Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
343
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. V

dezelve rondom beiproeit. De Voorste-den bestaan uyt eene lange straat, dwarschover welke wy reeden naar een deftige jboute Brug Judo Obus genoemt, dewelke400 schreden lang is, en onderschraagt"Word door veertig boogen , die overeen-komen met zo veele traalien, aan 't bo-veneinde verciert met kopere knoppen,vertonende een ongemeene ichoone fi-guur. Aan het einde van deze brug iseen enkele wel bewaarde Poort, doorWelke wy in de Stad quamen. De StadZelve is zeer aangenaam en vermaakelykgelegen, en heest veele schoone Huysen,doch weinige Straaten die elkander rechtoverdwarslchen , loopende sommige tenZuyden, iommige ten Oosten. Tot Jodowoonen zeer veel Kunstenaars en Am-bachtslieden. Áán de Westzyde van deStad legt het Kasteel, gebouwt van tic-helsteenen in het midden van de Rivier,wet prachtige Toorens, verscheide ver-diepingen hoog, aan yder hoek en in hetmidden van deszelfs muurcn,’t welk eenhecrlyk en pleyzierig gezicht geest aan’t geheele gebouw. Het plein voor hetKasteel is omvangen met een sterke ge-metzelde muur , die tot ver in de Stadrykt. Dit Kasteel diend tot wooningvoor den Prins Fondaifiono. Uyt Judogaande, komen wy weder over een brugvan tweehonderd treden lang, onder-schraagt door twintig boogen, welke onsbracht in een andere Voorstad, aan wel-kers eind een sterk Wachthuys was. Wylieten aan onze rechterhand aan de over-zyde van de Rivier, hoewel buyten onsgezicht, leggen het vermaard Dorp ofkleine open Stad Udfy , door geheel Japanbekent, om dat ze de beste Thee voort- !brengt, die om haare ongemeene deugdgeteelt en gezonden word naar Jedo toteigc gebruyk van den Keyzer. ( Ziet deHi flor ie van de Thee in het Aanhangsels Naomtrent twee uuren rydens quamen wyhii^j ten twee uuren des namiddags aan de'■ Stad Fnfhni of Fujymi. Deze kleine openStad of liever Dorp, bestaat uyt weinigeStraaten, sommige breeder dan lang, ensommige van een wakkere lengte, ensommige oploopende naar de bygelegeneboschachtige Heuvelen , die aan onzerechterhand os ten Oosten van de Stadhgen. Sommige kleiner takken van deVoorgemelde Rivier loopen door of langsde Stad. De middelste en voornaamsteStraat van Fafymi reikt tot aan Miaco , enis vast aan de straaten van die Hoofdstaden Zetel van den Geestelyken Keyzervan Japan , in zo ver, dat Fufymi mochtWorden genoemt de Voorsteden vanMiaco , te meer, nadien deze laatste Stad

. Boeic. IX. Hooedst. 343

| in ’t allerminste niet ingesloten is door

! muuren, maar open legt naar de Velden,

Hec was dezen dag Isitats, by de Japo-neeiên , zynde den eersten der maand,dien zy houden als een Zon of Heyligendag , bezoekende de Tempels, wande-lende in de Velden, en allerley soortenvan vermaak nemende, zo dat wy dezelange straat, welken wy overreeden, vol-le vier uuren bevonden, eer wy in onzeHerberg quamen , opgepropt van In-wooners van Miaco , buyten de Stad gaan-de om de frissche Landlucht te scheppen,en de Tempels te bezoeken. Inzonder-heid waren de Vrouwen by deze gele-gentheid kostelyk uytgedost in verfchei-derley gekoleurde Tabbaards, naar demode van Miaco , dragende een Purper-verwige Zyde om haare voorhoofden,cngroote strooye Hoeden , om haar te be-schutten tegen de hitte der Zon. Wyontmoeteden ook iommige byzonderesoorten van Bedelaars, geestig gekleed,en sommige op een zeer belachelyke wy-ze vermomt , niet weinige gingen opyzere stelten, andere droegen groote pot-ten met groene boomen op hunne hoof-den ; deze zongen ,< geene preevelden, diefluyteden, en andere sloegen op de klok-ken. Den geheelen weg langs zagen wyeen menigte van winkels open staan vanSpeelders en Guychelaars, het Volk ver-maalcende. De Tempels aan onze rechter-hand, gebouwt in ’t opklimmen van denabuurige bergen, waren verlicht metmenigte van Lampen , en de Priesters,met yzere hamers op de klokken slaande,maakten zodanigen gedruyfch , dat hetvan zeer verre kon worden gehoort. Ikmerkte aan een groeten witten Hond,mislehien van Pleyster gemaakt, die aanonze linkerhand op een Outaar stond, ineen nette opgepronkte Kapel , of kleineTempel, welke toegeweyd was aan denPatroon der Honden. Ten zes Uuren Aankomst;des avonds quamen wy in onze Herberg tot Miaco.tot Miaco, en wy wierden aanstonds eentrap opgebracht ín onze vertrekken, wel-ke ik meen dat eenigermaaten mogenworden vergeleeken by de WestsaalscheRookkamers, waar in zy hun Ofievleesen Spek rooken. Wy hadden dezen daggereyst door een zeer vruchtbaar Land,en meest door Rystvelden , in welkenwy geheele trappen van wilde Lendenzagen , zo men ze dus mag noemen,zynde zo tam, dat geen naderend rey-zend gezelschap haar schuuw maakt.

Wy zagen ook verschelde groote witteReygers, Iommige Zwaanen, en eenigeweinige Ojevaars, hun voediël zoekendein de moeraslige Velden. Ook merkten

wy