VAN JAPAN.
à, voor ik van dit onderwerp afstappè,verlof verzoeken, om noch twee of drieandere soorten op te tellen. Een andersoort zagen wy , in 't voorby reyzen,middelmaatig gekleed , sommige in eenGeestelyk, andere in een Waereldlyk ha-byt. Deze stonden in de Velden naastden weg, en hadden doorgaans een soortVan een Outaar voor zich staan, op wel-ken zy stelden het Beeld Van hunnenRriarêus of Quairaion, gelyk zy hem noe-men, gesneden in hout, en verguld; ofde Schilderyen van andere Afgoden lompgedaan; als by voorbeeld, de Schilderyvan Amida , de Opperrechter van de af-gestorvene Zielen; van Jemau O, of deOpper Cipier van de gevankenis, waarln de verdoemde Zielen gevangen zyn ;os van Djifoo , de Hoofdbevelhebber in1 Vagevuur der Kinderen en van lom-rni go andere, daar by en benevens eenigevortooningen van de vlammen en pyni-S ln gcn, toebereyd Voor de Godloosen ine toekomende waereld, door welke zyder Reyzigers mededoogenheid en lief-dadigheid trachten op te wekken.
Andere Beedelaars* en naar allen fchyilZeer eerlyke , vind men langs den wegzitten , byna op dezelve wyze gekleedals de Qiiawxon Beedelaars, met een Dsifiostok in hunne handen. Deze hebben pc-lofte gedaan van in zekeren bepaaldentyd niet te ipreeken, en drukken hunnebegeertens en gebrek alleenlyk uyt dooreen droevig, neerslachtig en weemoediggelaat.
Om niet te melden van oritelbaare an-dere gemeene Beedelaars, sommige ziek,andere lustig en sterk,die de aalmoestenVan’t Volle lerygen, door bidden, zin-§ en ? fpeelen op ’t Fiool, Luyt, en an-dere Musiele Instrumenten, of eenige Pot-ktoakers grillen bedryven, zál ik het ver-haal van dit Volk beiluyten met eengekkelyk , aanmerkelyk stag van Beede-^ars Musiek, of liever gebeyer van ltlok-^en, ’t welk wy iomtyds, doch zelden?P onze reys naar ’t Hof, ontmoet heb-etl , en ’t welk na het getal der klokken
genoemt
Fatfii
Canne , ’t gebeyer
^ord
^ ’t Kluhek van achten. Êen jongen, ^ een ioort van een home buyf ofe h van zyn hals afhangende, en meten touw van acht koorden daar aan,air welk e acht klokjens van een byzon-i e ï e toon afhangen , loopt rond in eenr^ In §, meteen snelheid byna ongeloof-E yk , 0 p zulken wyze , dat beide het^'ktuyg dat op zyne schouders rust,dc klokken zichfgelykelyk met hem3 den omloop der Zon omdraayen,u dlerwyl slaat de jongen met eengroote
V. Böëk. V. Hoofdst. 3ïï
behendigheid 'én gezwindheid met tweehamers op de Klokjens, ’t welk een mis-sel yk vreemd soort van overeenstemmendgeluyd maakt. Om het geluyd te ver-grooten, slaan tvree Menfchen, die naasthem zitten, d’eén op een grooter, d’an-der Op een kleinder trom. Die geene,die vermaak vinden in dit Schouwspel,smyten dan sommige Senni’s of Oortjenstegen den grond.
Het gedrang , en ’t krioelen op de we- Liedjensgen in dit Land, word niet weinig ver-meerdert door groote menigte van ICra- mers ,mers en Kinderen der Boeren, die vanden morgen tot den avond omloopen,de Reyzigers volgen , en hunne arme-lyke voor ’t meerendeel eetbaare waarente koop veylen ; gelyk by voorbeeldverschelde soorten van Koeken en Ban-ket, waar in zo weinig zuyker is, datmen Ze naauwlyks daar in kan proeven,andere Koeken gemaakt van bloem, Suc-cani , of anders alle soorten van wortelengekookt in water eri zout, Reysboek-jens, strooye Schoenen voor Menfchenen Paarden, Touwen, Koorden, Tan-destookers, en een menigte van anderebeuzelingen van Hoüt, Stroo, Riet eiiBambous , naar dat de gelegentheid vanyder plaats uytlevert.
Op sommige plaatsen zo binnen alsbuyten de Steden en Dorpen ontmoetmen somtyds ledige Cangos en Palankins tof ledige en gezadelde, hoewel anderzinsslecht uytziende Paarden met de Men»schen die dezelve oppaffen, en die zichzelven en hunne Paarden aanbieden aaiide vermoeide voetgangers, om hen tebrengen naar liet naast bygelegen Post-huys , of waar zy wezen willen, vooreen kleinigheid. Doorgaans zyn ze reedscens gebruykt geweest, en zy zoudengenootzàakt zyn ledig wederom te kee-ren naar de plaats,van waar zy gekomenwaren, indien zy onderweegs niet deneenen of den anderen aanklampten, diezich wil laten voeren.
Om ’t verhaal, ’t geen ik voorgeno- Lichtemen had te geven van de menigte van Kooyen 'Menfchen , die men dagelyks öp denweg ontmoet, te voltooyen , moet ikniet vergeeten aan te tekenen en in ’rbyzonder te gewaagen van de menig-vuldige Hoeren, waar mede de grooteen kleine Herbergen, Theewinkels, enGaarkeukens voornamentlyk in de Dor-pen en Burgten op het groot EilandNipon , ten allen tyden overvloediglykvoorzien zyn. Omtrent den Middag,wanneer zy zich gekleed en geblanket.hebben, gaan zy in de deuren staan, ofzitten op de banken voor bet Huys*i onj