O DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
den verdronken Prins op een Outaar.Hy was een vette bolle aardige jongenmet lang zwart haayr : Alle de Japonee-scn van onzen treyn bewescn hem hunnegehoorzaamheid volgens de manier van ’tJLand, buygende zich met het hoofd totder aarde toe. Aan yder zyde van denPrins stonden de beeltenissen van tweeandere Prinssen van Keyzerlyken bloede,levens grootte, en in ’t zwart gekleed opde wyze van ’t Hof van den Dairi. DePriester die ons derwaards geleyde,ont-stak een lamp, en deed toen eene beweeg-lyke redevoering over dít droevig uyt-einde ; midlcrwyl geleyde hy ons in eenander naast aangelege vertrek, alwaar hyons toonde vergulde Schilderyen van de-ze en geene Persoonen, van welke hy inzyne redevoering hadde gewaagt. Vandaar bracht hy ons in een groot fraay opevertrek, zynde de gehoorzaal van ’tKlooster. Toen wy deze Zaale ingin-gen , trad ook binnen de opperste van ’tK looster, een 'oud, dun, stemmig man,die zich zelf op de vloer neerzetten. Hywas gekleed gelyk de andere Priesters,in een zwarte krippe Tabbaart. Aan zynelinkerzyde hong af een zilver hifd, ko-mende van de rechterschouder ; en achter’t hoofd, tusschen zyne twee schouders,hong een ander vierkant stuk van hetzelfde stof, zynde beide tekenen van zynPriesterschap en van zyn gezag in hetKlooster. Ziende dat wy niet naby hemquamen , noch eenig acht op hem sloe-gen, rees hy weder op en ging uyt in debygelegene Cellen van het Klooster,zynde kleine vertrekken , van elkander
afgescheiden door openstaande schermen.
W y lieten een Itzebo (een stuk goud om-trent twee en een halve Ryxdaalder, oftwaalf Engelsche Schellingen waardig)tot een geschenk aan het Klooster - enzo wierden wy weer door de voorgamelde twee Stads Officieren begeleyd naafonze Herberg,daar wy onthaalt wierdenop Japoneesche Spyzen , en ’t vermaakgenomen hebbende van onze waards Bet'den , gingen wy in den avondstond we-der aan boord. Daar was ook een andereTempel gesticht ter gedachtenis van Fat'zima , die de grondlegger en eerste fn-wooner van deze Stad was , maar zyndedit een slecht klein gebouw , achtedenwy het de moeyte niet waardig onzentyd te spillen in het zelve te beschouwenOp Maandag den negentienden ’s mor-gens vroeg begaven wy ons op reys naarOsacca. De eerste dagreyze is zeer lang, s/Jen nadien ’er alleenlyk twee Haavens zynom in te loopen in "geval van gevaar, deeene Mocko, de andere Kadatz, welke geenvan beide veilig is tegen een storm, enbeide zeer moeyelyk om in te komen,zohaalden wy zelden het zeyl op, dan meteen vastgezette westelyke wind. De ge*heele reys van Simonoski naar 0 facetword gerekent te zyn 136 JapanscheZeemylen. Andere reekenen het nochverder, makende de verscheide gelegen»heid der Haavens, daar wy des avondsten anker komen, en de verandering deswinden een zeer groot onderscheid. Som*mige onzer Lootsen gaven my ’t volgendverhaal van de afgelegentheid en wydteö 5der Haavens van hier tot Osacca.
Zeemylen
Van Simonoseki tot het Eyland, Haave, en Dorp. Caminojeki. . . 3 j
Van daar tot het Eyland en Dorp Kamagari . 20
Van daar tot Tomu. .. 18
Van daar tot de Stad en Haave Munt . 30
Van daar tot het Dorp en de Haave Fiogo of Sinongi ..18
Van daar tot Osacca. . . .13
Van S monoski tot Osacca in ’t geheel. ..
’i Verbaal dat ik van andere heb , is als volgt.
Van Simonoseki tot Caminoseki, . ..
Van daar tot Camiro ...
Van daar tot Mitarei ..
Van daar tot Fanagari .
Van daar tot Tomu ...
Van daar tot Syrei .. ..
Van daar tot Symotz ... .
V an daar tot Itzymodo ..
Van daar tot . .
Van daar tot Akafi. . ..
Van daar tot Fiogo .. ..
Van daar tot Ojacca. ... . .
*34
Z5
À
5
10
Z
7
10
10
In ’t geheel,