Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
345
JPEG-Download
 

VAN JAPAN.

kluchtige wyze weder neergelaten ; dochWy wierden verzocht een weinig langerte blyven , op dat de Mevrouwen, diein een andere bygelege kamer waren,achter een papiere icherm , met gatendoorboort, gelegentheid mochten hebbenom ons en onze vreemde Weeding te be-schouwen. Ten dezen einde wierd onze.Gezant verzocht haar zyn Hoed te ver-wonen , zyn Degen, Horologie ,en ver-ichëide andere dingen die hy by zich had,als mede dat hy zynen Mantel wilde af-leggen op dat zy een volkome gezichtmochten hebben van zyne geheele klee-dagie, zo van vooren als van achter. Om-trent een uur geweest zynde aan ’t Huysvan dezen Gouverneur, wierden wy doorde voorgemelde twee Geheimfchryverste rug geleyd naar de Zaal of Hoofd-wacht , en van daar door twee andereOfficieren tot op het Pleyn. Vermits hetschoon weder was beslooten wy van daarte voet te gaan naar het Huys van denanderen Stadsvoogd, schoon het eertigehonderd treden van hier lag. W y wier-den daar byna op dezelve zo even gemel-de wyze ontfangen. Na dat men ons inde Ban van het huys had onthaalt opThee en Tabak, wierden wy begeleyddoor verschelde vertrekken in 'de gehoor-zaal , die kostelyk gemeubeleert, en on-der andere verciert was met een Kabinetmet Boogen en Pylen , klein schietge-weer, Kanon en Pistolen , bewaart inzwarte verlakte koekers z welke en ande-re diergelyke wy ook hadden zien han-gen in de andere kamers, in ’t verbygaanmeest op dezelve wyze, als wy dezelvehadden gezien iri ’t huys van den Gou-verneur van Osa.ea. Aan de eene zydevan de Zaal merkten wy twee tralyven-sters doorboört met gaten , waar achtereenige Vrouwen zaten, welke de nieuws-gierigheid om menschen te zien, die uytfculke verafgelegene deelen des wáereldshuamen, derwaarts gelokt had. Naauw-lyks waren wy aan ’t zitten, of de Gou-verneur verscheen , en zette zich neefomtrent tien treden van ons. Hy was in’t zwart gekleed als na gewoonte, metrj en plechtgewaad. Hy was een gryslö an , omtrent zestig jaaren oud , docheen goede gemaatigtheid, en daar^nevens zeer schoon. Hy verwelkomde°ns, en toonde ons in zyn geheel gedrag^ e el beleeftheid, en ontfing onze gefchen-ken vrindelyk , zo het scheen met zeerkeel vergenoeging. Onze eerste Tolkmtm deze gelegentheid waar, om denGouverneur, als zynen ouden bekenden,ee mge bezonderé Geschenken van hem■^^ve te doen, bestaande in eenige Euro-

V. Bofek. IX. Hoofdsï. 345*

pische Glafen , ter zelver tyd in zynegunst aanbiedende den Zoon van zynÜnder-Tolk.Oris afscheid genomen heb-bende keerden wy te rug naar onz cCango’sen lieten ons naar onze Herberg dragen,alwaar wy ten een uur ’s namiddags aan-quamen.

Kio of Miaca (de platte grond welker Beschry-Stad korter zàamgetrokkeu uyt een groote'Japanshe Kaart , vertoont word in de IJ» '

Tafel) betekent in ’t Japansch, een Stad.

Ze word dus genoemt by voege van uyt-nementheid , zynde de Zetel van zynHeyligheid den Daïri , of GeestelykenErf-Keyzer,cn om deze reden gehoudenvoor de Hoofdstad van ’t gantsche Ryk.

Ze legt in de Provintie Jamatto in eengroote vlakte, en is van het Noorden naarhet Zuyden drie vierde van een Hoog-duytiche myl lang , en een halve breedvan’t Oosten naar het Westen: Ze wordom vangen met pleyzierige groene Heu-vels en Bergen , uyt welke vlieten me-nigten van kleine Rivieren en aangena-me Fonteinen. Dé Stad legt ’t naast aan'de Bergen aan de Oostzyde , alwaar me-nigte van Tempels , Kloosters , Kapel-len en andere Godshuyfen zyn , staandein het ryzen van de Bergen , dewelkewy nader en naauwlceuriger zullen be-schouwen op onze te rug reys. Drie on-diepe Rivieren loopen in of langs deStad aan dien kant; de eerste eri grootstekomt uyt het Meyr Oitz ; de twee anderekomen af van de bygelege Bergen, en zyvereenen zich omtrent in ’t midden vande Stad, alwaar een Brug van twee hon-derd treden , Sensjonofas genoemt, overdezelve legt. De vereende stroom neemthaaren streek van hier Westwaards. DeDaïri met zyn Geestelyk Huysgezin ,woont aan de Noordzyde van de Stad,iri een byzonder gedeelte of buurt, be-staande uyt twaalf of dertien Straaten,envan de Stad afgescheiden door Wallen enGrachten. ín het Westergedeelte vande Stad staat een sterk Kasteel van Hárt-steen gebouwt. Het wierd gesticht dooreen der Geestelyke Erf-Keyzers tot vey-ligheid van zyn eige Persoon, geduuren-de de burgerlylce Oorlogen ; en tegen-woordig diend het tot een verblyfplaatsvoor den Waereldlyken Monarch, wan-neer hy den Daïri komt bezoeken. Hetis, daar ’t op ’t langste is , honderd envyftig Kins of Vademen lang. Een die-pe Gracht met water en ommuurt looptom het zelve heen ; en zelf word het otn-cingelt door een breede ledige plaats ofdrooge gracht. In ’t midden van hetKasteel is, volgens gewoonte, een vier-kante Tooren verschelde verdiepingenX j hoog