Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
178
JPEG-Download
 

i 7 B DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS

gronden van een goede en voorzichtigeRegeering ; en Sin handelt van een vrygewiste en oprechtheid des herten. Zystemmen niet toe in de verhuyzingender zielen , maar gelooven een AnimamMandi , een algemeene ziel , geest ofmacht, verspreidt door de geheele wae-reld, dewelke alle dingen bezielt, welkede verstorvene zielen weer aanneemt,(gelyk de zee alle de Rivieren en Stroo-men van alle de gcdeeltens des aard-kloots in dezelve vloeyende weer ont-sangt) als in eene gemeene ontfanger ,endezelve, als, weder zonder onderscheidlaat uytvloejen, om andere schepselen tebezielen. Deze algemeene ziel verwar-ren zy met het opperste wezen, aan heteene toesehryvende dezelve Goddelykehoedanigheden, die alleen aan het anderbehooren. Zy gebruyken dikwils hetwoord Ten , Hemel of natuur, in din-gen , die onmiddelyker ons leven en on-ze werken raaken. Aldus danken zyden Hemel en de natuur voor hunneIpyièn en levens behoeftens. Sommigeonder hen met welke ik verkeert heb ,stonden toe een onbegrypelyk en on-lichaamlyk wezen , maar alleenlyk alsregeerder en bestierder, en niet als denoorfpronk of maker van de natuur; jazelf, zy wenden voor, dat het een uyt-werkfel is van de natuur, voortgebrachtdoor In en Jo, Hemel en Aarde, d’eenwerkende, d’ander lydende, d’een ’t be-gintzel van de schepping , d’ander vande bederving. Op dezelve wyze verklaar-den zy ook eenige andere werkendekrachten van de natuur geestelyke we-zens te zyn. Zy stellen de waereld eeu-wig te Zyn, en dat de menfehen en die-ren voortgebracht zyn geworden doorIn > , de Hemel en de vyf aardfche'Hoofdstostèn. Geen Goden toestemmende,zo hebben zy ook geen Tempels, nochhuyzen van Godtsdienstpleeging. Hierin evenwel komen zy over een en stem-men toe in de algemeene gewoonten enconstume van ’t land, dat zy de gedach-tenis van hunne overledene Ouders envrienden vieren , ’t welk geschied doorallerley soorten van fpyzen, raauw engekookt te zetten op een Biosju , gelykzy het noemen, of tafel voorbedachtelykgemaakt tot dit oogmerk ; door’t brandenvan kaarden voor haar; door neer te buy-gen tot der aarde als of ze noch in levenwaren; door maandelykfche ofjaarlyk-sche maaltyden , by welke genodigtworden de na maagen en vrienden vanden overledenen , die alle gekleedt komenin hunne beste gewaaden , en zich driedagen te vooren als ter voorbereyding

wasschen en zuy veren; geduurende welkentyd zy zich onthouden by haare vrou-wen te flaapen , en voorts van alle on-reine dingen ; en verder door veele an-dere tekenen van achting en dankbaar-heid. Wat de begraaving hunner doodenbetreft, zy verbranden dié niet, maarhouden het lyk drie dagen, en leggenhet dan op den rug in een kist met hethoofd iets hooger , volgens de Europi-fche wyze. Somtyds word de doodkistgevult met fpeceryen en welriekendekruyden , om het lichaam te bewaarenvoor verrotting, en wanneer alles vaardigis, verzeilen zy het naar het graf, estbegraaven het zonder eenige verdereplechtigheid.

Deze Filoibofen staan niet alleenlyktoe de Eyge zelfs Moord , maar zien de-zelve aan als een helden en ten hoogstenpryswaardige daad , en het eenig eerlykmiddel om te verhoeden een fchandelykedood, of om voor te komen het vallenin de handen van een overwinnendvyand. .

Zy vieren geen Feestdagen, en willengeen achting bewyièn aan de Goden vanhet land, dan een gemeene beleeftheiden welgemaniertheid vereisschen. Deoefïèning van deugd, een vry gewiste,en een goed en eerlyk gedrag is ’t al watZy beoogen. Men verdenkt hen zelfsvan in ’t geheim de Christelyke Godts-dienst toegedaan te zyn; om welke re-den , na dat de gemelde Religie ten ee-nemaal door ’t kruys en ’t vuur uytgc-roeit,en bequaame maatregelen genomenzyn, om voor te komen dat zy ooit her-leeve, hén ook bevolen wiera, elk hetBeeld, of ten minsten den naam van eestder Goden , die in ’t land aangebedenworden, in hunne huyièn te stellen, opeen zichtbaare en eerlyke plaats, met eenbloempot, en reukvat voor het zelve.Doorgaans verkiezen zy Quanvson ofAmida , welker afbeeldsels zy na de ma'mer van het land plaatsen achter dehaartsteede. Sommige hebben daar be-nevens uyt hun eige vrye keure de Bhfi 1m haare huyièn, of anders den naam vanden een of den ander geleerden Man. 1°haare openbaare ichoolen is opgehangende fchilderey van Koof of Confut'm 5 -Oudstyds was deze Sekte zeer talryk-De kunsten en wetenschappen wierdendoor haar aangequeekt en verbetert, en’t grootste gedeelte van de natie beleeddezelve. Maar die onvergelykelyke vet'volging van den Christclyken Gods-dienst , verzwakte dezelve zeer groots'lyks, en zedert dien tyd is ze altoos aí'genomen en vermindert ; de gtoote

streng'

11 ^tosti

ve»"

isé