Eilanden,
igo DE ËESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
moet Alle deze Kusten worden zeerdikwils bereyst, niet alleen door de Priris-sen eii Hecren van 't Ryk , met huntreyn ,naar en van ’t Hof gaande,maarook door de Kooplieden van het Land,van de eene Provintie haar de andere trek-kende, öm handel te dry ven, óm hunneGoederen te verknopen, en om wederandere in te koopen, zo dat men veeltydsop eenen dag meer dan honderd Schepenonder zeyl mag zien. De Kusten hierontrent zyn rotzachtig en bergachtig, enveele der bergen bebouwt tót op haarenkruyn toe 5 andersints zyn de Klisten welbewoont , en van Dorpen , Kasteekn,en kleine Steden wel voöizien. Op Ver-schelde plaatsen vind men zeer goedeHaavens, in welke de Schepen ’s avondsinlóopen, om op anker te komen, door-gaans op een goede schoone grond vanvier tot acht vademen waters.
Op deze reys varen wy voorby ontel-bare kleine Eylanden, en de Straaten tus-Ichen, Tfikoko en Nipon zyn daar van zeervol. Zy zyn geheel bergachtig, en voor\ meerendcel barre en onbebouwde rot-sen. Sommige weinige hebben een rc-delyke goede grond, en zoet water. De-ze worden bewoont, en de Bergen, hoesteyl ze ook zyn, tot boven aan de top-pen zelf bebouwt. De bergen van zo-danige bewoonde Eilanden (gelyk ookVan het vaste Land van Nipon ) hebbenverscheide ryen van denneboomen opde zelve geplant, om ze te verderen,langs de randen van haaren kruyn, de-welke haar van ver doen vertoonen, als .
of ze met frahjen waren bezet, eI *daar beneven uytleveren een zeer aange-naam uytzicht. Daar is naauwlyks eehvan de bewoonde Eylahden ,of het heeftëen bequaame Haave , met een goedeAnkergrond, daar de Schepeil VeyhAkunnen leggen. Alle dé Japanfclie Loot-sen weten dit zeerwel, en zullen veel-tyds op ’t een of’t ander licht voorwend'fel daar Ankeren. Zy zyn waarlyk ookniet zeer te beschuldigen , Over een tegroote zorgvuldigheid of omzichtigheid»’t welk sommige zouden noemen vreesof lafhartigheid : Want men moet we*ten, dat volgens de Wetten van het Ryk»haare Schepen niet sterk genoeg mogengebouwt zyn, om de schokken en bomsen van de holgaande haaren te verdra-gen. De Kajuyt zelf en de Goederenaan boord, zyn naaüwlyks verzekert te-gen den regen en het zeewater ^ voor i'j’t Anker laten vallen, en de Mast neer-laten. Het dek is zo ondicht gebouwt»dat het water daar door heen loopt, eerde Mast neergelaten, en het Schip gedektis, ten delen met Matten, ten delen metZeylen. Het achtersteven is geheel open»en wanneer de Zee hol gaat, staan ’er degolven in Van alle kanten. Met eestwoord, ’t geheele gestel is zo zwak eIiduri, dat een opkomende storm, ten Zjihet Anker op staande voet word uytg 2 ”smeten, de Zeylen ingenomen en deM^neergelaten, het yder oogenblik iri gevip ris, van aan stukken te staan en teken.
III. H ÖÖfV'