z8v DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
over de Keülceri, en sommige Klerkenons onze naamen , ouderdom en
dieper, en eerie stáp hooger dari de ZaalZelf. In deze zit de Keyzer, wanneer hygehoor geeft, met de beenen Over elkan-der, alleen op eenige weinige verheveneTapyten. Het valt ook niet licht nochgemakkelyk hem te zien, komende hetlicht niet ten eenemaal zo ver, daar hyzit, behalven dat de gehoorgeving tekórt düurd , en dat de Persoon die toe-
Tweedegehoor in’c binnenPaleys.
gelaten word, in zulken onderdaanigenen demoedigcn postuur komt , dat hyniet Wel gelegentheid kan hebben, omzyne oogen op te staan, en hem te zien.Dit gehoor is andersins zeer onizaglyk,eri Majestueus, voornamentlyk om destilzwygende tegenwoordigheid van alledé Raadsheeren van Staat, als mede vanvëele Prinslèn , en Heeren van ’t Ryk,de Edellieden van zyne Majesteits Slaap-kamer , en andere hooge Amptenaarenvan 't Hof, die de geheele Gehoorzaal,met alle deszelfs toegangen bestaan, zit-tende in goede Order en alle gekleed inhunne plechtgewaaden.
Al wat 'er mvoorigetyden aan ’sKey-Zers Hof te verrichten was, wierd vol-voert door de gewoonlyke hulde van denGezant, op de gemelde wyze te doen.Eenige weinige dagen daar na wierdenhem voorgelelèn eenige Wetten, raakendeonzen handel en gedrag, dewelke hy uyten in den naam der Nederlanders be-loofde te onderhouden, en dus wierd hyweder afgevâardigt naar Nagasaki. Maarzedert deze laatst verloopcne twintig jaa-reh, wierden hy en de andere' Nederlan-derlanders, die met het Gezantschap totJedo quameri , dieper in het Paleys ge-ieyd, om de Keyzerin, en de Mevrou-wen van haar Hof eh de Prinsessen vanden bloede het vermaak te geven , vanons te zien. In dit tweede gehoor,wach-ten de Keyzer , en ’de daar toe genodig-de Mevrouwen, achter Schutten en Tra-lyeri, maar de Raaden van Staat, en deandere Amptenaaren van ’t Hof zitten inhet open vertrek op haare gewoonlykeen fraaye order. Zo ras als de Residentzyn onderdanigheid getoont had, vertrokzich de Keyzer in zyn vertrek, en wei-nig tyds daar na wierden wy drie Ne-derlanders ook opgeroepen, ende geleyd,te zamen nevens den Kapitein, door vep-scheide vertrekken in eene Gallerey,kos-ielyk gesneden en vergult ; in welke wywachteden omtrent een vierde uurs, entoen wierden wy door verfcheide andereWandelwegen en Galleryen, verder ge-bracht in een groote Kamer , daar wywierden verzocht te zitten , en alwaarverfcheide gefchoore Hovelingen, zynde’s Keyzers Geneesheeren , Opzienders
dierge-
lykej dingen meer vraagden : Doch met’er haast wierden 'er vergulde Schuttenvoor ons getrokken, om ons te bevrydestvan den drang- en van haare moeyelyk-valling. Hier wachteden wy omtrenteen halfuur, midlerwyl quamhet.Hofby een in de Keyzerlyke vertrekken,daar wy ons tweede gehoor zouden heb-ben, en werwaards wy geleyd wierderidoor vcrlcheide donkere Galleryen. Langsdeze verscheidene Galleryen stond eeriaan een geschaarde ry van Lyfwachten,en nader aan de Keyzerlyke vertrekken .komende waren in den zelfden ry som-mige hooge Officieren van de Kroon,die het voorste van de Gehoorzaal be-sloegen , zynde zy gekleed in hunneplechtgewaaden , buygende hunne hoof-den , en zittende op hunne hielen. DeGehoorzaal was even eens ,als ik dezelveverheelt heb in de nevens staande figuur,
( ziet de 32 Tafel.) Ze bestond üyt ver-schelde vertrekken , uytziende op eenmiddelplaats , van welke sommige haardien kant openlagen, en andere bedektwaren met schutten en traalyen, sommige,waren van vystien matten, andere variachtien , en zy waren eene mat hoogesöf laager, na den rang cn hoedanigheidder Persoonen die op dezelve Zateri; Gpde middelplaats waren geene matten,zynde dezelve Weggenomen , en wasderhalven de laagste, op welke vloer,bekleed met zindelyké gevernischte plan-ken, ons bevolen wierd te zitten. , DeKeyzer en zyne Keyzerlyke Gcmalinnezaten achter de tralyen aan onze rech-terhand. De Keyzer liet [my bevelendat ik eens danste ; by deze gelegentheid,had ik tweemaal het geluk van de Key-zerinne te zien, door de scheuren vari detraalyen, en ik merkte , dat zy van eenebruine en ichoóne gedaante wasmetzwarte Europische oogen, vol vuur, enná maate van haar hoofd, ’t welk rede-lyk groot was , oordeelde ik dat zy eedlang Vrouwspersoon en omtrent zesen-dertig jaaren oud zyn moest. Door traa-lyen verstaa ik behangsels van riet, uy 1 'nemend syn en dun gekloost, aan deachterzyde bekleed met een syne doos'fchy nende zyde, met openingen van om- s .trent een span breed , voor de Perso 0 'nen, die achter dezelve zitten, om do° rte zien. Cierlykheids halven, en omPersoenen die achter dezelve staan tebeter te verbergen, worden ze meticheide figuren besehildert, sohoon 0evenwel onmogelyk is om van -adoor dezelve heen te zien, inzonde s ° e
wanner