V A N J A P A N. v. Boek. XIV. Hooedst. 41s
ren, op eene gemeenlame wyze, gelykVader en Zoon mer elkander te spreeken,te toonen hoe twee vrienden , of man envrouw elkander groeten en afscheid vanden anderen nemen, en met de kinderente speelen, dezelve op de armen te dra-gen en veele diergelyk dingen van denZelfden aardt meer te doen. Daarenbo-ven wierden ons veele ernstige en boerti-ge vraagen gedaan , by voorbeeld, watmyn werk was,of ik ooit eenige zwaareziektens of ongemakken genezen had ?waar op ik antwoorde, Ja, maar nooitte Naga/aki , alwaar wy niet beter dangevangenen wierden gehouden. Welkehuyiên wy hadden? Of onze Costumenvan de haare verschilden? hoe wy onzedooden begraasden en wanneer ? waarop ik antwoorde, dat wy dezelve altydby dag begraaven. Hoe onze Prinsvoer? wat soort van een man hy was?of de Gouverneur generaal op Bataviameerder was dan hy, dan of hy onderzyn bevel stond? of wy gebeden enBeelden hadden gelyk de Portugeesen,’t welk Neen wierd beantwoord. OfHolland en andere vreemde Landen zo welonderhevig waren aan Aardbevingen enStormen , Donder en Blixem , gelykJapan ? of daar ook huysen in Brandgeraaken, en of de menschen door denBlixem in Europa worden doodgeslagen?Toen wierden wy weder gelast te leezen,te dansten, afzonderlyk en gezamentlyk;My wierd gevergt de naamen op te ge-ven van sommige Europifchc pleysteis,waar op ik ’er eenige optelde, die degrootste naamen voeren en moeyelyk uytte ípreeken zyn. Onze Ambaffadeurwierd gevraagt na zyne kinderen, hoeveele hy ’er had , en hoe zy genoemtwierden, als mede hoe ver Holland vanNagasaki lag.
Ondertuslchen waren 'er eenige Lüy-ken geopent aan onze Linkerhandt, ditgeschiede op ordre des Keyzers, waar-schynlyk om wat koelte in te laten.
W y wierden toen verder gelast onzehoeden op te zetten, door de kamer tewandelen, met el kanderen te spreeken ente redeneeren , en onze paruyken af tenemen. Ik had verschelde reyzen dege-legentheid van de Keyzerin te zien, enikìioorde den Keyzer in ’t Japanfchzeg-gen, hoe scherp wy in ’t vertrek keeken,daar hy was, en dat wy zekerlyk moe-sten weten, of ten minsten vermoeden,dat hy daar was, waar op hy van plaatsveranderde, en naar de Mevrouwenging,die juyst voor ons zaten. Ik wierdtoen verzocht noch cens nader by hetSchut te komen, en myn paruyk af te
nemen. Toen lieten zy ons springen*dansten, caprioolen maken , en met ebkanderen gaan, en daar op vraagden zyden Gezant en my, hoe oudt wy giste*den,dat Bingo was, hy antwoordevyftigende ik vyfenveertig jaaren, ’t welk haardeed lachhen. Toen deeden zy ons el-kander kusten, gelyk man ende vrouw,waar over de Mevrouwen haar voorna-mentlyk door haar lachhen toonden zeerin hun schik te Zyn. Zy verzochten onsverder aan haar te toonen welke soorienvan plichtplegingen het in Europa degewoonte was, te maken aan zyne min-dre, aan de Juffers, aan de meerdre,aanPrinssen en Koningen. Hier op ver-zochten zy my noch eens te willen zin-gen , en vergenoegden zich met tweeairejens, welke na het scheen het gezel-schap wel aanstonden. Na dat dezeklucht verby was, wierden wy gelastonze mantels af te nemen , en een vooreen nader by het Schut te komen, en onsafscheid te nemen op dezelve manier,als wy het doen zouden van een VorstosKoning in Europa, het welk geschiedzynde, na het scheen tot haar genoegen,gingen wy heen. Het was reeds vieruuren des namiddags, toen wy uyt deGehoor-zaal quamen, na dat wy derdcr-half uur op de voorzeide manier warengedrilt. W y waren ingeleydt, en wierdenuytgeleydt , door de twee KeyzerlykeGevolmachtigden en door Siube , en ver-trokken op staande voet naar het huysvan Bingo, die ons met ongemcene be-leefdheid ontfing. Eindelyk quamenwy in den avondstond weder t’huys.
Op den twee en twintigsten gingen fsoioekbywy bezoeken den nieuwen Heere van p^ n n J s ° v ngfnden Tempel, gelyk men hem noemt, i'irando?die eenZoon was van den Prins vmFirando.
Zyn Huys was vol aansohouwers. Dochzyn Hofmeester, die ons ontfing, waseen der grootste Uylskuykens, die wytot noch toe in het Land ontmoet hadden,een man volkome onkundig in plicht be-wyzingen, en zelfs gansch een vreemde-ling, en bot in ’tbewysen van de minstebeleeftheyd. Zyne slechte manieren enonbeschoftheid wierden eeniger maatenvergoedt door het verplichtend gedrag derMevrouwen, die ons op Banket en con-fituren onthaalden. Hy bezag met ee-nige aandacht onze hoeden en zwaarden,en zeide toen , laten zy zingen, ’t welkhy deed om zynen Meester te behaagen.
Wy oordeelden het evenwel zeer ondien-stig aan zodanige bevelen, en in zulkenbarstchen toon uytgefprooken in te vol-gen. Van daar gingen wy naar ’t Kas-teel om de twee Gouverneurs te begroe-Ggg ten.