} %i DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
het Dorp Urakmni , zynde omtrent drievoeten lang , opgeschikt met Bloemen,en Fannaskibba, en gestelt op een steencPylaar van zes voeten hoog. Twee an-dere steene Pilaaren boven hol, stondenvoor den Afgod : Op deze stonden Lam-pen, welke de Reyzigers aânsteeken tereere van dezen Afgod. Een weinig aande zyde stond een Bekken vol water,voor de geene die voornemens zyn deLampen aan te steeleen, om hunne han-den te wastchen, of voor de zulke, wel-ke iets aan ’t Beeld willen offeren. Evente vooren, dat wy tot Urakami quamen,vertoonde zich een staatelyke Toori aanons gezicht , zynde een groote wandel-plaats naar een Cami - Tempel , gelyk ’tuytgedrukt stond op een tafeltje bovenaan dezelve gehegt.
Om te beter begrip te hebben van ’tVolgende' verhaal onzer reys naar Ko-km-a wórd de Lezer verzocht de LZ.Tafel na te zien.
Te Tokitz wierden wy ontmoet doordest Hofmeester van den Prins van Qmu-.ra , die in den naam zyns Meesters onsaanbood, uyt eerbied voor den Keyzer,en zonder eenige achterhoudentheid, allemogelyke hulp om onzen reys te bevor-deren, en zeide ons ter zelver tyd dat 'ertwee Fesseneers of Pleyzierjachten gereedlagen , om ons over de Baay naar hetDorp Shiongi te voeren, ’t welk zeven eneen halve myl afgelegen is van Tokitz.Deze Pleyzierfchuyten waren gebouwtvan hout naar de manier van ’t Land,sterk , doch net. Yder word geroeytdoor zeven paar riemen, alle de Roeyerswaren gekleed in blaauwe rokken metwitte streepe'n ' over dwarsch loopende.De Pnnflën Vlag stond achter op metzyn' Wapenschild, zynde een roos metvyf bladen op een blaauw veld. Voorde Vlag stond het gewoone teken vanhoöge macht, zynde een bondel gesne-den Papier, gebonden aan het einde vaneen lange stok , naast welken de BugjoZynen Piek plantte, waar na een vande Klerken van den Prins zich zelf aande eerte^ en de Loots zich aan de ande-re zyde zette. De Bugjo en onze Resi-dent namen de twee Kajuyten in. Om-trent ten half drie ’s namiddags gingenwy aan boord, en wy quamen omtrentten half zéven tot Sinongi , hebbende diendag afgélegt tien Japanfche mylen. Hetis vystien mylen reyzens te Land vanTokitz naar 'Sinongi , om dat men de Baayvan Omina ffioet omreyzen. Deze Baayis zeer ondiep, en t’eenemaal onbevaar-baar voor groote Schepen. Z y looptW. Z. W. en heeft het Ty en de ge-
meenschap met de Zee , door een engestraat. Wy zagen de Stad Omura , deverblyfplaats van den Prins, aan de Haa-ve gelegen, omtrent twee mylen aan on-ze rechterhand. Achter Omura merktenwy een rookenden berg, die waarfchyn-lyk deze is die naby Ufen legt. In dezeBaay zyn schulpen, díe Paaiden uytleve-ren. In voorjge tyden wierd ’er een rykgoudzand langs de kusten gevonden,welke nu in de Zee ingezwolgen zyn,door deszelfs aangroey. Omura behoorttot het groote Landfchap Pijen, zo alsook doen Nagasaki , Firando , Gotbo, Urt-Jyno , Ficujsari , en verschelde andereRechtsgebieden, welke alle eertyds be-heerfcht wierden door den Koning vastFisen. Ja zelfs is het een gemeene over-levering onder de [aponeesen, dat in ou-de tyden het gantsche Eyland Kiusph’t welk naby een vierde gedeelte van hetKeyzerryk japan uytmaakt, door eeneslen den zelfden Opper - Heer wierd be-heerscht.
Op woensdag den veertienden Februiï*ry ’s morgens vroeg, vertrokken wy vastSinongi , na een uur reyzens rêede» wy -Voorby een groote Kampherboom, be-roemt van wege deszelfs ongemeensgrootte. De stam scheen ten minsten zesvademen in zyn omtrek , doch was in ’tmidden hol. ’t Geen fde Japoneeièrt vastdezen Boom ver haaien, dat ze niet kastommeeten worden, is zo ver waar , alsze staat op den top van een berg Eestmyl verder, hebbende gereeden langs destvoet van den berg Tamara , quamen wfaan de Grenfen van Omura , en tradeslin het kleine gebied van Uri/yno , gere-geert door een voorzichtig en edelmoe-dig Heer, die gevraagt zynde om hon-derdman, vrywilliglyk en edelmoedig"lyk eens zo veele aanbood. Tien mest-schen veegden dc wegen voor ons, totdat wy quamen aan een Dorp van diennaam, alwaar wy verffche Paarden von-den , yder met drie Mannen, en tW eeEdellieden van dien Heer, in hoedanig"heid van Bugjo , en Onder - Bugjo , otaons te begeleyden door zyne Heerschap"pyen. Jjeet;*
Niet vér van het Dorp, aan de kantvan éen kleine Rivier, die afstroomt va steen nabuurigen berg is een Heet-Bad,b e "roemt om deszelfs krachten in ’t genc-fèn van de pokken, schurft, jicht, last 1 "heid enverlcheide andere Iangduurig everouderde ziektens. Wy haddenom dat Bad te zien. Ik vond de pop een zeer fraaye manier met leuning ^omzet. Binnen de iniluyting ' vaSwachthuys en een kleine tent v °^ ^ e n