplaats ten minsten eens, zo niet meer-maalen in hun leven, al zoude het slechtszyn om den naam te hebben onder hun-ne landslieden , van een oprecht voor-stander des vaderlands te zyn. Dochdaar zyn ’er evenwel noch veele, die ’thuys blyven, en meenen dat het genoegis, tot rust en vrede van haave confeien-tien, om buyten de jaarlykfe aflaaten enquydfcheldingen van hunne eige Prie-sters , de Ofarrais van Isje te koopen,van waar ’er jaarlyks eene zeer grootemenigte verzonden worden naar alle degedeeltens van het Ryk.
Deze Beedevaart geschied in alle ge- Geschiedtyden des jaars ; maar de grootste toe- aiIe V-vloed van menfehen derwaards, is in de het jaandrie eerste maanden , Maart , April enMay ) wanneer de tyd van ’t jaar en ’tfchoone weer, de reys zeer aangenaamen vermaakelyk doed zyn. Menfehenvan allen rang en hoedanigheden, rykeen arme, oude en jonge , mannen envrouwen trekken derwaards ; de Heerenalleenlyk van ’t hoogste aanzien, en demagtigsten Prinslèn van ’t Ryk uytge-zondert, dewelke daar zelden m persoonkomen. Alle jaar word derwaards in deeerste maand, een Gezantschap van denKeyzer afgèvaardigt ; op welken tyd,insgelfks een andere Ambassade gaat naarMiaco, by den Geestelyken Erf-Keyzermet groote geschenken. De meeste Vor-sten van ’t Ryk volgen ’s Keyzers voor-beelden. Wat de Pelgrims betreft, diederwaards gaan in persoon , dien staathet vry de-reys te doen zo als zy willen;machtige luyden doen het op hunne eigekosten in draagstoelen ofte paard, meteen gevolg overeenkomende met hunstaat. De arme menfehen gaan te voer,levende op de aalmossen welke zy langsden weg beedelen. Zy dragen hun bedmet zich op den rug, zynde een opge-rolde strooye mat , en zy hebben eenPelgrims-staf in haare handen, en aan Pdgrims-haaren gordel een emmer , uyt welke Weeding,zy drinken , en waar in zy de aalmoes-fen der liefdaadigen ontfangen, hunne hoe-den afnemende, zeer gelykende na deEu-ropisohe manier. Deze hoeden zyn zeergroot , gevlochten van gesplitst riet.Doorgaans ziet men op hunne hoedenen emmers geschreven hunne naamen,geboorte en plaats van waar zy gekomenX zyn,