Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
214
JPEG-Download
 

3.14 DE B ESC HR Y VING EN GESCHIEDENIS

schcn Zes Bloembedden, welke te gelykmet een groenen Boom door Jongens opde plaats wierden opgetrokken. Negenandere Jongens even cens gekleedt, elkgewapent met twee Degens en eenSnaphaan, dansten den boerendans.

5. Uytkomst. Een Berg gedragen opmenfchen schouders , een Fonteyn meteen Wandelplaatsj omheen, een groot Vat,en een Huys, wierden verscheidend ykop de plaats gezet. Toen begonden tweegemaskeerde Reuscn, met vreeslèlykegroote hoosden, verbeeldende eenigeFotoge, of Indiaansche Godheden , tedansten. Daar op quam ’er een derde,van noch een veel yslyker gestalte uyteen Berg te voorschyn, zynde gewapentmet een groot breed Zwaard. Dy wierdgevolgt door twee Chinecscn, uyt denzelven Berg springende (die na allenschyn zeer klein was, ) te zaam met deReuièn danssende. Na eenigen tyd ge-danst te hebben, sloeg deze vreestelykegroote Reus het vat aan stukken, uythet welke een kleine Jongen, zeer fraaygekleedt, voortquam die na een deftigelange aanspraak, welke hy op een zeeraangenaame lieftalige wyze uytbracht,met den grooten Reus alleen danste.Terwylen deze hier mede bezig waren,quamen 'er drie Aapen levensgrootte,met hoosden als een Reebok , uyt deFonteyn opspringen , op de Wandel-plaats rondom dezelve heen, en maakteneen dans, dien van den Reus en denJongen, nabootsende. Dit geschied zyn-de, ging elk weer naar zyn plaats, endus eindigde deze vertooning.

6. Uytkomst. Een ronde ChineescheTriomfboog , Land-Huys, en Hof.Een dans van tien Jongens gewapent,en gekleedt in Tabbaards gevoert metgeel groen en blaauw, met een byzonderstag van Broeken aen. Een Harlequintusschen haar in springende, en pratende,om het volk te vermaken. De uytkomstwierd hestoten door twee danstèrs in eenvreemde kleeding, die quamen uyt denHof uytdanstèn.

7. Uytkomst. Een Berg met Bamboesen Denneboomen op dezelve groeyende,gelyk mede twaalf bloeyende Boomenelk van een verschelde soort, zeer na-tuurlyk vertoont,wierden verscheidend-lyk getrokken dwarfch over 't Toneel,gevolgt van een talryken treyn volksheerlyk uytgedost. Daar na verschenentwee Persoonen in ’t wit gekleedt, enacht andere in ’t geel, danslènde en spee-lende op klokken. Kort daar na quamendaar by zeven andere , met Bloempot-ten op hunne hoofden danslènde.

8. Uytkomst. Het prachtig gevolg vaneen Prins reyzende met zyn Zoon, zeefnatuurlyk door Jongens vertoont en af*gebeeldt.

9. Uytkomst. Een groen Huys geplaatstop ’t midden van ’t Theater ; voor ertrondom het zelve dansten tien Jongensin zwarte kleederen, met fraaye broeken*elk met twee Degens voorzien. Zydansten eerst met Bloemen in hunnehanden, en daar na met Degens, Pylesten Pieken. Zy wierden afgelost in haaredansten door eenige snaakfche tusschenbeyde spreekers. Eindelyk quamen hun-ne knechts met dooscn op hunne schou-ders in springen, en dansten onder haarin , waar mede deze uytkomst beslotenwierd.

10. Uytkomst. Een Toneel geplaatstnaby een Berg met boomen begroeyt.Een gewapende Jonge, in ’t zwart en’tgeel gekleedt , verscheen op het Toneelspreekende. en danslènde omtrent dentyd van een half uur, midlerwyl quamen’er acht Jongens op, in bonte gekleurdekleederen met tusschen beide geweevebloemen, een dans aanrechten , eerstalleen , daar na in gezelschap met eenander Persoon, en met een Aap , dieter zelver tyd uyt den Berg quam in-springen.

11. Uytkomst. Een fraaye welgemaak-te jonge springer, voor wien gezet waseen Tafel,een soort van een stellaadgie,aan de eene zyde opgaande met achttrappen , en aan de andere met achtafgaande, dwarfch over het stellaadgiewas gelegt een holle Bamboes, en eendeur, met een rond gat aan de boven-kant, ’t welk niet meer dan derdehalvespan lang was in de middelstreep. Dezeknaap deed verscheide verwonderlykestukken , van welke sommige na myngevoelen niet de minste, waren : als eer-telyk , hy lag plat op de Tafel, of opZyn buylt of op zyn rug , en sprongmet een verbaascnde behendigheid h 1een oogenblik op zyne beenen.

ging op Stelten de eene trap vanStellaadgie op, toen over de holle B^ 11 'boes, en zo de andere trap op stelso 1Weder af. Op de tusschen wydte va**ontrent drie vademen lengte sprong h/door ’t gat in de bovengenoemde deut»niet tegenstaande de kleinte deszelfs , c!lde grootte van den hoedt, dien hy t° £{lop ’t hoofd had,dewelke merkelyk br#'der was, dan de middelstreep van h egat.

12. Uytkomst, Verscheide zeer g r ° ot ^Werktuygen, naauwkeuriglyk veíí ^° íl .nende zo in grootte als kleur, de