4 0ô DE BESCHRYVING
kruys gehangen ; het hoofd was van hun-nen waard , die hen geherbergt en ver-hoeden had , en dieshalven gevonnistwas, om dezelve straf te ondergaan. VanKasje eene brug van honderd twintigtreden rydende , quamen wy aan hetdorp Botak , van welke anderhalve mylver gelegen was een hooge berg , aanwelke ik binnen den omtrek van eene myltien verscheidene dorpen telde. Toenquamen Wy tot Utsiju of Utsinsi , een dorpvan omtrent een honderd huysen, vanhier töt Simatz een ander dorp gelegenaan den voet van een berg. Hier Wier-den wy eene Riviere overgezet, die hetTy had, en quamen toen aan het dorpKangawa ; een uur daar na aan het dorp5 rïramatz, toen aan het dorp Torimatz,van hier door een ander klem dorp aanonze Herberg tot Ooda , ’t welk eene re-delyke groote Burgt is. Van Ooda qua-men wy aan de dorpen Owatz ende We-wasi. Hier.wierdenwy overgevoert overeene Rivier, naby het dorp Icongommi ,toen een brug over eene breede Riviergelegt, oyertrekkende, die niet ver vandaar in de Golf van Simubara loopt, enverder trekkende door verschelde kleinevlekken, hier en daar verstrooyt, qua-men wy te Kar si , eene groote Burgt ,alwaar groote menigte van brandhoutword verkocht, van wegen de bostchenen wildernissen daar om heen leggende.Van daar quamen wy aaneen klein dorpen dus voorts aan een ander, den gant-schen tydt rydende tustchen bergen, endoor bostchen. Van dit laatste dorploopt eene vlakte af naar de Zeekant,met veele andere vlekken gins en daar,een halve myl van elkander verstrooit.Ten laatster» na een uur rydens quamenwy tot Swota, een groote Burgt, beipoelt door eene Rivier, dewelke zichinsgelyks ontlast in de Golf van Sïmabarain welke toen ter tyd verscheide geladenebarken met hout lagen. Swota is zeervermaart over ongemeene PorcelynePotten, Schotels, en andere soorten vanPorceleyn, die daar gemaakt worden.Wy sliepen tot Swota,en uyt gebrek vanbeter gemak waren wy genootsaakt onste behelpen met eene armelyke vlieringvan een Hecht hut.
Op den zesden ’s morgens vroeg ver-lieten wy Swota, e n quamen ras aan hetdorp Tiromatz, van daar byna een uurvoortrydende langs den Oever van devoornoemde Riviere, werden wy dezel-ve overgevoert, en quamen zo tot Mmo ,een dorp, gelegen aan den voet van ee-nen berg. Tegen over dit legt een anderdorp Ook/ano genoemt. Mina doorge-
EN GESCHIEDENIS
trokken zynde, wierden wy weder oveseene Rivier gezet, en quamen aan hetdorp Imadira , toen dwarsch door eenegroote Valley tot SymoJt,ee n ander dorp,van daar doof het dorp UriJJytio aan hetgroote dorp Jebofywa. Van Jebofywa o-verdwarschten ■ w y eene andere Valley ,toen verby trekkende een houten Mercu-rius op de Heereweg, en door drie ver-scheidene vlekken, niet boven een vierdeuurs van elkander leggende, rydende,quamen wy aan den berg Taura , ofFawara, alwaar een Fifenban , gelyk zy hetnoemen, is, dat is, eene wacht van denPrins van Fifcn, in een dorp Tawarafakka,zynde juyst gelegen op den hoek vanzy-ne Heerschappyen. Aan de andere zydevan den berg Tawara is het groote dorpluie Janima Niet ver van Tawarafakka
zyn twee grenspaalen,om de Heerschap-pyen van Fisen en van Omttra van een tescheiden , de eerste dezer grenspaalenschoon ze laager dan de andere stond,nadien de wegen den berg op gingen,was echter hooger, om te betekenen, datde Heerschappyen van den Prins vanFisen ook zo veel grooter zyn , dandeze van den Prins van Omura. Toenquamen wy aan een klein dorp , be-staande alleenlyk uyt acht huysen , al-waar een Opper Benjos van TangojamaPrins van Fis en , die ons begeleyd had dooi'de Heerschappyen van dien Prins, zynafscheid van ons nam, en ons onzen reysover den berg Tawara liet vervolgen. Degroote Kampher-boom, waar van ik ge-meld heb in onzen heen reyze, stond nuin vollen bloestèm en leverde uyt een zeerschoon gezicht. Van daar quamen wy aaneen tweeden houten Meramus, zynde ’erdaar van het gantsche land door een groo-te menigte ; van daar aan een groot dorp,van dit door sommige kleine buurten, endwarsch door een vruchtbaar Land totSinongï. Hier bleeven wy een geruymentyd, als of het was, om dat wy moestenwachten, tot dat de schepen , die onsover de Golf van Omura zouden brengenkonden vaerdigzyn, maar in der daad,op dat wy niet te vroeg tot Tokitz komenmochten, noch e.enig voorwendsel heb-ben om te verzoeken op dezen dag onzegeheele reys te voleindigen, en door ditmiddel te vermyden de moeyelyke enkostbaare Eer, van den volgenden dagals na gewoonte ontfangen te wordendoor onze Japoneesche vrienden te Naga-saki , die ons een gedeelten buyten deStad te gemoet komen. W y waren dies-halven genootzaakt dien nacht tot Tokitzte blyven. Het regende den geheelenacht zeer sterk, en daar was geen de
minKe