Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
238
JPEG-Download
 

rz8 DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS

Artykelendie beiwo-ren moe-ten wor-den.

ge bloed , met ’t welk de Eedt vollco-mentlyk is bekrachtigt geworden.

De Artykelen dus getekent en plech-tiglyk bezworen verschillen in getal, enin gewicht der zaaken, na de Persoon isdie Eedt doed, na den aardt van zynAmpt, en de uytgestrektheid van demacht waar mede hy voorzien word.

Zy kunnen in drie soorten wordenverdeelt ; De eerste en meeste van ge-wicht, welkers overtreding ook op deallergestrengste wyze gestraft word, wordgetekent en bezworen, door den Óttona,den eersten Tolk, zyne Afgezonden, enLeerlingen, als vermoedelyke Opvolgersin zyne bediening. Zy vernieuwden denEedt alleenlyk by de aankomst van eennieuwe Stadsvoogdt, die dezelve in Per-soon afneemt in zyn eige Paleis, latendede Persoenen die den Eedt zullen doende woorden niet herhaalen, noch hunnedríe vingeren opsteken, noch hunnehanden leggen op eenig Heylig Boek,gelyk de gewoonte is in sommige Euro-pische Landen , maar door haar de ge-melde Artykelen te doen tekenen, methun Bloed en Zegel, gelyk boven ver-haalt is. De Artykelen van ’t tweedesoort, die van minder belang en gevolgzyn, worden op dezelve wyze getekenten bezworen door het geheele gros vanonze Tolken, Koks, Bedienden van on-

woordelyk voor de Knechts die tot b& rcbediening behooren, en laten hen eenbyzonderen Eedt doen , waar onderhun Zegel, maar niet hun Bloed moetö 1zetten. _ ^

De Argwanende en Yverzuchtig 5 ^^Overheid, ís gansch niet te vreeden, dal

onze Bedienden en Knechts van ’t tw#' ^

,r

ze Trelorie, de Secretarislèn en Klerkenvan ons Eylattd, de Kulimajiers , of Op-zienders over onze Arbeiders,en door de

g machtigden tot het bezorgen van onzetwaaren. Deze alle doen den Eedt inhanden van den Ottona en van den eerstenTolk, in den Tempel Anfenfi , van deSekte Ten Dat, als de geWoorte plaats vaiihunne byeenkomsten. De Artykelen van’t derde soort en van de minste aangele-gentheid , worden befwooren door alleonze Dienstbooden , en minder Bedien-den, door de Jongelingen , welke menvergunt om ons op te passen, door deArbeyders en Handwerksmannen, dieiets met ons te verrichten hebben, en dieden Eedt alleenlyk afleggen in de tegen-woordigheid van den Ottona, en in zyneigen Huys. Deze laatste Eedt, als ge-daan wordende door geringe, jonge, enslechte menfehen > word ook niet vol-doenende geoordeelt tot dat einde, waartoe ze afgelegt word , w eshal ven ydereen van deze gehouden is een goed eer-]yk Huyshoudend Man in de Stadt opte zoeken,die borg blyft voor hun goedgedrag, en die aanfprekelyk en (verant-woordelyk is voor hunne misdryven.Jnsgelyks zyn, de Gemachtigden tot hetverzorgen van Spys en Drank, verant-

de soort maar eens ’s jaars den Eedt doefl'Neen dezelve moet ten minsten tweemaalin ’t jaar vernieuwt worden ; eerst ofl'trent het begin van ’t jaar, op den tydwanneer zy die plechtige daad verrichtenvan te trappen op het Beeld van onzenGczegenden Zaligmaker hangende aanhet Kruys, op dat van de Maagd Mar 'then op die van andere Heyligen als eenopenbaar en ontwyffelbaar bewys, datzy voor eeuwig de Christelyke Relig* cafzweeren. De tweede reys neemt menze hen af, na de aankomst van onzeSchepen in de Haave, en dit ten einde,om hen te binnen te brengen, de plech-tige verbindteniflèn waar onder zy leg-gen, en hun haat tegen ons te vernieu-wen. De Persoonen die ons moeten ver-zeilen op onze reys naar ’t Hof, moeteneven voor hun vertrek een Eedt doen,op de boven gemelde plechtige wyze be-lovende, dat zy ons onder een gestrengetucht zullen houden , en een waakfaamoog hebben op ons gedrag, zo lang alswy op reys zyn , en dat Zy ons geenebyzondere blylcen van vriendschap zullenbewysen, noch zich in eenigerley soortvan gemeenzaamheid met ons inlaten. fBehalven alle de gemelde Artikelen,^die zo plechtelyk beiworen worden,zyn ^’er verfcheide andere Orders gemaakt,en afgekondigt door den Ottona, en opsommige Plaatsen van ons Eyland aafl'geplakt, welker voornaamste inbond is»om de geene, die toegelaten zyn eenig 5gemeenschap met ons te hebben, te ofl'derrechten , hoe zy zich zelf hebben t®gedragen ten aanzien van ons,en ontrefl 1de afdoening van onze zaak, zo lang $zy te Dejima blyven. Vyf zodanige Of'ders zyn ’er aangeplakt, ten tydeonze verknoping, aan den ingang vanh^Huys van den Ottona , alwaar hy geduU'rende den Somer woont. De eerste N'treft de onderzoeking van onze Gocd e 'ren die ín of uytgevoert worden. ^aangestelde Onderzoekers , ontfangp 11van den Ottona de nodige onderrecht^gen, en een Lyst van alle de verbosGoederen , waar na zy zich zelvefljrichten hebben. Een Plakaat vanGouverneurs raakende het gedrag ^zodanige Persoonen, die geduurendcverknoping in of uytgaan van het

/