Catechu,«Of TerraJaponica,deszelfsbereidingen ge-brnyk.
z68 DE BESCHRYVING
langer dan breed , en is een vol uur ry-dens van het eene eind der Voorsteden tothet andere. Ze telt omtrent duyzend klei-ne, nette , welgebouwde huysen , voor’t meerendeel gewit, met vierkante plcy-nen voor dezelve en achter de huysenschoone hooven. Aan de Noordzyde] vande Stad staat het Kasteel en Woonhuysvan den Prins, ’t welk zich zelf als naargewoonte opdoed , door een schoonehooge Tooren. De Tempels zyn aandezelve Zyde in ’t opklimmen der ber-gen gebouwt. De leedige winkels too-nen aan, dat ’er in deze plaats geen groo-te handel gevoert noch handwerkselengemaakt wordert, niet tegenstaande ze zonaby de Zee legt. Niettemin word hiergemaakt of bereyd de ruykende Catechu ,of Terra Japonica , tot pillen, in kleinebeeldjens, bloemen, en verscheide anderegedaantens, welke naderhand wordengelegt in kleine zindelyke doosjens entot het gcbruyk verkocht. De Vrou-wen voornamentlyk houden daar vanzeer veel, om dat het de tanden vastzet,en een liestèlyken adem maakt. Het dikgemaakte zap word door de Nederlan-ders en de Chineesen onbereid in Japangevoert, en • naar dat het bereid is totMiaco of Odoixara , en gemengt met Am-ber , Kampher van Bornéo , en anderedingen koopen zy het op , en voeren hetweder uyt. De netheid in de kleeding,en het beleefd . gedrag en gebaarden desInwoonders dezer plaats, inzonderheytder Vrouwen, zyn een bewys , dat hetryke menfchen zyn die hier woonen, dieniet nodig hebben den kost te winnendoor Koophandel, maar die in staat zynzich zelven te kunnen geneeren op hun-ne eige inkomsten, en deze Stad verko-ren hebben om liever hier in deze danelders te woonen wegens de gezondelucht en de pleyzierige gelegentheid vande plaats. Doch de kleine Jongens warenhier ten aanzien van ons al zo moedwil-lig, als wy hen hadden gevonden te Fak-kone , en zy toonden uyt hun geschreeuwen uytjouwing ons achter na, dat ’erweinig zorg gedragen word voor der-fêïver opvoeding. Deze Stad met des-zelfs gebied behoorde eertyds aan hetgedacht van M'mofama , en lnaha M 'tno m' Cami, was de laatste van dien stam, diezebezeten heest. Tegenwoordig behoortzeaan Cangosama , President van des KeyzersRaad van Staate. Op onze aankomste totOdo-mra vaardigden wy een Renboode afnaar Jedo, om het zelve aan onzen Waardaldaar te verwittigen.
’s Maandags den twaalfden Maart be-gaven wy ons ’s morgens vroeg op rsys,
ÈN GESCHIEDENIS
om noch des voormiddags te kometitot Fupfavta , ’t welk acht mylen vastOdoroara aflegt. Odoivara verlaaten heb-bende quamen wy eerst aan de RivierSakava , die , schoon ze toen niet bovende drie voeten diep was, echter zo snelis, en wanneer zy hoog is, met zo veelgeweld' en kracht neerdruyfcht,dat mengenootzaakt is geweest de Oever te ver-hoogen , en dezelve te beschermen metkrachtige Dyken met steenen en .takkengevult, op dat zy niet doorbreeke , en’t 'omleggende laage Land onder waterzette. Wy wierden over deze Riviergezet met platbodemdc Schüytjens , ertdoorreysden toen de volgende plaatsen :Sakava en Koo/i , twee Dorpen , yderVan omtrent honderd huysen, Mejigatvaen Mijavta twee andere Dorpen elk vanomtrent tweehonderd huyien. Eer ' wyaan het laatste quamen, reederi wy overeen Brug van vyftig treden lang. Naomtrent een uur reyzens van Mijawàquamen wy aan Koyfi een kleine Stadvan sommige honderd huysen en eenhalve myl verder aan het Dorp Firatzka ,’t welk omtrent 300 huysen telt. Eerwy aan dit Dorp quamen reeden wy overeen Brug over een Rivier van denzelfdennaam , van honderd treden. Een halydmyl verder , reysden wy door een anderDorp Bansju , of Bendju , van omtrenthonderd huysen , en over eene breedsRivier die dezelve naam heeft, en by deJaponeescn zeer beroemd is. Zy druyschtnaat Zee toe met een groote kracht, enschoon zy toen niet zeer diep was, kon-den wy echter dezelve wegens haare snel-heid niet doorwaaden, zo dat wy ons be-dienden van platbodemdc Schüytjens, diezeer bequaam zyn om diergelyke Rivie-ren over te vaaren , om reden , zo alsboven gezegt is , van'wegen de duntevan haare bodems. De Bergen, die wytot dezen tyd toe hadden gezien aan on-ze linkerhand, fomtyds zeer naby, lbm-tyds verder af, eindigden hier in eengrooté vlakte , waar van wy geen eindèkonden zien, loopende dezelve voort totaan Jedo. Na dat wy over deze Rivierwaren gevoelt vervolgden wy onze reysdooi- een onbebouwde plek Lands (inwelke evenwel drie Dorpen leggen ,Matzya , Nango en Kowanda, oïKowara,Welker Inwoonders hun kost alleenlykwinnen van de Reyzigers) tot dat wyquamen aan het Dorp Joot/uja. Een mylaan deez’ zyde Jootfuja tegen over hetDorp Kowanda , of Kovtara , doed' ziehop , niet ver van de Kusten, eene zeerzonderlinge Rots , uytkomende boyende Zee, op de wyze van een Pyraitfi^’