VAN JAPAN
!® laten klaar maken. Te vooren wa-rcn aan den eersten Kok toegelegt zes,aan den tweeden vier, en aan den derden?rie Thails yder maand. Maar zedert hetjaar 1674 zyn wy op bevel der Gouver-neurs genootzaakt geworden aan den eer-sten te geven in ’t jaar 150 Thails, aanden tweden 130 en aan den derden 100,tynde ontrent eens zoveel dan te vooren."aar zyn behalven deze noch eenige an-dere, die nu en dan een geringen diensttot onze keuken toebrengen, zo als eenHovenier, een man die op ons vee past,(hoewel ’t getal zeer klein is, en vanie er weinig nut voor ons , om dat de^annetjens gemeen!yk vergeven, ofbyoacht de beenen gebroken worden, omv °or te komen dat zy te veel vermenig-vuldigen , ’t welk zy vreescn, dat icha-d^lyk zou zyn aan de Gemachtigden voor°nze Eetwaaren) en verschelde andere ge-tinger Bedienden. Wordende dit by het«echter soort van volk in Naga/aki ge-houden voor een klein prosytje , waar intdk een op zyn beurt blyde is deel téhebben; deze Knechts worden alle maand^gelost door andere uyt yder Straat vanNagasaki , maar de voornaamste reden,Waarom zy dezelve zo dikwils verwistc-j en , is, om dat zy vreesen , indien zy«nger tyd by ons bleven, zy te gemeen-mm met ons zouden worden , en ons
en àrest miflèhien te meerderbegunstigen.
Uyt een byzonderc gunst, word aan' de Nederlanders toegelaten eenige kleineJongens te hebben , om haar by dag opte passen. Deze worden ingetekent inhet Boek van den Ottona als Boodschap-pers. Gemeenlyk zyn zy kinderen vande Onder-Tolken,en van andere Bedien-en van ons Eyland , die zich by dezeS e ‘ e gentheid van de Duytschc Taal tet eien , bequaam maken, om met 'er tydUnne Vaders op te volgen. EvenwelC a gen zy zorg, dat zy in onzen dienst^blyveMan zo lang als men ze nochcrllyt als eenvoudig en onkundig in dentaat en ’t waare belang van hun Land,anders zolang als het den Ottona goed-Zo a hen verlof te geven, doch nooit"der genoegfame versekering en borg-^ onder Eede, van een eerlyk In-Verlv^r Van Nagasaki , dié zich zelf, ö mdt verantwoordelyk te zyn voordo^ a,Uaa d gedrag. Dit recht moet menJ* aa n deze Jongelingen, dat menu\vlyj^ S eenige Natie inde waereldee i Vaardigheid zou vinden om te doenat hen bevolen word, noch ook geen& r °ot er getrouwheid in de bewaring der^deren , die hen door hunne Meestershertrouwt worden.
IV. B O EK IV. Hoofdst. 7
Eyndelyk, men laat polc eenige Hand-
werkslieden en Kunstenaars
Hand-
werks-van ver- Liecler ,
scheide Gildens toe, om, gevraagt wor-dende , op ons Eyland te komen, voor-behoudens dat zy verlóf daar toe hebbenvan dé Gouverneurs, ’t welk yder reysdat men dezelve vordert, moet gevraagten verleent worden. Zy verdeelen devoordeelen met de andere van ’t zelveAmbacht , en daar en boven om in degunst te staan van den Ottona , en vartonze Tolken , als de voornaamste Be-windsmannen van onze zaaken, doen zyaan hen eens ’s jaars een Geschenk.
Daar zyn verscheide Bedienden diédeel hebben in de bestiering van óns Ey-land en van onzen Handel , aan welkehet om deze reden geoorloft is, om byons te komen, en met ons te verkeeren -,doch nooit zonder een aannemelyk voor-wendsel , en toch kan men op geenerleywyze oprechte vriendschap en goed ver-stand , of gemeenzaamheid van haar ver-wachten. Want eer zy in onzen dienstworden toegelaten, móeten zy met plech-tige Eeden zweeren en zich verbinden,ons te weygeren allerley soort van open-baaring van belange of vriendschap, eeni-germate strekkende tot ondersteuning ofbevordering van otts Interest. Deze ver- .plichting moet menigwerf door haarworden vernieuwt zo lang als zy in on-zen dienst zyn.
De Eedt die te Nagasaki eri overal in Eedt.
’t Ryk word gedaan, is een plechtelykeverbintenis zulke of zulke dingen te doen,gericht naar een vastgestelde form , zoals het vervat is in de Wetten en Statu-ten van het Ryk. De Persoon die de-zen Eedt doed, bidt den toorn der Opperste Goden der Hemelen , en van dehooge Overigheden van zyn Land, overzich, over zyn Vrouw en Kinderen,over zyne Dienstbooden, en over zyneNamaagen en Bloedvrienden, indien hyniet getrouwclyk volbrengt en nakomtelk byzonder ürtykel, gelylt Zy hemvoorgelesen en uytgelegt zynby het doenvan den Eedt, welken hy nevens dezeArtykelen moet Ondertekenen en Zege-len , met zyn Zegel gedoopt in zwartenInkt, tot sterker bevestiging deszelven,laat hy daar in storten eenige druppelenBloeds, welke hy uyt een zyner vinge-ren prikt achter de nagel. Deze Eedthoe vreesselyk en verbindende, zoudeevenwel weinig nagekomen worden doordeze Natie, indien ’t niet was om degestrenge straf, door de BurgerlykeOverheden gestelt op de allerminste over-treding derzelve, een misdaad , welkeniet kan geboet worden, dan door ’t ei-Gg Z ge