Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
329
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. 1

Zelf te strassen, os om voor te komen destraf die by vreesde over zyne zorgeloos-heid en verzuym. Om welke daad te ver-eeuwigen de Keyzer beval dat deze Zuylopgerecht wierd. Deze Rots is ook ver-der vermaart door de dood van een Key-Zers Zoon en Erfgenaam van de Kroonten tyde van de burgerlyke OorlogenMet de Geestelyke Erf-Keyzers. DeZaak ging aldus ;toe. Feki of Fege, eenPersoon van groote moed en perfoonlykedapperheid , eenige jaaren in oorlog ge-Wildcelt geweest zynde met Gege , hadeindelyk het ongeluk , gelyk moed enbeleyd niet altyd bekroont worden metVoorspoed, door zynen vyand gedwon-gen te worden zyne Hoofdstad Osacca teVerlaten, en naaf Fijungo te vluchten.Be ongelukkige Keyzer kon zich zelft>iet langer handhaavcn in deze plaats,Maar gevolgt door zynen vyand, wierdfy ook genoodprangt deze plaats te ver-kten, en verloor kort daar na zyn le-ven. De Minne van ’s Keyzers Zoon,die toen maar zeven jaaren oud was,Machte met hem ter Zee te ontvluchten,doch tot aan dezen Rots gekomen zynde,e n dicht op de hielen gevolgt worden-de , en ziende dat het volstrektelyk on-xnogelyk was voor te komen om niet in’s vyands handen te vallen , nam zy denjongen Prins vast in haare armen, ensprong met hem, met dien moed en be-fluyt, zo eige aan de Japansche Natie,in de Zee. In de Japansche HistorienWord gemeld , dat Fege, ziende zyn on-dergang naderen en byna onvermydelyk,Zeven Schepen met Goud en Zilver gelaa-den naar China zond , alwaar na zyndood een staatelyke Tempel ter zyner ge-dachtenis wierd gesticht, gelyk ook eeneandere (nu Amadats genoemt) tot Simono-Mi, ter gedachtenis van den ontydigendo°d van den ongelukkigen Prins, zyn^>oon.

Simonofekï legt aan een beroemde Haave,den voet van een berg, in het Land-sthap Van Nagattos t wek het afgelegen-^ is naar het westen', op het vaste land,^ liever ’t groote Eyland Nipon. Door defusten van deze Provintie, en die van ’tr'yland Kiusju , word een haauwe straat{^formeert niet meer dán' een Japanschebreed. Nipon is hét 'grootste van alle

Mylandén , die ’t Ryk van Japan uyt-^ a ken. Dészélfs geda'arité is niet 'zeefn gelyl c âé figuur van een kaakebeèn,ènet is verdeelt in twee en vyftig Pfovin-’t eene eind tot ’t ander Wofd^ °verdwaffcht dodr t(vée groote we-De eene loopt Vïfrf’t* Westen snaarfa. osten, 'vati Simonoseki over [Osacca en

taco naar Jedo langs deszelss Zuyder-

. Boek VIII. ^"Ioöfdst;

Kusten. Een gedeelte van dezen nament-lyk van Simonoseki naar Osacca , geschietter Zee, om dat de Kusten tuslehen de-ze twee plaatsen zeer bergachtig zyn. Deandere groote weg loopt van Jedo Noorden Noord-Oost naar de uyterste eindensvan de Provintie Osju , verder dan veer-tig mylen. De tegenwoordige Heer vastSimonoseki , die een der geene is, die eens’s jaars aan ’t Hof des Keyzers moetenkomen , word genoemt Mort Fidan noCami. Zyn woonplaats houd hy zes my-len van Nagatto. De Stad Simonoseki zelfbestaat uyt tustchen de vier en vyf hon-derd huysen, voornamentlyk gebouw taan weerkanten van eene lange straat,'welke ter zyde afdraait en in deze grooteeindigt. Deze Stad is vol winkels, inwelke fpys en fcheepsvoorraad voorschepen word verkocht, die hier dage-lyks by menigte invallen; Op onze aan-komst waren ’er ten minsten twee hon-derd zo groot als klein, die ten ankerlagen, zynde het de gemeene Haave voorde Schepen die van de westefiche Pro-vintien naar de oosterfche moeten, of vandaar komen. Wy zagen hier verfcheidekunstige Steenfnyders, die Inktkokers,Dooien , Borden en verfcheide anderedingen maken uyt zwarte Serpentyn-steen, die in de steengroeven omtrent deStad word uytgehouwen.

Op Zondag den achtienden van Sprok-kelmaand, daags na onze aankomst totSimonoseki , bleven wy stil leggen, tendeelen om ons uyt te rusten van de ver-moeidheden van de voorgaande reys, enten deelen, om dat wy wierden opge-houden door de tegenwinden, waar doorwy niet buyten de Haave konden loo-pen.Den achtermiddag besteedden wy in’t bezichtigen der voornoemde winkelsvan de Serpentyn-Steen-Snyders, en vanden Tempel Jmadais , die beroemt isdoor gansch Japan , en gesticht wierdter gedachtenis ván dien ongelukkigenPrins, wiens geschiedenis ik hier bovenheb verhaalt. Wy wierden derwaardsvergezelschapt door twee Officieren derStad om ’t gedrang der menfehen af teweeren. Vier en twintig trappen , uytèen ruuwe steen opgegaan zynde, zagenwy drie kleine Tempels voor ons staan,zynde gemeene lompe boute gebouwen.Achter die stond de Tempel Amadais aanonze linkerhand als wy opquamen. Voorden Tempel wies den wy ontfangen dooreen jong Priester, die ons bracht in eenvoorkamer of zaale, met zwart krip be-hangen , op dezelve wyze als zy hunneSchouwbùrgen doen. Op ’t midden dervloer lag een Tapyt met zilver doorwee-ven. In deze kamer stond het Beeld vanT t den

De Tem-pel Ama-dais.