Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
401
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. V. Boek. XIIÍ. Hoopdst. 40i

minste schyn,dat het weder des morgenszoude ophelderen.

tot Wy verlieten niettemin ’s morgens ophcGm a> den zevenden Mey Tokitz , om het ove-rige en waarlyk het flimste gedeelte vanonzen reys afteleggen , en omtrent denmiddag quamen wy behouden tot Defima.Eer wy de Stad in quamen waren wygenootzaakt onze Cangos te verlaten, enre paard te stygen , en omtrent dertigtreden eer wy aan ons Eyland quamen,steegen wy ook af van de Paarden. DeAmbalîàdeur evenwel en de Bugio lietenzich, na eenige gehoude Raadpleging inhaare Norimons dragen tot aan de Poortvan onze Factory. En dus dankten wyden Almachtiger! Godt voor zyne kracht-dadige bescherming in deze reys naar ’t\ Hof.

*Wm t0t Nu zal ik een verhaal mededeelen van^td c age ’ de merkwaardigste voorvallen , die ge-beurden na onze wederkomst op Definia , rot onze volgende reys naar ’t

Hof.

Op den achtsten Mey ’s morgensvroeg quam onze bark van Sïmonojeki enwierp het anker niet ver van ons Ey-land. ,

Op den negenden quamen twee Benjosmet hun gewoonlyk gevolg over op De-stina om tegenwoordig te zyn by de los-sing van onze bark , en by het openenvan de waterpoorten en pakhuysen, enom uyt de gemelde bark te geven aanAaitje een yder, ’t geen hem toequam. Ik konniet nalaten aan te merken by deze gele-gentheid een zonderling blyk en teken,He e s cn , hoe ver de Japoneesen elkarideren mis-trouwen : want de Benjos , die met onsaan ’t Hof was geweest, quam in doorde Landpoort, en ging uyt door de wa-terpoort ; de ander in tegendeel quam indoor de Waterpoort, en ging uyt dooi-de Landpoort ; zo dat ’er een dezer te-genwoordig was by het fluyten vanyderpoort.

Op den Elfden ging onze Directeurmet Abouts , de Gouverneurs der Stad voordeeerstemaal na onze wederkomst op-wachten.

Op den twaalfden quamen ’er in dehaven vericheide Barken .en Benjos doorden Prins van 7 /?£«/'(?H ) gelykjaarlyks de ge-woonte is afgezonden, om die van denPrins van Fiièn af te loslèn.

Tot den achtentwintigsten van Bloey-maand viel ’er niets merkwaardigs voor,Wanneer de eerste naar huys moetendeChineeiche Vonken onder zeyl gingen naardat ryk, ten getale van twintig, binnenden tyd van vier dagen.

De eerste van Jany was het Heylig

dag by de Japoneesen, welken dag deNederlanders Belang noemen. De Ja-poneefeil verlustigen zich op dezen dagop het water , wedloopen houdende i nichuyten en Canoës, menigwerf roependePelo en luydcndc kleine klokjens. Alle dehuysen zyn opgepronkt met vlaggen, enandere fcheeps vercierselcn van dik pa-pier gemaakt. Dit feest evenwel sehyntenkelyk gerekent te worden tot vermaakvan ’t jonge volk nadien het den vol-wassenen verboden is zich op dien dageenigzins te bemoeyen of te vermengenen te steeleen in haare vermàakelykheden.

(Ziet P. i yy. Dan deze Historie , en deHistorie van de Hiee in V aanhangsel.)

Op den derden Juny- wierden ’s nachtseenige Smokkelaars gevat, die eenigegoederen der Chineesen hadden gestoken.

Een dezer zocht zich zelf te doorsteken,doch wierd daar in verhindert, door dengeenen die hem vast had, hebbendeHechts eene lichte wonde ontfangen. Maarniettemin, na dat hy wel verzekert was,en men hem alle mogelyke middelen vanzich zelf te beschadigen benomen had,beet hy uyt verwoedheid en wanhoopeen stuk van zyne tong, meenende,door dit middel zich zelven van kant tehelpen en de schande van een openbareter dood brenging voor te komen.

Omtrent dezen tyd begon het Japan-sche Satfuki, of regenachtig gety zichzelf in te stellen , gelyk ze gemeenlykdoed, met zwaare en byna gedurige slag-regens , stormachtig en nat wéder. Dit p .is de rechte tyd om Ryst te planten, ’t va n Ryitwelk in dit Land geschied door vrouw-luyden en jonge meysjens.

Op den twintigsten bezichtigden wyonze barken , van welke de eene afge-keurt wierd, als oud en onbequaam zyn-de om gekalefatert te worden. Wy atenden zelven dag in een der Tempels opeen. bygelege heuvel.

Omtrent dezen tyd maakten verse heideYonken en sehepen zeyl, naar China enandere plaatsen, en andere quamen weerin de haven , om welken reden, en omhet fluyken te verhoeden, ’t welk dooi-de wetten van het Land zo lcherpelykverboden is, de Stad by nacht toegeslo-ten wierd gehouden, en alle de voorby-gangers, van welken aanzien zy ook wa-ren, naauwkeuriglyk onderzocht.

Op den 29. juny des nachts quam eenChineesche Yonk met de Prinse vlag vanBatavia in deze Haven.

Op den tienden July eindigde de jaar-lyksche verkooping, welke zeven dagenduurt, op den zelven dag wierd gevierthet Feest van Giwon , een van de voor-Eee naamsts