Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
378
JPEG-Download
 

Ons ge-hoor byden Key-2er, en’tgeen 'er bydeze gele-gentheidomging.

378 DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS.

nige dingen , op een houte werktuyg,op de wyze van een Tafel gemaakt, ge-legt, ’t welk de Japoneeicn aan elkanderZenden tot een teken van vriendschap)aan den Keyzer , bestaande in twee Tabof Steenbraafsems , gelyk wyze noemen,welke hy gekocht had voor x jo Cobangs ,eii een paar Schulpviflchen, díe hem 90Cobangs kosten. Een Cobang is waardigomtrent vyf Dukaaten', zo dat ’t geheeleonthaal bedroeg jsloo Dukaaten ofomtrent 2400 pond Sterk Deze tweelootten van Visch zyn de raarste enduurste in Japan , voornamentlyk deSteenbraastems , die , wanneer ze in dertyd zyn, nooit verkocht worden ondertwee Cobangs het stuk, maar in Winter-tyden , en by gelegentheid van grooteFeesten , word ’er voor betaalt wat ’ergeeischt word. In dit geval is het nietalleen, zeer voordeelig voor den Viich-verkooper, maar de Kooper acht het eenzonderling geluk, zulken raaien en die-i-en Visch te hebben kunnen krygen voorzodanigen Gast, voor wien hy een zon-derlinge en ongemeene eerbied en ach-ting heeft. Maar daar is iets byzondersen bygeloovigs verborgen in den eigenáám van dezen Visch , zynde het delaatste syllaab van het woord Meditab , ’twelk de Japoneesen, gebruyken, wan-neer zy elkanderen vreugde wenschen.

Op den negenentwintigsten Maart,zynde Donderdag, de dag gestelt tot onsgehoor , wierden de Geschenken , ge-schikt voor zyne Keyzerlyke Majesteit,naar ’t Hos gezonden, vergezelt door deOnder-Officieren van Sino Cami , en vande Ministers der buytenlandsche zaaken,om daar in bequaame order gelegt teworden op houte tafels, in de Zaal vantlonderd Matten , als ze genoemt word,alwaar de Keyzer dezelve zou bezichti-gen. Wy volgden kort, daar aan in eenzeer gemeene kleeding met zwarte zydeMantels , als plecht - gewaaden naar demanieren ván Europa. W y wierden ver-zelt door drie Rentmeesters van de Stads-voogden van Nagasaki , door onzen Do-fen of Onder-Bugjo , door twee Stads Boo-den van Nagasaki , en een Zoors- van eender Tolken, alle te voet. Wy drie Ne-derlanders en onze tweede Tolk reeden,te Paard, achter malkander. Onze Paar-den wierden geleyd door Stalknechts;,die Ze by den toom namen, een knechtby yder paard, aan de rechterzyde gaan-de, aan welke zyde het ook ’t gebruykvan dit Land is, om op of af te stygen.Eertyds waren wy gewoon twee knechtsby yder paard te hebben, maar onlangsis deze gewoonte afgeschaft, als ons en-

kelyk op onnodige kosten jaágende. On-ze Restdent , of Kapitein , by de Japo-ncefen dils genoemt, quam achter ons,gedragen in een Nortmon , en wierd ge-volgt door onzen ouden eersten 'Tolk,gedragen in een Cangos. De treyn wierdgefloten door onze overige Knechts in’t gevolg, te voet gaande op behoorlyketuslchenwydtens, zo ver als hen geoor-loft was ons te volgen. Op deze order 4gingen wy voort naar het Kasteel, enna omtrent een half uur rydens, quamenWy aan de eerste omtrek , welken wybevonden wel versterkt met Muurert enBolwerken. Daar reeden wy in over eengroote Brug met Pylaaren , boven aanverciert met kopere knoppen , over eenbreede Rivier gelegt, die Noordwaardsscheen tc loopen om het Kasteel, inwelke wy toen zagen zeer veele Schuy-ten en Vaartuygen. De Ingang is doortwee sterke Poorten, met een kleineWacht tusschen beide. Zo dra als Wy.door de tweede Poort trokken, quamenwy op een ruyme plaats, daar wy aanonze rechterhand een veel grooter Wachtvonden, dewelke echter meer voor staat,dan tot dienst en bescherming scheen ge-richt. Het Wachthuys was omhangenmet laken. In de grond voor den in-gang waren de Pieken geplant, en vanbinnen was het kostelyk opgepronkt metvergulde Wapenen, verlakte stukkenGeschuts , Pieken , Schilden , Beogen,Pylen en Pylkookers. De Zoldaten za-ten op de grond met de beenen kruys-weegs overeen, in een goede order, ge-kleed in zwarte zyde , yder met tweeZwaarden op den Gordel steekende.Deze eerste beschansing verby zynde, entuflehen de Huysen en Paleyiën derPrinsiën en Heercn van ’t Ryk, binnendeszelfs omtrek gebouwt, rydende, qua-men wy aan de tweede beschansing, wel-ke wy byna op dezelve wyze versterktvonden als de eerste; De Brug evenwel,Poorten, Binnenwacht en de Paleyiënwaren veel deftiger en heerlyker. Wylieten onze Norimon en Cangos hier, ge-lyk mede onze Paarden en Knechts, enwierden geleyd dwarsch door deze twee-de omlluyting naar de Fonmatz , of Key-zerlyke Wooning, welken wy intradenover een lange steene brug, en gegaanzynde door een dubbeld Bastion,en doortwee sterke Poorten, en daar na nochomtrent twintig treden verder, dooreenongeregelde Straat, gebouwt, na het degelegentheid der grond wilde toelaten,met Muuren van eene ongemeene hoogteaan beide zyden, quamen wy aan deFiakninban , dat is, Wacht van bondek

Manna 71 5