Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
348
JPEG-Download
 

-zM DE BESCHRY.VING

herhaal en, in hunne gebeden en uytboe-femingen pzyn zaamgetrokken uyt Nam»Am'ula Bttdzn , groote God Amida help ons.Zy zyn in der daad een hoop luye Becde-iaars by malkander schooiende op de stra-tèn, öp de, wegén en op openbaare plaat-sen , biddende en zingende Namanda enkloppende ' op dé klokken , voor welkehunne moeyte zy hoopén op de mildegiften der bygeloovige aanbidders, voorzo veel zy voorwenden , dat hunne ge-beden en gezangen ter eeren van Amuia ,zeer veel toebrengen tot de verlossing vanhunne overledene Ouders en Vrienden,indien zy gevangen zyn in een plaats vanpyniging. Onder hen fzelven helpen zyelkander met al hun macht en bequaam-heid, en zy hebben 't algemeen belangvan ’t gebroederschap tot een van hunneGrond-Wetten geíegt. Indien 'er eensterft, begraven zy hem met hunne eigehanden , zo veele als men van hen byel kanderen kan krygen , en indien hyarm en in geen staat is om de nodige on-kosten tot de begravenis uyt zyne nala-tenschap te vinden , bréngen zy 't ondermalkanderen op, en 't geen 'er noch

EN GESCHIEDENIS

mocht ontbreeken , beschaaren zy doofbeedelen. Indien ryke Luyden begcerigzyn om als Leden van deze Maatschappyte worden aangenomen, is de eerste estvoornaamste vraag , die zy doen, of zjby gelegentheid de behulpsaame handwil len leenen om een overledene broederte begraven ? En zo geantwoord neen,worden zy om die reden alleen buyten-geiloten. Deze gewoonte word door henín alle de gedeeltens van het Ryk onder-houden.

4 Fongnanfi Sin, anders Ikofiu welkbetekent de ryleste, is cène andere byzon-dere Sekte van de Budsdoijien , die dénTempel Fongnanfi voor dc plaats van hunvoornaamsten Godsdienst houden. Zyworden verdeelt iri Nis Fonguan Si Sin,of de westersehe Aanhangers van de Fon-gmn Sekte , en in Figos Fonguan fi Siu,of de öóstersche Aanklevers van dezelve,

5 Bukwoo Si Siu worden dus genoemt,insgelyks van een Tempel Bukkvio daarzy voor alle andere gaan aanbidden. An-dersins stemmen zy in de meeste GeloofsPunten over een met de Sekte Montefii.

X. HOOFDSTUK.

Onze reys van Miaco naar FammamaSz, zynde halver weg

naar Jedo,

Vertrekvan Miaco

O P Vrydag den tweeden van Len-temaand vertrokken wy van Miacoin onze Cangfis , en na een uuretyds quamen wy aan het einde van eenStraat in de Voorsteden, welke genoemtword Aviattagus , daar wy in een Her-berg gingen , en door onzen Waard teMiaco wierden onthaalt met Sacki en Soc-kani , (koude spys.) Wy bleven daaromtrent een uur tyds stil , en gaven on-zen Waard voor zyne beleeftheid eenCobang , aan zynen Zoon een halve Cobang ,en aan de Waardin een Itzebo. Van daarreyzende door een eng bergachtig pad,quamen wy aan de lange Dorpen binokaen Jakodficja die een uure van Miaco. af-leggen. Hiei- dronken wy een weinigThee , zynde onze hoofden een weinigontzet door het al te veel nemen van deSacki welke wy genootzaakt waren tedrinken, toen wy Miaco verlieten. DitDorp strekt zich uyt tot aan het DorpJabumfa , ’t welk dus genoemt word vanwegen de menigvuldigheid van den Bant-

| bons, die daar groeyt in de nabuurschap.

; Ook brengt het voort de beste soort van

, Tabak. Wy zagen hier aan onze linker-

: hand , eenige Pistoolfchootèn van den

weg , een Klooster , genoemt Mar o Tai

Dai Moofin , met een staatelyke Tbori of

Poort naar den Tempel , naby den weg

staande, en den weg naar dat Klooster

aanwyzende. Een weinig verder was

een jQuanwon Tempel, met een groote

vergulde Dftfoo , staande in een zeskantig

gebouw. Een vierde van een uur verder

quamen wy tot hxanotsija een kleine

buurt, en kort daar na aan het groote

Dorp Ojrxüki , bestaande uyt ëene lange

straat, en omtrent vier honderd huyfen,

bewoont door Slotemakers, Draayers,

in Hout en Yvoor, Beeltfnyders , Ma ar

ten en Gewichtmakers , Draadtrekkers»

maar inzonderheid door Schilders en

andere menfehen die alle soorten van Af*

góden Beelden verkoopen. Wy zagen

hier aan onze rechterhand een hoogen

berg noch met Sneeuw bedekt, west {i:

* ge-