Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
333
JPEG-Download
 

VAN JAPAN.

V. Boek. VIII. Hoofd st. 333

den Tempel zelf. Verder zeylende voe-ren wy tuiTchen hooge rauwe bergenaan weerkanten , aan welker voet ver-schelde goede Haavens en kleine Dorpenwaren, die niet waardig zyn op te tellen.Aan ons Stuurboord hadden wy eenDorp Swoja genaamt, gelegen op eenEyland : Het bestond uyt omtrent hon-derd huvsen,en is vermaart om de groo-te menigte van ’t Zout,dat daar gemaaktWord, waar van het ook zyn naam voert.Niet ver van ’t zelve is het klein DorpJiigi of Igé, beroemt om dat het alleen-lyk bewoont word door rylte Boeren enLandvolk. Daar is ook een schoon Pa-leys behoorende aan den Heer van dePlaats. Hier begon de wind weer gun-stig te waayen. Verder zey lende voerenWy voorby een klein Eyland, aanmer-kens waardig om dat het boven ’t wateruytstaat op de wyze van een hooge Py-ramide. Aan de zyde van ons Stuur-boord was byna, zo ver als wy kondenzien, niets dan water,zynde ’t een groo-te Baay, die inloopt tuslehen Iko en Sa-miki , de twee Noorder - Provintien vanhet Eyland TJikoko. Ze loopt Zo diep intuslehen de twee gemelde Landschappen,dat wy het einde van dezelve niet kon-den zien. Aan de zyde van ons Bakboordzagen wy verschelde Dorpen op het grootEyland Nipon. Niet ver van daar quamenwy aan de vermaarde Haave en Dorp"°tnu. Tomu , ’t welk wy niet ver van ons afaan ons Bakboord hadden. Het legt aan’t vaste Land van Nipon , in de Provin-,tie Bingo , van waar het word genoemtBingono Torna , tot onderscheiding van eenDorp van dcnzelfden naam. Het legt opeen ryzende grond aan de voet van denberg , en bestaat uyt eenige honderdenVan huyièn, ’t welke een redclyk schoongezicht geeft, zynde gebouwt om deHaave , die byna hals rond is. In degroote Straat, die langs de Haave looptis een Mar'tam of Hoerhuys, en tweefraaye Tempels. Men maakt hier zeerfyne Matten en Vloerkleeden, waar medeZy in dit Land de vloer bedekken , endie van daar in groote menigte wordenuytgevoert naar verfcheide andere Pro-vintien. Achter de Stad in ’t opklimmenVan den Berg is een schoon Klooster.Omtrent een vierde gedeelte van eenHoogduytsche myl, eer men aan’t Dorpkomt staat een vermaarde Tempel vanm den Afgod Jtibuto, die gezegt word zeer' uytmuntende te zyn over de wonder-baarlyke geneezmg van veele verouderdezieftens, gelyk mede over ’t bezorgenvan een gunstige wind en gelukkige ofvoorspoedige reys.Om deze reden binden

C A >el

de Zecluyden en de Reyzigers op deSchepen altyd eenige kopere geldstukkenaan een stuk houts, en werpen het in deZee, als een oftèrhande aan dezen Abbutaqnano Sama, of Heere God Abbnto , gelykzy hem noemen, ten einde om een gun-stige wind van hem te verkrygen. DePriester van den Tempel zegt , dat hetnooit mist of deze Offerhanden dryvenaan Land,en komen veylig in zyne han-den. Voorzichtigheids halven evenwelkomt hy zelf by stil weder in een kleinSchuytje aan de voorbyvaarende Sche-pen , om deze soort van Offèrhande voorzynen Afgod te vraagen. Even voor ditDorp legt een Eyland digt met boomenbezet, gelyk de nabuurige bergen medevoor ’t grootste gedeelte zeer veel houtsvoortbrengen. De wind gunstig blyven-de zeylden wy noch zeven JapanicheZcemylen verder, naar een Dorp Syreisigenoemt, gelegen op een klein Eylandaan ons Stuurboord. Hier lieten wy hetanker vallen een uur voor ’t ondergaander Zon , om dat indien wy verdervoortgezeylt hadden , wy niet tydig ge-noeg zouden hebben kunnen komen aaneenc andere goede Haave. Dit Dorp be-staat uyt omtrent vyftig huyfen. Hetlegt in een aangenaame welbeplante Val-ley aan het einde van een Haave, die tenHoorden open is. Op dit Eyland wordde God Kobodais aangebeden in een Spe-lonk op den top van een Berg even ach-ter dit Dorp. Behalven onze Bark waren'er twaalf andere die in dezelve Haavehet anker lieten vallen, die alle ons voor-beeld navolgden met de Mast neer te la-ten op het dek, om voor te komen datze by nacht niet geslingert wierd. Wyhadden dezen dag, de wind gunstig ge-weest zynde, in alles afgelegt achttienZeemylen , zeylendc Oost en Noord-Oost.

Op Donderdag den tweèentwintigstertvan Sprokkelmaand wonden wy hetAnker op met ’t krieken van den dag,en zeven Zeemylen gezeilt hebbende tus-schen verfcheide kleine Eylanden, qua-men wy aan de Stad Symotzi of Symotsui ,leggende op het vaste Land van Nipon ,op de rotsachtige Kusten van de Provin-tie Bitsju , aan den voet van een berg,die een ry Denneboomen over deszelfskruyn heeft, op de wyze van anderebebouwde bergen, voornamentlyk ín deverfcheide Eylanden, die wy voorbyge-zeylt waren op onze reys van Simomjeki.Deze Stad bestaat omtrent uyt vier ofvyf honderd huyfen, en is in dnen ver-deelt, wordende yder geiegeert door een7 oriki. Tegen over dezelve aan de rech-Tt 3 ter-

Syreifit

Symotzi.