4 i6 de beschryving en geschiedenis
dien zy zeiden, dat voor ons gewerkthad, by my om hem te verbinden. Ter-wylen hy over straat quam, had hemeen groote hond aangepakt,en vreestèlykin zyn kuyt gebeten. Op myne vraage,of hy zich niet gewrooken had van denhond ? antwoorde hy, dat hy zo zot nietwas om zyn leven in de waagschaal testellen; want- zeide hy, het is op zwaarestraf verboden een tammenhaan of hen tedooden : en een hond dood te staan, voorwelk dier de Keyzerzulken zonderlingenachting heeft, is een doodschuldige mis-daad , indien een hond of ander ram diersterft, moeten de Huyshouders den doodvan ’t zelve bekent maken aan den Ottona ,of gezag voerder van de straat, even zowel als van hunne huysgcnooten endienstbooden.
Op den zestienden April des nachtsbrande een geheele straat af, een myl tenNoordoosten van onze herberg. Desavonds te vooren ontstond 'er brandin ’t Zuydwesten achter het Kasteel.
Vroeg in den Morgenstond van denachttienden gevoelden wy eene Aard-beeving, dewelke byna een minute duur-de.
Den twintigsten kregen wy eer ’t a*vond wierd bevel ofn ons vaardig temaken ter gehoor tegen den volgendenOnsgchoor dag,.
Schoon het op den eenentwintigstënvry sterk regende., getyk het reeds tweedagen gedaan had, waren wy echter ge-nootzaakt ten acht uuren 's morgens naarhet Kasteel te gaan ; ’t welk wy te paarddeden, vergezelt wordende door de Bug-jos van de drie Gouverneurs van Nagasaki,Het tweede Kasteel doortrekkende qua-men wy aan het derde, en vónden Siu-bosama op ons wachten in de grootewachtkamer. Wy zelve bleven daartot half Elf, midlerwyl vergaderden deLeden van den Raad vari Staate in hetKasteel, en wy veranderden onze nattekouflèn en schoenen voor fchoone, endroogs. Van daar wierden wy begeleydtin het paleys, alwaar wy bleven staantot middag. Onze Kapitein, gelyk zyhem noemen, ging eerst alleen,omzyneonderdaanigheid aan den Keyzer te too-nen volgens’s lands gebruyk, en omuytnaam van de Maatfchappy de geschenkenhem aan te bieden. Weinig tydsdaar naquam hy weder by ons in de vertrekka-mer, en op datzelfde oogenblik wierdenwy door Siubofama ter gehoor geleyd, eneerst om de zaal gaande, daar de Keyzeraan onzen Gezant gehoor had verleent,en de Geschenken ontfàngen, die daarnoch stonden, en door verschelde lange
aan hetHof.
galleryen, alle verguld en kostelyk vet--ciert gaande, quamen wy in een langekamer,daar men ons v'erzocht te blyven,tot dat wy in ’s Keyzers tegenwoordigeheid konden worden toegelaten, het welkzy zeiden, dat aanstonds zoude gefchiedcn.Wy vonden de Keyzerlyke gevolmach-tigden en andere Groeten daar wandelen-de, en tien of twaalf Edellieden vaneene hooge geboorte zittende. Maar opdat het zo lang en dikwils zitten ons nieteindelyk mocht verdrieten, wierden wyte rug geleydt in een bygelegene gallery,daar wy de vryheid konden hebben omte wandelen, ten welken einden ook deluyken van sommige vensters opengezetwaren, op dat wy het uytzicht haddenop den Hof. Terwyl wy in deze gallerywaren , quamen verfcheide jonge aan-zienlyke Heeren om ons te zien en tcgroeten ,en de Gevolmachtigden toondenons eenen gouden ring, in welken gezetwas een Zeylsteen, met de naamen vande Jetta of twaalf hemelstekenen in ’trond, daarin üyt gegraveert, Zy ver-toonden ons ook insgelyks een EuropiIchewapenrok of harnafch, en sommige an-dere dingen. Maar juyst als wy bezigwaren dezelve te zien, en hen op hunverzoek ’t gebruyk derzelve te verklaareriten uytteleggen, zond de Keyzer, dat wyzouden binnen komen. Dies wierdenwy geleyd dóór eene gallery aan ónzeLinkerhandt, alwaar wy vonden zittenachtien Kamerheeren des Keyzers, inhunne plecht gewaaden gekleedt, ónderwelke zy hunne gewoonlyke tabbaardendroegen, toen twintig andere heeren verbygaande, zittende op een doodgaande ry,traden wy in de gehoorzaal, daar wy aanonze Linkerhand, zoals wyinquamen -,vonden zitten de zes Raadsheeren vanStaat, en aan onze rechterhand, eenigeandere Heeren van des Keyzers kamerVan een honger rang zittende, in eenegallery. De Keyzer en twee Mevrouwenzaten achter de doorboorde schutten ,aanonze rechterhand, en Bingo(hma , Presi-dent van den Raadt van Staate, tegenover ons, ín een vertrek alleen. Kort nadat wy waren binnen gekomen, en onsna de gewoonlyke begroetingen op deons aangeweiène plaats neergezet hadden,verwelkomde Bingosama ons uytden naamdes Keyzers, en verzocht ons toen rechtop te zitten, onze mantels afteleggen,onze naamen en ouderdom aan hem tezeggen, te wandelen, of te gaan, in hetrond om te keeren, te dansten, te zin-gen , elkander te verwelkomen, zich op el-kander toornig te toonen, elkander ter»ceten te nodigen, met elkander te verkee-
re n ?