Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
298
JPEG-Download
 

Posthuy-

sen.

% 9 % DE BESCHRYVÏNG EN GESCHIEDENIS

IV. HO O

Van de Tofthuysen , Herbergen

T O T gemak der Reyzigers is 'er inalle groote Dorpen en Burgten eenPosthuys, behoorende aan denHeere van de plaats , daar zy ten allentyden kunnen vinden een genoegzaam

getal van Paarden,Kruyers,Voetknech-ten, en van al wat hen zou kunnen ont-breken , om hunne reys spoedig voort tezetten, voor zekere gezette pryièn. Paar-den os Menschen die of te veel vermoeidzyn op den reys, of niet verder gebuurtwaren, kan men op deze plaatièn verwis-selen. Reyzigers van allerley Staat enAmpten gaan met hun treyn aan dezePosthuylèn, door de Japoneelen genoemt,Siuku, om dat gemak van alles vaardig tevinden wat zy mochten noodig hebben.Zy leggen van anderhalve tot vier mylenvan elkander , maar zyn doorgaans inver na zo goed noch zo wel voorzienniet op Kiusju , op den weg van Naga-saki naar Kokura , dan wy ze vonden tezyn on het groot Eiland Nipon , alwaarwy 'er zedert vyftig aandeden, van Osac-ca naar Jedo. Eigentlylc zyn de Post-huy fèn niet gebouwt tot Herbergen,maar alleen tot gemalckelyke Paardestal-len, om welke reden , en om voor tekomen dat de verwislèling van Paardenen Menschen op de straaten hinderlykmochten zyn, yder Posthuys een groote

E laats voor zich heeft. Klerken en Boek-ouders zyn 'er genoeg, die in hun Mees-ters naam aantekening houden, van alledagelykfche voorvallen. Van al wat menaan deze Posthuyfen huurt is de prysdoor 't geheele Ryk gereguleert, nietalleenlyk na de tustchen wydte van deeene plaats naar de andere, maar ook metbehoorlyk opzicht op de goedheid ofquaadheid der wegen , na de prys vaneetwaaren en paardevoeder, en wat diesmeer is. Den eenen weg door den an-deren komt een Norikaki , dat is een Paardom te beryden met twee Mantelzakkencn een Adofski of Koffer, te staan op 33.Senni yder Myl. Een Karaffiri , dat i seen gezadelt Paard zonder een Menschof Bagagie te voeren, op ay. Senni t deKruyers en Conga's Dragers op 19 Sennien zo voorts. Dag en nacht zyn 'er B 0 -dens die aan de Posthuyfen wachten,omde Brieven, Bevelen, rlakaten $Cc. van

F D S T U K.

Gaarkeukens , en Theewinkels„

den Keyzer *en de Vorsten van het Rykweg te brengen , welke zy op ’t oogeii-blik dat ze aan ’t Posthuys werden ge-bracht aannemen en ze in aller yl naar hetvolgende brengen. Zy zyn gesloten ineen kleine zwarte geverniste doos, waarop het Wapenschild van den Keyzer, ofvan den Vorst die ze zend gefchildert is,en de Boode draagt ze op zyn schouderaan een klein stokje. Altyd loopen 'ertwee Boodens t’zaamen , op datjin gevaleen van beide eenig ongemak op reysoverquam, de andere het werk verrichteen de doos aan het naaste Siuku overbren-ge. Alle Reyzigers, wie ze zyn, ja zelfde Prinssen van het Ryk en hun gevolg,moeten zich uyt den weg geven , envryen dooltocht verlenen aan deze Boo-den, die grieven of Bevelen van denKeyzer overbrengen, waar van zy opeen behoorlyke wydte [aan hen kennisgeven, door een kleine bel te ringelen,welken zy tot dit einde altyd met zichvoeren. ^

Langs den gantfehen weg zyn Her- ,bergen genoeg en ook redelyk goed. Debeste zyn in deze Dorpen, daar de Post-huyfen zyn. In deze kunnen zelf dePrinslen met hun Prinflèlyken trein, ge-makkelyk gehuysvest en onthaalt wor-den , volgens hun rang, en voorzien metalle noodzaakelykheden. Zy zyn gelykandere wel gebouwde huylèn, alleenlykvan eene verdieping, of indien 'er tweezyn, is de tweede laag en tot weinig ad-der gebruyk dan Goederen op te stuu-wen. De Herbergen zyn van vooredniet breeder dan andere huylèn, maarzeer lang, fomtyds tot veertig vademen,met een Tsubo , dat is, een kleine Lust'

Hof daar achter, omheint met een zinde-lyke witte muur. De gevel heeft geedandere dan traaly vensters, die den g e 'heelen dag open staan , gelyk ook d cvouwichutten, en beweeglyke afdeelid'gen, die de verfcheide vertrekken vadeen scheiden, ten zy 'er op dien tyd eCl1aanzienlyk Heer met zyn gevolg ishuysvest. Dit geeft den voorbygaa 0 ^Reyzigers een zeer aangenaam ver vo° f 'uytzicht, door ’t geheele huys heest ‘st.achter in den Hof. De vloer is ost tjeeen halve vadem hooger dan de st raa ’