VAN JAP A'N. I
dcrs spreeken gcbrookc Chineesch , ’tWelk een bewys is van haaren oorspron-^elyken afstamming van China. Van alletyden af hebben de Chineesen op dezeBylanden gehandelt. Na de laatste Tar-ta nsche overheering van China , quamen^eer veele met hunne huysgezinnen overoir> iich hier neer te zetten, en zy wiel-den vrindelyk ontíàngen door de In-Woonderen als oude bekenden, en Lands-teden. Lenigen tyd geleden wierdendeze Eylanden besprongen en overheertdoor den Prins van Satzuma, onder wiensonderwerping zy steeds blyven. Schoonden Prins van Satzuma aanzien alstun Overwinnaar en Souverein, aanWiens Bugjo’s , of Stadhouders . zy eenjdein gedeelte van ’t voorbrenglel vanNunne Velden,by wegen van een Schat-hng opbrengen , willen zy echter deQpperhoofdigheid van den Japanfchen^ e yzer niet erkennen. Alle jaar zendenJy een Geschenk over aan den Tartaar-zen Monarch van China in teken van0n derdaanigheid. Schoon zy eenigerjfiaate mochten worden aangezien alsGnderdaanen van [den Keyzer , wordenevenwel ontrent den Koophandelgehandelt gelyk andere Vreemdelingen.Zy worden gelast naar de Haave van Sat-zuma te gaan, en zich niet te verstoutencemge andere van de Japansche Heer-schappyen aan te doen. Dezen invoeren verknoping van haare Goederen isook bepaalt op een jaarlyksche sommevan 125000 Thails , boven welke niets
271
V. Boek. IX. Hoofdst.
meer mach worden verkocht. Niet temin vertieren zy veel grooter laadingen,door oogluyking van de Japansche Be-stierders over haaren Koophandel, dievoor zich zelf in geenen deele schaadedaar by vinden. De Goederen die zyinbrengen zyn alle soorten van Zyde enandere Stollen , benevens verschelde an-dere Chineesche Waaren , die zy methaare eyge Yonken van China haaien;daar beneven eenig voortbrengsel vanhun eige Land, als Kooien, Ryst enPeulvruchten : Aviamuri een sterk soortvan gebrande Wyn, gemaakt uyt hetoverschot van haaren Oogst ; Takaragaien Fimagai , dat is Paarl - Schulpen, endat soort van kleine Hoorntjes, in deIndien genoemt Kauris, welke voorna-mentlyk van de Maldivijche Eylanden ge-bracht worden naar Bengale en Siam, daarzy voor gangbaare munt gaan. Uyt de-ze , die in Japan ingevoert worden doorde Inwoonders van de Riuku Eylanden,op welkers Kusten dezelve in groote me-nigte worden gevonden , word een witblanketsel gemaakt, waar mede de Jon-gens en Meysjens zich zelf besmeeren.Zy brengen ook in een soort van grooteplatte Schulpen, glad en byna geheeldoorschynend , waar van de Japoneesenzich bedienen in plaats van Vensters, enom zich zelven te dekken voor regen enkoude ; verders brengen zy mede eenfgezeldiaame Bloemen en Planten in potten,behalven noch verschelde andere dingen.
X. HOOFD-