VAN JAPAN
wezentlyke dingen bestaan, (i) De grond« ten deele bedekt met rondachtige stee-Hen van verscheide kleuren, by een ver-zamelt in de Rivieren of op’t Zeestrand,Wel gewassen en gezuyvert, en die vanten zelfde soort zyn zaameiigevoegt op deWyze van beddens ; ten deele met grofZant, dat alle dagen geveegt en tot ver-wondering schoon gehouden word, [zyn-de de groote steenen in het midden gelegtals een pad om op te wandelen, zonderop het zand te stappen, zynde alles inten schynende doch geestige verwar-ring. (2.) Sommige bloemdragende Plan-ten ongeschiktelyk gepoot,doch niet zon-der eenige sekere regels. Tustchen deklanten staat som tyds een S agiter, gelykZy ’t noemen , of zeldíàame uytlandfchesloom , en somtyds een of twee naant-jens. (3) Een kleine Rots of Heuvel inten hoek van den Hof, in navolging vandc natuur gemaakt, aardiglyk verciertmet Vogelen en InfeBen, in kooper ge-goten , en tusschen de steenen ingevoegt;somtyds staat 'er een model van een Tem-pel boven op gebouwt, gelyk die ge-meenlyk ter zaaken van uytzicht op eenmerkelyke verheventheid , of op de ran-den van een hoogte staan. Somtydsruyicht 'er een klein beekje met een aan-genaam gedruyich af langs en tusschende œnen , alles in behoorlylee overeen-komst , en Zo na als mogelyk is de na-tuur verbeeldende. (4) Een klein boich-je aan de zyde van den heuvel, waar toede Hoveniers zodanige boomen verkie-zen, die dicht in een willen groeyen, enZy planten en snoeyen die na mare groot-se , aard, en kleur van haare bloemen enbladen , zo dat alles zich vertoont zeerNauwkeurig als een natuurlyk boich ofwildernis. (5) Een Regenbak of Komà boven gezegt is, waar in levende^iffehen worden gehouden rondom be-plant met zodanige Kruyden, die eenWaterachtige grond willen hebben , enhaare schoonheid en groenheid zoudenVe riiescn, indien ze in een drooge aardegierden gezet. Het is een byzondere^nstdeze Hoven aan te leggen,en de-Zelve zo sraay en schoon te onderhouden,I 3 Zy behoren te zyn.gelyk ik gelegent-le *d zal hebben om in ’t vervolg van
V. BoÉK IV. HoófdST; ZÖZ
dez,
H
V,
e Historie uitvoeriger aan te toonen.
Et vereischt ook niet minder Geest en/m-ftand om te verzinnen en te makenCc bovengemelde Rotsen en Heuvelsk°'gens de regels van de kunst, ’t Geen* t tot hier toe gezegt heb, zal genoegom den Lezer een algemeen begripdenkbeeld te doen hebben van deierbergen in Japan. Van het gemak en§ er yf ’t geen de Reyzigers in de zelve
vinden, heb ik voorgenomen in een af-zonderlyk Hoofddeel op zich zelf te han-delen.
Daar zyn ontelbare kleinder Herbes- Kokswiifgen, Koks winkels, Sacki of Bierhuy. lcc ' s ~scn , Pasteybakkers, en Zuykerbakkerswinkels den geheelèn weg langs, Zelfsin ’t midden van bosschen en wildernis-sen, en op de kruynen der bergen, daareen vermoeyde Voetganger, en’t gerin-ger soort van Menschen ten allen tydenVinden , voor weinig geld eenig warmEeten, of heet Theewater, os Sacki of ietsanders van dien aard, om zich mede teverversschen. Het is waar, deze Kokswinkels zyn flcchs arme lompe huysenin vergclyking van de grooter Herber-gen , zynde bewoont door arme Men-lchen, die genoeg te doen hebben, ommet deze hunne neering den kost te win-nen ; en niet te min is ’cr zelf in dezealtyd het een of ’t ander om de Reyzi-gers te vermaaken en hen in te lokken;Somtyds een Hof en Boomgaard achterhet huys, waar in men van de straat zietdoor de deur en vensters, en die doordeszelfs schoone Bloemen , of ’t aangeknaam gezicht van een stroomend klaarWater, afdaalcnde van een nabygelegenatuurlyke of door kunst gemaakte Berg,of door eenig ander sraay eieraad van de-zen aard, het volk lokt om in te komen,en zich onder de Iommering neer te zet-ten om te rusten ; Op andere tyden staat'er een groote Bloempot in het venstermetbloeyende takken van boomen, (wantde Bloemen van Planten, hoe schoon zeook mogen zyn, zyn te gering om plaatsin zulken pot te hebben] op een zeer aar-dige en zonderlinge wyze geschikt; Som-tyds staat ’er een friisc mooye Meyd, ofeen paar jonge wel gekleede Meysjensaan de deur, en nodigen de Reyzigerszeer beleefdelyk om in te komen en ietste koopen. De Eetwaaren, gelyk Koe-ken, of wat het zy, worden in een opeiivertrek gehouden voor uytstckende aanspeetjens van Bambous op dat de Reyzi-gers , als zy verby gaan, dezelve mogenaftrekken zonder zich in hunne reys opte houden. De Waardinnen , Koks enMeyden blazen het vuur aan, zo ras alszy ymand van verre zien aankomen, opdat het hen schyne als of de i'pyze reedsvaardig was. Eenige houdeii zich bezigmet Thee te maken, andere maken hetvaardig in de kop,andere weer vullen dekoppen met Sacki , of met andere dran-ken , om ze den Reyzigers aan te bieden,den geheelen tyd door praatende, fnaate-rende en hunne Koopwaaren aanpreken-de zo luyd en sterk,dat hunne nabuurerivan dezelve neering het gemakkelyk hoe-ren kunnen. De