VAN JAPAN.
Gasten om zich zelf te verlustigenLangsde eene zydc van de leuningen was eenlange Gallery gebouwt , verdeelt en af-gescheiden in zes kleinder vertrekken ofDaden , alle onder een dak. Yder bad^as eene mat lang en breed , en hadtwee kraanen, de eene om heet, en deandere om kout water in te laten, enzulks ten einde jdat yder een het zelvezou kunnen mengen op zulken maatevan hitte,als hy ’t beste kon verdragen.Aan de zyde van dit lang vertrek waseen plaats voor de Gasten om zich uyt terusten, gedekt met een rietdak. De Bron-was insgelyk met een klein vierkantrietdak gedekt. De wal is niet zeer diep,maar het water komt op met groot ge-weld en gcdruysch, en ’t is daar bene-vens zo heet, dat niemant van ons ge-volg moeds genoeg had zynen vingerdaar in te stecken.lk bevond dat ’er nochre uk, noch smaak aan was en daarommaak ik geen zwarigheid om deszclfs^'achten enkelyk toe te schryven aandeszelfs hitte. De Man die ons het Badliet zien om ons te overtuygen dat ’eriets ongemeens in dit water moest zyn,plukte een tak van een Kampherboom(die dicht by ’t Bad stond, en omtrentzo zwaar was als een groote EykenBoom, zynde de tweede van een onge-meene grootte na dat wy van Nagajakiwaren uytgereyst) doopte die in de heeteBron, én gaf toen aan ons yder een bladom te kaauwen, welk onzen mond entong deed gelyken, als of ze geverwtwaren geweest met een gemengelde kleurvan groen en geel. Niet ver van deWal waren twee andere groote BadenVoor ’t gebruyk van ’t arme Volk. Ikmerkte dat een kleine Beek van koutwater, welke dicht by de plaats^ liep,op eenige plaatsen rookte, misschien,vm dat ’er een andere heete Bron op des-zelfs bodem was. (Ziet de 33 Tafel de1 Afbeelding. )
. Op dit zelve Eyland zyn veel meerheete Bronnen , die dezelve en sommigenoch grooter krachten hebben. By naauwonderzoek heb ik van deze volgende ge-hoon : Jumotto is een warm Bad in Ari-, ’t welk zy gebruyken in verlamt-heid : Tot TJkakaki in de Provintie Fi--fi n is ’er mede een dat dezelve krachtheest. Daar is een ander tot Obamma iná Landschap Simabara , niet ver van hetmrand gelegen, dat met hoog water on-derloopt. Dit is klein * ondiep, en heeft^ Ctx Zoute minerale smaak, het welk zyj* 1 dit Land als iets merkwaardigs, re-Kenc n. Omtrent drie mylen van daar,aan den voet van den beroemden berg
V. Boek. VII. Hoofdst. zzz
Usen zyn verfcheide heete Bronnen, vandezen aard binnen den omtrek van om-trent honderd treden, die alle een zwa-velachtige reuk hebben, en daar benevenzo heet zyn, dat men dezelve niet kangebruyken , ten zy ze gemengt en ge-koelt worden door een genoegzaameveelheid van kout water. Tot jamagain Figo was een ander warm staand wa-ter, maar is nu opgedroogd. Ik heb vaneenige andere gesproken in het achtsteHoofdstuk van het eerste Boek, welkede Lezer gelieve na te zien
Dit Warm Bad verlaten hebbende qua-men wy binnen den tyd van een half uuraan het ander gedeelte van Urijyno , envan hier na twee uuren rydens (eengroot getal huysen in ’t voortrekken aanonze linker zyde latende ) aan het DorpSwota, daar wy het middagmaal hielden.Men maakt hier dat soort van grooteaarde Potten om ’t water in te bewaaren,dewelke op Zee dienen in plaats vanvaten, en door de Europeaarten genoemtworden Martuanen naar het KoningrykMàrtan , daar een zeer groote menigtederzelven gemaakt, en van daar doofalle de Indien verzonden word. Dezekunnen te water worden uytgevoert vanSwota, loopende van daar ooit waards opeen zeer breede en gemakkelyke Rivierdoor een groote vlakte in de Baay vanSimabara. Op deze zelfde plaats, gelykook tot Urijyno, en op de nabuurige heu-velen en bergen, behalven op vericheideandere plaatsen d®or ganfeh Fisen , wordgemaakt het Porceteyn , uyt een witach-tige vette kley, die daar in groote over-vloed word gevonden. Schoon deze kleyuyt zich zelf goed en ziiyver is,vereifchtze doch dat ze zeer veel gekneed, gewas-fchen en gezuyvert word eer ze tot dietrap van voíkomenthèid is gebracht, datde Schotels, Kopjens en andere Porce-leyne waaren uyt dezelve gemaakt, door-fchynend worden. Dit soort van Hand-werk sel zo uytsteekend moeyclyk en ar-beidzaam zynde beeft oorzaak gegeventot een oud fabelachtig zeggen, dat men-seben beenderen een inkomend middel zyn in ’zPorceleyn. Omtrent een nu re tyds totSwota gebleven zynde,reeden wy wedervoort, over eenige Rivieren , welkersommige bevaarbaar zyn, en gaande overboute bruggen, quamen wy door deDorpen Nurijy en Wnvaki tot het DorpÖoda daar wy dien nacht voorgenomenhadden te flaapen , hebbende dien daggereyst van Sinongi tot O o da elf Japanfchemylen. Juist aan den ingang van ditDorp zagen wy een groot monstereushoofd van een Afgod, in de gedaanteSs L van
Swota.Grooteaarde Pot-ten.
Pörceléyti