VAN JAPAN.
ren aan ten meesten profyten. Het GoudVan ’t Land wierd geruylt tegen Euro-Haansche en Indiaansche Fraajigheden,Geneesmiddelen, stoffen, en andere din-gen van denzelven aardt. Alle jaarenkierden meer dan drie honderd tonnenVan dit kostelyke Metaal uy T tgevocrt,Vvant in dien tyd hadden zy volkomenVryheid om in en uyt te brengen, welkeGoederen,en in welken menigte zy wil-d en. In dien tyd van haare aangroeyendegrootheid brachten zy hunne GoederenGrinen, met groote Schepen, maar in ’tVe rilappen van hunnen Handel, quütnen*y alleenlyk dcnvaards met Galliooten,gclyk zy ze noemen, of kleinder vaar-Gygen. " In ’t eerst liepen zy in de Haa-Ve «s van Bungo en Firando. Toen qua-Grn zy alleenlyk naar Nagasaki. Düs won-■ Iïen zy ten minsten honderd ten honderdPP de ingebrachten waaren, eil niet wei-ni gopdegeene,die men uytvoerde. Menslooft , dat indien de Portugeden denHandel fléchs twintig jaaren hadden mo-§ en behouden op dert zelfden voet, alsJy Zc eenigen tyd dreeven, zulken ryk-oommen zouden zyn uytgevoert gewor-den Uyt dit Ophir naar Macao , en datdaar zodanige
zou
geweest
SS
^ overvloedt _ 0 _
z yn van Goud en 'Zilver, als de Heyli-ge Bladen melden, dat ’er binnen Jéru-salem was ten tyde van Salomon. Het isonnodig hier ter plaatse op te stellen allede byZonderheden van hunnen Koop-handel , en ik oordeels te kunnen vol-staan met te zeggen , dat zelfs de laatstejaaren dat zy tiaar Japan reisden * toen hunHandel in ’t grootste verval was, dat is]1 1’t jaar 1636. 2,350. kisten met Zilver,df 2.350000. Thails , bchalven 2.87. Por-tugeefen met hunne vrienden en huysge-•j'-rnnen aan boord vati vier Schepen ge-acht wierden van Nagasaki naar Macao.n ’t jáár 1637. brachten zy goederen in,voerden uyt het geld ter waarde vanH 42-365 Thails 4. en 1. aan boord vanö es Schepen;en in ’t jaar. 1638. ter waar-j®, Va n 12.5902,3. Thails, 7. en 3. alleen-p «iet twee Galjöoten. Ên ik heb aan-tftekent gevonden , dat zy weinige jaa-^ te Vociren met een van haare kleine1 c hepen weggezonden hebben meer dan°«de r d tonnen Gouds,b Vee le geloofwaardige Japoneefen heb-t>n n . ’«y dikwils verzekert , dat troslieid. ln haaligheid in de eerste plaats veelst e gcbracht hebben tot den val der Por-erwfk' 1 ’ âe trotsheid onder de Groote,p. e tnhaaligheid of baatzucht onder deg Jeene brachten zeer veel toe om dee de Natie gehaat te maken. Dele «W bekeerde Christenen zelf waren
IV. Boe‘k V. Hoofdst. 2,2,3
verbaast, en wierden onverduldig, toenzy zagen , dat hunne Geestelyke vadersniet slecht doelden op de zaligheid hun-ner zielen, maar ook het oog hadden opliun Geld en Goederen, en dat de Koop-lieden zich van hunne Góederen op eenzeer woekerachtige en onredelyke wyzebedienden. De aangroeyende rykdom-men, en de onverwachte voorspoed inde voortplanting van ’t Evaiigclium ,maakten beide, Geestelyken eri Leeken,zeer opgeblaalen. De Hoofden der Gees-telyken dachten het berieden huri waer-digheid langer te voet te gaan, in navol-ging van Christus, eri zyne Apostelen.Niets kón hen voldoen , óf zy moestenover al gedrageh worden in statelykeStoelen, nabootsende de pracht vari denPaus eil zyne Kardinaalcn te Romen. . Zystelden zich niet alleenlyk even hoog inrang met de Grootsten van ’t Ryk,maaropgezwollen door Geestelyke hovaardy,verbeeldeden zy zich , dat een hoogerrang zelfs niet meer was dan hen toe-quam. Het gebeurde op zekeren dag,dat een Portugeefch Biflchop op denweg ontmoette een van de Raadsheereiivan Staat op reys zynde naar ’t Hof. DeHoogtrioedige Prelaat wilde niet bevelenzyn stoeldragers stil te staan , om daaruyt te komen, om zyn eerbied aan de-zen grooten aanzienlyken Raadsheer tebetöonen, gelyk het de gewoonte in datLand is, maar zonder hem ééns aan tezien, ja zelfs zonder hem de allerminstetekenen van biirgerlyke beleefdheden tebewyzen, gebood hy zyne knechts zeerverachtelyk om hem voorby te dragen.Zodanige onverzichtige stap, daar en bo-ven zo strydig met de zachtmoedigheiden nedrigheid, welke deze Heeren bely-den, en daar benevens op een tyd, wan-neer de Portiigceièn reeds het meeste ge-deelte van die achting en gunst, waar inzy te vooren waren , verlóren hadden,kón niet anders dan verzelt wordendoor doodelyke gevolgen , ten aller-hoogsten nadeelig voor Het belang varide geheele Natie. Deze Staats-dienaar,verbittert over zulk een merkelykenhoon, droeg van dien tyd af, deri Por-tugeeíèn eenen doodelyken haat toe, enin zyne grootste en billyke vertoornt-heid, deed liy zyn beklag aan den Key-zer zelf, met zódanigen haatelyken schil-dery van de moedwilligheid, trotsheid,en laatdunkentheid van deze Natie, de-welke niet anders dan des Keyzers hoog-ste ongenaade op liaarcn hals moest tej weeg brengen. Dit gebeurde in’t jaarÎ596. In ’t volgende jaar begon de ver-volging der Christenen op nieuws; zes
en