Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
360
JPEG-Download
 

Simada.

z6o DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS

groote steenen , die dikwils van de na-buurige Bergen , daar ze haaren oor-sprong neemt, neerrollen. Om dezereden zyn 'er byzondere raenfchcn , dievolkome kennis hebben van den grondder Rivier , aangesteld , om de Reyzi-gers en hunne Paarden door deze Rivierte dragen en te leyden, voor zekere daartoe gestelde sommen, en op dat zy nietnalatig zouden zyn om behoorlyk zorgte dragen voor het leven der Reyzigers,is 'er volgens de Wetten van het Landvastgesteld en bevolen, dat by aldieftymand der Reyzigers verdronk, alle degeene, die de zorg aanbevolen is, om demenschen Over deze Rivier te brengen,ter dood zouden worden gebracht. Menbetaalt deze Doorwaaders na de dieptevan de Rivier, of hoogte van het wa-ter , ’t welk gemeeten word aan eenpaal, aan de kant opgerecht. Toen wyoVergebracht wierden, schoon het watertoen zeer laag was, en naauwlyks eenknie diep , waren 'er echter vyf men-schen geschikt voor yder Paard , aanweerkanten twee, om het onder denbuyk te houden , en den vyfden aanden toom. Als het water hooger is,moe-ten 'er zes Perloonen aan yder zyde vanhet Paard zyn, twee om het onder denbuyk te bonden, en vier om deze tebonden, en elkander te ondersteunen,terwylen de dertiende op den toom past.De Japoneesche Schryvers, inzonderheiddc Dichters , zinspeelen menigwerf opdeze Rivier, wegens haare byzonderhe-den. Deze Rivier overgetrokken zynde,reysden wy een half uur verder, en qua-nten aan het Dorp of kleine Stad Simada ,zynde liechs een vierde van een myllang. Wy bleven daar dien nacht, heb-bende dien dag afgelegt vyf mylen vooren zes mylen na den ceten. Het Landdat wy dezen dag.doorreyst waren,waseen vruchtbaare vlakte tot aan Faragaixa ,maar van daar tot Simada , wierd hetbergachtig , en voor een groot gedeelteschraal en dor. Niet ver van Mitzku , al-waar wy de bergen hadden een halvemyl aan onze linkerhand, en daar wyaan onze rechter de Zee klaar kondenontdekken , reysden wy door Böstchaa*dien en Kreupelbofchjens, en langsvruchtbaare Velden, omzoomt met Thee-Heesters, doch alleenlyk een halve myl.Onder de verschelde zonderlinge soortenVan Beedelaars, welke wy dezen dag ont-moeteden, was een Jongen van dertienjaaren, Van zodanigen stag, waar Van ik ‘reeds cenig verhaal gedaan heb in hetvyfde Hoofdstuk van dit Boek. Hy hadeen boute tuyg van zyn hals afhangen,

en een touw daarom als een ketting metacht strengen, aan welker uytterste ein-den zo veele klokken hongen ; met dezezonderlingen halsband draayde hy zichzelf in ’t rond, zonder zich te verroerenvan de plaats, waar op hy stond, en ditdeed hy met zulken verbaasden ge-zwindheid , dat het geheele werktuygzich horizontaal met hem scheen te be-wegen , ter zelver tyd sloeg hy met tweehamers op de Schellen , makende eenzeldíâam est koddig zoors van mufylt.

Op Vrydag den negenden Maart , ree-den wy uyt ’s morgens ten zeven uurenen Verschelde Dorpen doorgetrokkenzynde quamen wy aan een groote Ri-vier, dewelke van de Stad Van Fusy Jedo,aan dc overzyde leggende, genoemtword Fusy Jedogawa. Ze is breed,snel-loopend, en niet licht te doorwaaden,zonder geholpen en onderschraagt teworden, door menschen die wel erva-ren zyn hoe de grond is. Toen wydezelve doortrokken was het water zeerlaag, en ver van tot aan de Oevers tereyken. Daar waren twee Poorten diebewaakt wierden, een aan 't inkomen eneen aan ’t uytgaan van de Stad, welkersStraaten ongeschikt, en de huysen slechtzyn, eerder gelykende na hutten. W yhadden eert goed half uur werks om aanhet einde der Voorsteden te komen. HetKasteel en Wooning van den Gouver-neur was aan onze linkerhand. Niet vervan Fusy Jedo wierd ons vertoont eenvermaard Kasteel, Fanunka/yo genoemt,omtrent een halve myl van onze rech-terhand afgelegen. Ecne myl verder ree-den wy over een Brug van vyftig tredenlang, aan welkers eind een kleine buurtwas Okake genoemt, Een vierde van eenmyl verder legt een Dorp van den zelf-den naam , ’t welk wy bereykten, ry-dende tuslehen twee Bergen. Van hiefhadden wy twee mylen weegs een zeerslegte weg Over bergen en rotsen , daarde bovengenoemde Rivier haaren oor-sprónk heeft, tot dat wy weder quamen ^ ü $ 0,in een vlakte,en kort daar na tot Mi/fiko,een kleine Stad van omtrent driehonderd

huysen. Tot Mmiko aten wy en gingen’s achtermiddags weder op weg, sommi-ge in Norimons , en Conga's , en anderete Paard. Na een Hals uur rydens q uil 'men wy tot Abikava , een duboeld Dorp*zynde gelegen aan beyde de zyden vaneen Rivier, dewelke ’t zelve in twc esldeelt, en niet ver van daar haare war-ren , door drie verlcheide monden in ZÇÇontlast. Een vierde myls van deze p e Swvier quamen wy aan de Hoofdstad g ur ug ÏJde Provintie Sttruga , óf Syringa, v^p