Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
397
JPEG-Download
 

VAN JAP A N. V. Boek. XII 1/ Hoofdst. 397

Met het aankomen van den dag opden vierentwintigsten verlieten wy de haa-ven van Fyongo, en quamen aan het dorpJeJyma, hetwelk op een Eyland legt,alwaar wy onzen voor raadt van verschwater in namen, en toen het anker lich-teden,-en voorts de Zeylen ophaalden,schoon 'er zo weinig wind was , dat hetgeene wy vorderden meer toe te schry-ven was aan onze riemen , dewelke dengantschen tyd ipeelden.

Op den vyscntwintigsten ’s morgensvroeg bereykten wy den Burgt of’t grootedorp Kïono Zura , dat omtrent vyftienJapansche mylen van MunAz gt. Met hetopgaan der Zon, rees 'er eene gunstigekoelte, die ons braaf deed vorderen, totaan Zireisch, alwaar de wind keerende,wy kort daar na in ’t gezicht quamen vanTomu , ten Westen van Zireisch leggende.Tomti vertoont zich van de Zeekant opeen zeer aardige en byzondere wyze,vanwegen een heuvel, die ver in Zee uyt-'steekt, gelylc een Kaap, hoewel andershet beste gedeelte van de Stad slechs eengemeene vertooning maakt, bestaande al-leenlyk uyt Mariams gelylc zy ze noe-men , of Hoerbuysen , en slechte huttenvan Vistchers en gemeene luyden. Wyvoeren om den berg, en wierpen hetAnker in ’t Zuydergedeelte van de Haa-ven, na dat gedeelte van de Stad, daarde huyscn en winkels gebouwt zyn langshet strand zo schoon als wy noch ner-gens gezien hadden. De heuvels enbergen rondom de Stad zyn bebouwt,zo veel als doenlyk was, zynde het gee-ne dat onbebouwt is, of diepe en hoogesteyltens, of Kreupelbosch en hoornen,in ’t opgaan van een berg staat een fchoo-ne Tempel en Klooster voor weduwen,’t geene niet weinig bybrengt aan hetschoon uytzicht van de Stad en het om-leggende Land. De wind in den nachtgunstig wordende, deed ons de Ankersopwinden, smorgens quamen wy totIwagi of Iviangi een dorp van omtrenthonderd huyscn voor ’t meeste gedeelteVistchers hutten. Dit dorp legt aan denvoet van een berg, en de huyscn wat vervan elkander gebouwt zynde, zo vertoonthet dorp zich grootcr en sraayer, dan hetin der daad is.

Op den 2.6 April, schoon wy deStroom tegen hadden, was echter dewind zo gunstig als wy konden wenschen.Door het ontstaan van eenig krakkeelliep evenwel ’t grooste gedeelte van denmorgen door met twisten en kyven, eerwy ons van die gunstige wind bedienden.Ten negen uuren lichteden wy het An-ker , en door een straat zeylende, in wel-

ke de stroomen zeer sterk tegen ons in-quamen, bereykten wy een Eyland, leg-gende aan deze zyde van TJwwa , alwaarwy het anker wierpen op twintig vademwaters, doch het zelve ras weder op won-den , in hoop dat de gunstige wind onszoude brengen tot in die haaven. Dochwy vonden ons zelven hier in bedrogen,en slechs weinig gevordert zynde,warenwy eindelyk genootzaakt het anker we-der te laten vallen op r8 ot 2,9 vadem.

Op den 27. van Grasmaand, lichte-den wy vroeg ’s morgens het anker, ende wind zeer veranderlyk zynde, schoonde stroom ons tegen was bereykten wyechter ras de haaven van Tsima , dewelkebyna een halfrond is, gelegen aan denvoet van een berg die tot boven toe isbebouwt. Ze heeft een Pburos of vuur-baaken boven op den berg, daar ze eeneind weegs in Zee uytloopt. Dit dorpbestaat uyt omtrent honderd en vyftighuyscn, voor ’t grootste gedeelte Villchershutten. Wy bleven hier omtrent eenvierde uurs, versch water innemende, envervolgden daar na onzen reys. Dewind noch gunstig blyvende brocht onstot aan de straaten van Caminojèki , maarvan wegen de engte dezer straaten kon-den wy geen verder voordeel daar vannemen, en ook spoededen wy zeer weinigmet onze nemen, weshalven wy het an-ker uytwierpen naby het Dorp Sangogelegen op een Eyland van den zelvennaam.

Nadien het op den achtentwintigstenstormachtig weder was , bleven wy totSango, en gingen aan Land om ons teververffehen. Alle onze Benjos wierdendronken, behalven de onder Benjos, diezich by deze gelegentheid, aanstelde omzyn gezag te toonen, door zyne norsseen menigvuldige bevelen, welke zynemoeyte zeer slecht besteed scheen te zyn.Hy wilde ons doen gelooven, dat hyde Ópziender was van den OpperBenjos, dat het zyn plicht was een waa-leend oog te houden over zyne daaden,en hem over de zelve by bequame gele-gentheden te bestraffen. Het is eenestaatkundige gewoonte in Japan aange-nomen en geoefscnt, met voordacht, datmenschen met macht voorzien weetende,dat ’er persoonen zyn die op hunne min-ste daa den en handelingen acht geven,gehouden worden onder eene geduurigevrees, van aan ’t Hof te zullen wordenbeschuldigt ; door dit middel genootzaaktwordende om zich van de plichten haarerbediening eerlyk en getrouwelyk tequy-ten,tot genoegen van hunne Overheden.

De wmd op den negenentwintigstenDdd 3 gunstig.