Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
166
JPEG-Download
 

i66 DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS

moeten eens in ’t jaar een Bedevaart doen 1 yder een byzondere naara en beduydmgnaar het graf van hun stichter op den top ; heeft. Deze zyn,van een hoogen berg in de Provintie ! Wakisafi een zwaard van Fudost welk

■i/-

Jostsyno , dewelke om dilelfs hoogte , zy dragen aan hun linker zyde in denword genaamt Omine , dat is de kruyn ! gordel gestooken. Dit is iets korter danvan den hoogen berg. Men zecht dat ' een Katarna , en in een platte scheedehet boven op dezen zeer vreeflclyk koud bewaart,is; de hoogte en steilten dezes maken deopldoutering niet min gevaarlyk , danvan den voorgemelde. Zo ymand zich deze

de 1toe )' 1

Rangen enTytels vandé Jam-mabos.

Haare

Kleeding.

reys mocht onderwinden , zonder alvo-rens zich behoorlyk gereynigt en daartoe bereidt te hebben , zou hy gevaarloopen ván de ystyke styltens neer ge-ploft , en m stukken gemorflelt te wor-den , of ten minsten door een quynendeziekte, of eenig ander aanmerkelykerampspoed zyne vermetelheid moeten be-malen , en de smaad der vertoornde Go-den op zynen hals haaien. En niet te-genstaande alle deze zwarigheden en ge-vaaren, moeten alle persoenen die zichin een van deze beide ordens begeven,deze reys eens ’sjaars ondernemen. Totdien einde bevoegen en bequaamen zyzich zelf dooreen voorafgaande dooding;uyt welken hoofde zy zich eenigen tydmoeten onthouden by haare vrouwen teleggen, van onreyn voedsel , en anderedingen, door welker gebruyk zy eeni-gerley onreynheid mochten krygen, enhoe gering het ook zyn mocht, latenzy nooit na , van zich menigwerf tewasschen en te baaden in koud water.Zo lang als zy op reys zyn, mogen zyniets anders nuttigen, dan wortels enkruyden die zy op den berg vinden.

Indien zy behouden ’t huys komenvan deze gevaarlyke reys , begeven zyzich aanstonds yder naar den Generaalvan hunne orde, die zyn verblyf houdttot Mïaco , doen hem een klein geschenkin geld, ’t welk zy, indien ze arm zyn,moeten beedelen, en ontfangen van hemeen eerlylcer tytel , en een hoogerwaardigheid , welke eenige veranderingmaken in hunne kleeding , en hun aan-zien vermeerderen, ’t welk de broedersvan dezelve orde aan hen moeten bewy-zen. Zo ver is’t ’er vandaan, dat destaat en eerzucht zoude gebannen zyn,uyt deze Godsdienstige Broederschappen-want dus gaan zy allengskens op, zeerna op dezelve wyze en in dezelve order,als in.de Maatschappy van de Blinde ,van welke ik op ’t einde van dit Hoofd-stuk zal spreeken.

De Gecstelyke van deze orde dragende gemeene kleeding der waereldlyke, perlbonen, met 'eenige bygevoegde ver-derfden , voorgeschreven door de wettenen instellingen van de orde, van welke

Sakkudfto een kleine staf van den GodDfifo met een koper hoofd, aan ’t welkvast gehegt zyn vier kopere ringen. Zyratelen met dezen staf in haare gebeden»wanneer zy zekere woorden spreeken.

Foranokat een groote schulp die ontrenteen pint water houdt, en omwonden isgelyk een trompet , glad, wit, metschoone rode vlakken en streepen. De-ze word voornamentlyk gevonden om-trent Array by laag water. Deze hangtaf van haaren gordel, en dient hen mstee van een Trompet, zynde ten dieneinde een pypje daar aan gemaakt, door’t welk zy blaazen wanneer ’er rcyzigersaankomen , om aalmoeslèn van hen tevraagen. Ze luyden ontrent gelyk dehoorens van de koe-weiders.

Dfusukake een gevloekte koord ofscherp met franjens aan het eind ; zydragen die om den hals. Door de lengtevan dezen scherp , gelyk ook door hetfatsoen en grootte der franjens, weet mentot welke tytels en waardigheden zy dooi'hunne overstens zyn verhoogt.

Fokt een muts, of hoofd-huldiêl, ’twelk zy op hun voorhoofd dragen ;dit is eigen aan sommige alleenlyk onderhen.

Ojt een zak, in welke zy hebben eenboek, eenig geld en laken. Deze dra-gen zy op hun rug.

Jatzwwono warandzie , zyn hunne schoe-nen, of zooien zonder overleer, welkegevlochten zyn van stroo en de steelenvan de Tarate Bloem, welke plant in ee-ne byzondere achting van Heylighei^onder hen is. Zy dragen die, inzonder-heid op hunne boetvaardige Bedevaartennaar de toppen van de twee boveng e 'noemde Heylige Bergen.

Iza Taka no Djtufu is haar gebedeket-ting of Paternoster , door welken zy hun-ne gebeden opzeggen. Ze is gemaakt üfruuwe balletjens. De uytvinding en’ cgebruyk derzelve is van een laater inst e |'ling dan de orde ; weshalven van dezel-ve niets vermeld word in desselfs stat 11 'ten of wetten. ( Deze Paternojlers wet ee'nige andere zyn te zien mtder de verderftvan de achtste tafel, of van de Kaart ntJapan.) .

Kongo Dfije een dikke sterke stok,

een zeer nut wcrktuyg op' de reysde gemelde Bergen.

P*

!