Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
369
JPEG-Download
 

VAN J A P A N. V. Boek. Xl. Hoofdsí, 3Ö9

rfen

°?8-vr-

& tie

Ü!"»

cil een myl omtrent van het Land, rechtten Zuyden , legt het beroemde EylandKamakura , ’t welk betekent Kujlen. iHctichynd rond te zyn, klein, niet meer daneen myl in den omtrek , vol hoornen,anders vlak ; de Kusten zyn ongemeenhoog,zo dat wy dezelve van zeer verkonden zien. De Keyzer zond derwaardsverscheide van zyne afgezette en in on-genade gevallene Edelen, die, wanneerZy eeris naar dit Eyland verzonden zyn,verzekert mogen wezen , hunne overigeleeftyd daar te zullen verflyten. De Kus-ten zyn steyl en rotsachtig gelyk die vanhet Eyland Fatjisio , en rond het geheeleEyland geen aankomen zynde , moetende Schuyten , die de gevangenen of delevensnooddruft overbrengen, door eenKraan worden opgehyst en weder neer-gelaten. Omtrent een myl van Jootsujaquamen wy aan de Stad van Fujisawa,alwaar wy aten , hoewel niet in onzegewoonlyke herberg , nadien die bezetwas. Fujiscewa bestaat enkel uyt eenestraat, die omtrent een halve myl lang is.Door dezelve loopt eene Rivier, dewel-ke zich een vierde myls ván de Stad ont-last in de Zee; Zedert wy Odozvara ver-laten hadden de Zee altoos gehad heb-bende aan onze rechterhand, verloerenwy dezelve nu weder, loopende de Kus-ten zes mylen Zuyd-Zuyd Oost , zo datwy onzen tocht vervolgeiide den gant-ichen tyd van vier uuren niet anders za-gen dan Land aan weerkanten van denweg, tot dat wy te Fodogai quamen, al-waar wy de Zee weder in ’t oog kregen,en dezelve van daar niet weder uyt hetgezicht verloeren , tot dat wy tot Jedoquamen. Maar alvoorens ik deze plaatsverlaat, moet ik niet vergeten, dat aanhet einde van dezelve een oude gryzeMunnik in een Klooster woonde,,dietachentig jaaren oud , en een Inboorlingvan Nagasaki was. Het meeste gedeeltevan zyn leven had hy doorgebracht inheylige Beedevaarten, gins en weder hetLand op en neerloopende , en meest allede Tempels van het lapanfche Ryk be-zoekende. Het bygeloovig Gemeen hadZo een groot gevoelen gekreegen vanZyne heyligheid , dat zy hem, zelfs byZyn leven onder het getal der Heyligenstelden, en hem als een grooten Heyligverbied bewesen , en zyn Beeltenis wil-den aanbidden , ’t welk hy had latenu ythouwen in steen in dezen zelf over-treffende Alexander den Grooten, aan wiengeduurende zyn leven geene Goddelykevete wierd bewescn. Zyne Landslieden,die i n ons gevolg waren, liepen der-waarts terwyl wy aten, om dien Heyli-

gen Man te zien en eerbied te bewysen.

Na den ceten vervolgden wy onze reystot aan Canagazva. Twee mylen vanFunifazva quamen wy aan een kleine Stadj Toczká,Totzka , die te gelyk met deszclss Voor-steden bestaat uyt omtrent vyfhonderd'huyfen aan beyde zyden van een Riviergebouw t; Wy waren een halfuur onderweg van' ’t begin van de groote en mid-delstraat, die ongeregelt loopt, en op,sommige plaatsen langs de Rivierkant,tot aan het einde. Twee mylen verderquamen wy aan een andere Stad of Dorp,

Fodogai , 'mede bestaande uyt een lange Fodogai.ongeregelde straat, loopende eerst Oost,en dan Noord-Oost bevattende verschel-de honderde huysen, van welke eengroot gedeelte onlangs door een brandverteert waren , en noch in de assche la-gen. Fodogai legt aan de Zee , daar deKusten een soort van een kleine Baay ofInham maken, in welke de Rivier, diedoor de Stad loopt, zich zelf ontlast,makende een veilige Haaven voor pley-zierfchuyten, van welke wy 'er verschel-de zagen ten anker leggen naby den mondvan de Rivier. De avond overviel onshier, doch wy vervolgden onze reys eenmyle verder in den maanefchyn, reyzen-de langs het Strand , tot aan de kleineStad of Dorp Canagawa , alwaar wy tennegen uuren des avonds quamen, en diennacht bleven, hebbende dezen namiddagafgelegt vyf mylen. Deze Stad bestaatuyt eene straat van omtrent zeshonderdhuysen,en was naby een halve myl lang.

Schoon ze den naam draagt van eeneRivier, loopt 'er doch geene door. Delnwoonders hebben al het water om tedrinken uyt eenige Wallen gegravenaan den voet van een Berg, of lieverlange Heuvel, aan ’t einde van de Stad.

Het is helder , doch smaakt eenigzinsbrak. De Kusten hier omtrent schynenby laag water een zachte modderige kley.

Het Land , dat wy dezen dag warendoorreyst , was uytnemend volkryk envruchtbaar, inzonderheid tegen het laat-ste einde van onze reys wierd het vlakmet eenige weinige verhevene heuvelen,en een byna aaneengeschakelde ry vanSteden en Dorpen. De velden zagen wyop verscheide plaatsen gedekt met strooyetouwen aan stokken gebonden , ’t welkeen zeer ongemeene vertooning gaf.

Dit geschiede om de Vogelen af te weeren , dat ze geen schaade aan de opkojmende spruyten deeden.

Op Dingsdag den dertienden Maartreeden wy uyt voor ’t aankomen van dendag, hoewel wy fléchs zes mylen moe-sten afleggen om te komen in onze Her-Aaa berg