Tfuíl
Jimma.
Áko.
Muru.
334 DE beschryving en geschiedenis
tcrhand staat een Kasteel Sywos genaamt,gebouwt van hardsteen , met een nabuurig klein Dorp. Een afbeelding vanSymotzi is te zien in de zy ‘tafel. Niet vervan daar quamen wy in ’t gezicht vaneen ander aanmerkelyk Eyland 'ifufifamma genaamt staande boven het wateruyt op de wyze van een Pyramide. WyZagen dit reets van Symotzi ten Oostenvan ons, en Oostwaards moetende stie-ren, stond het recht voor ons. De Zeehier omtrent wierd weer sinalder, nadiende Kusten van Nipon en van Isikoko dichthaar elkander toeïoopen. Aan ons Bak-boord op de Kuiten van de bovengenoemde Provintie Bitsju zagen wy eengroote Haave, waar in eenige weinigeSchepen ten anker lagen. Zy lag open enredelyk wel bloot voor de Zuyderlykewinden. Aan yder .zyde was een DorpSybi genaamt. Acht mylen van daar aandezelve Noorder-Kustcn legt het grooten schoone Dorp Symodo of Ufymano , ’twelk door een klein Fort verdedigt word.Zeven mylen verder legt het welge-bouwd Kasteel Ako , ’t welk met zynewitte iyluüren,hoogeToorens,ende StadAko daar achter leggende aan het oog eenzeer fraayen aangenaam gezicht verlchaft.De Kusten daar omtrent zyn zeer klip-achtig en fchynen geen goede ankergrondte hebben. Het is de woonplaats van eenkleine Prins Asm o Tackómin , wiens in-komsten niet boven de vyf Mangokf be-dragen. Omtrent ten vyf uuren’s avondsgeraakten wy in de vermaarde HaaveMuru die omtrent drie mylen van Ako af-legt. Wy wierpen hier het anker om-trent twintig schreeden van het Strand,tustchen meer dan honderd andere Sche-pen. De wind bleef noch gunstig. Wywaren dezen dag gevordert zevenentwin-tig Zeemylen. De Haave van Muru isniet zeer groot, doch een der veyligstein geval van storm, zynde beschut dooreen Berg die westelyk uytloopt van hetvaste Land , en een groot gedeelte vandezelve dekt. De inloopende Schepenmoeten stieren Noord - Oost , en danverder Zuyd-Zuyden ten Oosten, omniet ver van de Stad te ankeren. Eengroot gedeelte van de Haave is omringtmet een sterke hartsteene Muur. Degelegentheid van de Stad is zeer pleyzie-rig en aangenaam ; ze is gebouwt langsdezen Muur, en behoort tot de Provin-tie Eisen. Ze bestaat uyt eene lange naau-we straat , die langs de halfronde Oeverloopt, en uyt eenige weinige andere,dieachterwaards oploopen naar de Bergen.
’t Getal der huyicn zal omtrent in ’t ge-heel bedragen zes honderd. Ze word
voornamentlyk bewoont door Sackï-Brouwers , Biertappers, en Kraamers,die rykelyk kunnen bestaan, van wegen,de menigte der Schepen, die dagelyks indeze Haave loopen. De Stad word be-heerscht door een Bugjo. Hier is een ver-maard handwerkles van Paardshuydcn,dewelke op de manier van ’t Rufch Le-der bereid en geverft worden. Verschei-de dezer wierden ons te koop geveylt totvier Maas het stuk. Hoe morffig als dezeStad ook is, en hoe gering deszelfs In-woonders zyn, houden zy egter tot hunvermaak en tydkorting een Mariam ofopenbaar Hoerhuys. De nabuurige ber-gen zyn tot boven toe bebouwt, ’t welkvan verre beschouwt, een zeer aangenaamgezicht aan het oog verschaft. Het Bosch’t welk achter de Stad legt aan de eenezyde van den berg,die de Haave verwo-nende een half Eyland, bedekt, maakteen zeer sraaye en vermaakelyke veran-dering en bevalligheid in het verschiet.Het staat op een steenachtige grond *rondom het zelve zyn gebouwt verschel-de ronde Bòrstweeringen , Wacht en an-dere Huyscn, net getimmert en pleyzic-rig gelegen voor de Officieren en Zoldaa-ten,om in te woonen. Aan het westeindevan de Haave aan deszelfs mond, staateen kleine Sterkte met een Wacht, ge-bouwt als tot bescherming van de Haave*zo als men asmeeten zoude, meer om dat-ze de gedaante van een Fort heest, endoor tien Pieken, cn zes Hefbaarden,die voor het zelve zyn geplant, dan uytde wacht der Zoldaaten. De Berg waarop dit Bosch of de Sterkte staat, is aande Stad gehegt door een smalle streekLands, doch wederom van dezelve afge-scheiden door Poorten en Muuren, omonnodige gemeen en verstandhoudingvoor te komen. Wy gingen in de Stad,als naar gewoonte verzeil door onze Op-zichters en Wachten, ik meen de Med-gezellen op onze reys. Wy wierden doorhet huys van een Sacki - Brouwer geleydin de lange straat, en in deze in een Bad-Jloove, om ons zelven daar te wastchenen te verfriiïchen. Dit huys was volGasten, want behalven het voordeel vanhet Bad, verkocht de Waard ook Sacki *en sommige Eetwaaren. Ons zelven welgewaiiehen en verfrischt hebbende, gin-gen wy te rug naar onze Bark, en von'den de Straten aan weerkanten geschaartmet menigte van Kykers , die met ge'beele troppen toegeschoten waren, omons te zien voorbygaan, ’t welk zy ookZagen, doch zeer eerbiedig knielende enZonder het minste geluyd te maken. (H etgezicht van de Stad en Haave van Mur» *