Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
379
JPEG-Download
 

VAN JA PA N.

Mannen , of de groote Wacht van hetKasteel, ’t welk aan onze linkerhand wasaan ’t boven eind van de zo even gemel-de Straat, dicht by de laatste Poort ley-dende naar ’s Kcyzers Paleys. Wy wier-den gelast in dit Wachthuys te blyven,tot dat wy konden worden ingeleyd tergehoor, ’t welk men ons zeide, dat ge-schieden zoude , zo ras als de GrooteRaad van Staat in het Paleys vergadertwas. Wy wierden beleefdelyk ontfangendoor de twee Kapiteinen van de Wacht,die ons onthaalden op Thee en Tabak.Kort daar na quamen Sm Cmi,cn detwee Gevolmachtigden ons verwelkomen,met eenige Heeren van ’t Hof by zich,•die wy niet kenden ; Omtrent een uurgewacht hebbende , geduurende welkentyd de meeste der Keyzerlyke Raadshee-ren van Staat, oude en jonge, in het Pa-íeys gingen , sommige te voet, anderegedragen wordende in Norimonr gierdenwy geleyd door twee prachtige Poortenover een groot vierkant Pleyn naar hetPaleys , naar • het welk men opgaat meteeiiige weinige trappen leydende van detweede Poort. De plaats tusschen detweede Poort en ’t voorste van ’t Paleys,is slechs weinige treden breed , en wastoen uytnemende vol gedrang van Ho-velingen en Krygsbenden. Van daar,wierden wy geleyd langs twee anderetrappen tot het Paleys zelf,, en eerstelykin een rúym vertrek , naast den ingangaan de rechterhand, ín welk vertrek allede geene die ter gehoor zullen toegelatenworden, het zy by den Keyzer zelf ofby de Raàdsheeren van Staat, moetenwachten , tot dat zy worden geroepen.Het is een ruyme luchtige kamer, dochwanneer álle de Schutten uytgezet zyn,redelyk duyster , ontfangende alleenlykeen kleine lucht van de bovenvensters vaneerie nabygelegene kamer, in welke cenighuysraad voor de Keyzerlyke vertrekkenword bewaart. Andersins is ze rykelykgestoffeert volgens de maniere van hetLand ,en deszelfs vergulde posten,muu-ren en schutten zyn zeer fraay om tezien. Hier meer dan een uur gewacht,en de Keyzer zich midlerwyl gezet heb-bende in dè Gehoorzaal, quamen S 'moCami en de twee Gevolmachtigden bin-nen , en geleydeden onzen Gezant in detegenwoordigheid des Keyzers , latendeons achter. Zo ras als hy daar quam,schreeuwden zy {overluyd Hollandet Cap-tain , ’t welk het zein was voor hem omte naderen, en zyn plichtpleging en ge-hooríàamheid te bewyzen. Vervolgenskroop hy op handen en knien tot eenplaats die hem aangewefen wierd , tus-

V- Boek. XII. Hoóföst. 37^

fchen de Geschenken op behoorlyke ordergeichaart, aan de eene kant, en de plaatsdaar de Keyzer zat aan de andere zyde;toen knielende boog hy zyn voorhoofdten eenemaal tot den, grond, en kroop zote rug gely.k eene krabbe , zonder eeneenig woord te fpreeken. Zo gering enkort is het gehoor., dat wy hebben byzulken machtigen Monarch. Ook wor-den ’er geene andere plechtigheden waar-genomen in het gehoor dat hy geeft, zelfsaan de grootste en machtigste Prinstènvan ’t Ryk. Want binnen geroepen zyn-de in de Zaal, wórden hunne naamenluydkeels uytgefchreeuwt, dart bewegenzy zich op handen en voeten onderda-nig! yk en stilzwygende naar des Keyzersstoel, en haare Onderwerping getoonthebbende, door het buygen hunner voor-hoofden ter aarde toe, kruypen zy indezelve onderdaanige gestalte weder terug. . .

, De Gehoorzaal, anders , de Zaal vanhonderd Matten , gelykt geenzins naar die,welke Montanus beichryft en afbeeld inzyne gedenkwaardige Gezantschappen derNederlanders aan den Keyzer van Japan.De verheve Throon, de trappen daar-toe leydende,de tapyten daar van, afhan-gende , de prachtige pylaâren , het ge-bouw , Waar op de Throon staat., on-dersteunende de pylaaren, tuslehen wel-ke dc Prinstèn van het Ryk worden ge-zegt zich zelf neer te Werpen ter aardevoor den Keyzer, en diergelyke meer,hebben niets waarachtigs in , dan alleenin de gedachten van dien Schryver. Yderding waarlyk is kostelyk en prachtig,doch niet anders dan myn ontwerp de-zelve vertoont,(ziet de 31 Tafel.) Wantin onze tweede reys naar ’t Hof, ’t ge-hoor geeindigt zynde, deed de Gouver-neur van Nagasaki ons het' pleyzier vande Zaal te laten zien , waar door ik ge-legentheid had een schets daar van temaken ^ het welk niet zeer moeyelylt tedoen viel, gemerkt, dat’er niets anderstoe vereifcht word, dan wel te tellen dcMatten , Posten , Schuttert en Vensters.De vloer is bedekt met honderd matten,alle van dezelve grootte. Hierom wordze genoemt Sen Sio Siki , dat is, de Zaalvan honderd Matten. Aan de eene kant.komt ze uyt aan een kleine plaats, vanwelke ze ’t licht ontfangt ; aan de óver-zyde komt ze aan twee andere kamers,die by deze gelegentheid openstaan naarde kant van dezelve plaats, van welke deeene merkelyk grooter is dan de andere,en diend voor de Raaden van Staate,wanneer die by zich zei ven aan ymandgehoor verleenen. Pe andere ís kleiner,Bbb z dieper^

Gehoor-

zaal.