Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
307
JPEG-Download
 

VAN JAPAN.

àe ordre trekt des Prinsscri eigë treyh,welke gevolgt word door.

s. Van zes tot twaalf Handpaarden,j^et hunne Geleyders, Stalknechts ertvoetknechten alle in lieverey.

6 . Een menigte van des Prinslèn Diénil-ooden en andere Amptenaiën ván zynHof, met hun eige zeer talrykë TreynsEN Oppastêrs , Piekdragers , FafpmbakHragers en Voetknechten in lieverey.Sommige dezer worden gevoert in Can-gos , en de geheele bende word geleyddoor des Prinflèn Opper - Hofmeester,gedragen in een Norimon.

Indien een der Zoonen van den Prinsz ynen Vader op deze reys naar ’t HofVerzelt,volgt hy met zyn treyn aanstondsNa den Norimon van zyn Vader.

P>e Stoel van Staat , Zonneschermen ,Pylkookers , Boogen en Pylen, eenige Vaan~'kst en andere tekenen van eer en gezag,gemeenlyk gedragen Worden voor devan het Ryk , en voor Menfchenv an grooten Jlaat y zyn afgebeeld in de 2.2.Tafel.

Het is een uytnemend fraay gezicht,cn verwonderingswaardig te zien alle dePeríòonen ,die het talryk gevolg van eengroot Prins uytmaken , de Piekdragersalleenlyk, alle de Norimon-dragers , en déLakcyen uytgezondert , in Zwarte zydegekleed , trekkende in eene íchoone or-dre , met een behoorlyke welvoegendestaatigheid, en zich zo stil houdende,datmen het allerminste gedruyfch niet hoort,dan ’t geen nootzaakelyk ontstaan moetuyt de beweging en geklater van hunneKdeederen, en het trappen van der Men-sthen en Paarden voeten. Aan de anderekant fchynt het belachelyk voor een Eu-ropier alle de Piekdragers en NarimonHuyden te zien met alle hunne Kleede-?En tot boven het midden opgefchort,kun achterste bloot voor het oog der‘anfehouweren verwonende, hebbendekunne schaamdeelen fléchs bedekt met«cn stuk laaken. ’t Geen noch gekkely-kcr en misselyker staat, is, te zien, datde Pagies, Piekdragers, de Zonneicher-jj e u, de Hoed-dragers, de Fajfanbak of^'stedragers, en alle de Lakeyen te voet,guneer zy door eenige groote Stad of^gt gaan,of voorby den treyn van een?Uder Vorst of Prins,een potsachtige of■^kchelyken gang aanneemen, als of zy. an sten -, yder stap die zy doen, trekkenw d’eene voet op geheel tegen haarenru g> strekkende ter zelver tyd den army an de andere zyde zo ver uyt als zyUWnen, en stellende zich in zodanigenP°stuur, als of zy door de lucht wil-Cn ^Wemmen. Ter zelver tyd daniTen

V; Boek. V. Hóöfdst. jóf

en ítingcrcri de Pieken, Hoederi, Zon-neschermen , Fajjanbaks, Döósen, Korvenen al wat zy dragen, dp een zonderlingewyze rond, volgens de beweging die zymet hunne Lichaameri niakeil. De A'o-vimons-dràgers hebben htlnrie ittoüwfen zoria aan de schouders als zy kunnen metkoorden vastgebonden, en gaan met ont-blootë armen. Zy dragen de stok Van deNorimon of op butine schouders , of an-ders op de palm ván hunne handen, hou-dende die om hoog boven huntie hoof-den. Terwyl zy met de eene vasthou-den, strekken zy de andere uyt,leggendede hand vlak uyt, waar door, en doorhaare korte omzichtige treden, en styvekriieh, zy een belachelyke vrëes en om-zichtigheid nabootsen. Indien de Prinsuyt zyn Norimon stapt in een van de groe-ne hutten opzettelyk voor hem gebouwt,op bequaamé wydtens langs den Weg,ofindien hy in een byzondef huys gaat, hetzy om een kop thee te drinken, of het zyom zyn gevoeg te doen , laat by altyaeen Cohang voor den Huyswaard, als eenbelooning vöor Zyne moeyte. Voor heteeten des middags en des avonds zyn dekosten veel grootei.

Alle de Pelgrims die naar Isje gaan,Uyt welke Landstreek van het Ryic zyook mogen komen, moeten een gedeeltevan dezen grooten weg overreyzen. De-ze bedevaart word in alle getydert van hetjaar gedaan , maar inzonderheid in denLententyd ; en het is omtrent dien tyddat men zeer groote menigten van ditVolk op de wegen ziet. De Japoneefenvan beide sekten, jonge en oude, rykeen arme , ondernemen deze verdienendereys doorgaans te voet,om op dezeHey-lige plaats te verkrygen aflaat, en verge-ving hunner zonden. Sommige dezerPelgrims zyn zo arm, dat zy ten eene-maal moeten leven op ’t geen zy winnendoor het beedelen langs den weg. Het isvoornamentlyk om deze reden, en vanwegen hun groot getal , dat Zy by uyt-nerriendheid lastig zyn aan de Prinstenen Heeren , die op dien tyd van ’t jaarnaar ’t Hof rcyzen of van daar komen,hoewel zy zich evenwel op een zeer be-leefde wyze, by henbloodhoofds aange-ven, enj hen met een zachte weemoedigestem aanspreken, zeggende, Groote Heeredat het Ü geliefde den armen Pelgrim eenPenningje te geven tot de onkojlen van zynfreys naar fsje , of anders woorden diehet zelve willen te kennen geven. On?der álle de Japoneefen zyn de InWoon-ders van fedo en van de Provincie Osjttde meest genegene tot deze Heylige Be-devaart, en reyzen menigmaal naar IsjeQü % buyten

Pelgrimsnaar Isje.