VAN JAPAN. V. Boek. XI. HoOfdst. 3 j ?
XI. HOOFDSTUK.
Onze reys van Fammamatz naar Jedo, de plaats van’j■ Keyzers Hofhouding,
ha
Xt/T Y recden laater dan na gewoonteW af van Fammamatz van wegen depynlykheid van onzen ouden eer-sten Tolk. Omtrent twee uuren ver ge-j,. vordert zynde, quamen wy aan de snel-r, 1 loopende Rivier Ten Rht , dewelke toen in
twee armen neerquam naar de Zee toe.Deze Rivier is zeer breed , zynde deOevers een vierde uurs van elkander.Haare snelle stroom is zo sterk, dat zegeen brug wil verdragen. Wy waaddenden eersten arm door te paard , en wier-den over de tweede gevoert in platbo-demde Praamcn. Toen steegen wy we-der te paard, en trokken door sommigeDorpen, ( ’t is onnodig dezelve hier opte tellen , om dat ik ze in de. Kaart vanonze reys van Fammamatz naar .7«/o, aan-getekent heb, (ziet de 2.9 Tafel.) Onderandere plaatsen togen wy door de StadMitzcdaï , bestaande uyt tweehonderd vyf-tig huyfen alwaar wy opmerkten eenZonderlinge staatelyke Toori , of Poortnaar een Tempel leydende. Mitzka is eenandere Stad van omtrent vyfhonderdhuyfen. Van daar over een brug van vyf-honderd treden lang gaande, quamen wytot Fukuroy een groot Dorp van om-trent vier honderd huyfen , daar wy ’tmiddagmaal hielden. Na den eeten qua-men wy aan de Stad Kuktaga of Kake-wa-twee mylen van Fukuroy. Deze Stadheeft haare Poorten en Wachten, en aanyder eind een Voorstad. Het Kasteel legtaan de Noordzyde. Het is een grootvierkant gebouw , doch alleenlyk om-ringt , met een este muur, zonder eenigeWachthuyfen , of andere versterking,Delylc het gemeene gebruyk is, staat ookhier in ’t midden een prachtige ToorenVan verfcheide verdiepingen hoog en ver-kiert. By onze aankomst in deze plaatsgebeurde het volgende toeval. Een arm^t>, Inwoonder van de Stad, met zyne*' huysgenooten aan de deur zittende, ge-raakte een ketel, die over ’t vuur hong,°m 01 y uyt eenige Vruchten te koöken,b y toeval in brand , ’t welke ’t geheelehuys in een oogenblik in vlam zette, envermits’t sterk waayde, wierd de vlama anstonds overgebracht in de buurhuy-stn : Wy bemerkten geen brand achter
ons, maar alleen een zwaars rook Ver-nemende die op ons afquam, en met eestvaart de gantfche lucht bedekte, begon-nen wy te duchten voor een fchielykestorm , en na onze Mantels om te zien.Doch de wind ons van achteren komen-de, bracht ons fchielyk in zulken rooken hitte , dat wy , om niet te stikken,gedwongen waren op een volle galop teryden, en ons weg te pakken zo ras alswy konden. Eenige honderd treden vande Stad op een kleine heuvel gekomenzynde, keeken wy om, en zagen dat degeheele Stad bedekt was met rook envlam, zo dat wy niets konden zien,dande bovenste spits van den Tooren vanhet Kasteel, uytsteekende als uyt eenzwaare dikke mist. By onze te rugkomstevenwel van Jeclo deze Stad weder dóór-trekkende , bevonden wy dat het onge-luk zo groot niet was, dan wy gevrecsthadden, want daar was geen schaade ge-schied aan het K afteel, en meer dan dehelft van de Stad behouden, hoewel ’erten minsten wel twee honderd huyfeninzonderheid in de Middel én GrooteStraat in de assche lagen. Twee mylenverder quamen wy tot Nify/acca , eenDorp van omtrent tweehonderd huyscstdaar wy onze Paarden wislêlden tegenCangos , om ons te doen dragen over eenBerg naar het Dorp Canaja, alwaar wyweder verflche Paarden namen. Eenvierde van een myl van daar voortgeire-den zynde , quamen wy aan de grooteen vermaarde Rivier Ojingaiva , die af-komt uyt de nabuurige gebergtens, meteen ongemeens kracht en snelheid, enomtrent een halve myl beneden dezeplaats in Zee valt. Vermits het zederteenigen tyd schoon weder was geweest,was de bodem van deze Rivier, die vol-kome een vierde van een myl breed is,voor een groot gedeelte droog ,' en hetwater liep hier en daar af in eenige af-gezonderde Beekjens. Wanneer het sterkgeregent heeft is het onmogelyk dezeRivier te doorwaaden , als het hoogwater is , en zelfs by laag water is deovertocht verzelt met groote moeyte estgevaar , van wegen de klacht en snel-heid van den Stroom, en van wegen de
Rivier
Ojingwi!