VAN JAPAN V.
tien, en de ander tustchen de vyftig en Izestig matten lang ; de twee dorpen Me-jingawa , gelegen aan de kusten, het dorpKodstti , welk laaste een brug heeft vanachtien matten lang, het fraaye dorp Sa-kava , het dorp Samsara , en ten laatster»de stad Odrrxara , zynde de woonplaatsvan Cango/ama, een der Raadsheeren vanStaat. Deze Stad is omringt met grach-ten, wallen, en poorten, en heeft eenschoon Kasteel, op ’t welk die Heerwoondt. Ik telde tustchen de zeven enacht honderd huyièn van onze Intreede,in deze Stad, tot aan onze herberg, daarwy ten zes uuren des avonds quamen enden nacht bleeven.
Op den negenentwintigsten met hetaanlichten van den dag gíngen wy opweg in Cangas , en trokken door de vol-gende plaatsen, de dorpen Katama enIritida , daar een vermaarde Tempel is‘Jsio taï (i genoemt, met een wydlopigopschrift in goude letteren boven de‘Tfiotorifan of poort ■ door het dorp Ja-masaki , niet ver van het welk wy qua-men over een brug, en toen aan de tweedorpen femotto , aan welker ingang eenSorin/t of Forinfi tempel is. Tegen overdit dorp, aan de rechterhand toenwy overde Rivier waren, zyn sommige dorpenen een v/arm Badt. Van daar quamenwy door de dorpen Kavoabatta , Hatta ,Kaflnoki , Moto Fakone en Fakone Gongtn ,het welk, gelyk in myn eerste ïeys ge-zegt heb, vermaart is om de nabyheidvan vericheide kleine Tempels, daar zyde aflaaten verkoopen tot verlosting deroverledene kinderen, welke zy gelooven,datinhetnabuurigMeyr als in haar vage-vuur gehouden worden Omtrent elfuuren quamen wy in de Stad zelf vanFakone , alwaar wy aten, en ons verhaaltwierd, dat het Meyr, aan ’t welk hetlegt, door eene Aardbeving opgekomenwas. Op den middag gingen wy wedervoort en quamen door de dorpen Jama-naka , Sajjhivara , Mulfya , Skabara , Fatz-negafarra , en K aroaragai , alwaar een brugis van twintig matten lengte naar de StadMifiima , welke bestaat uyt omtrent zeshonderd en vyftig huyièn, beha!ven devoorsteden, en een groot pleyn van driehonderd treden lang en honderd breedt,op welk eertyds een Tempel stond, enniet lang geleden afgebrant was. Dezeplaats was bestoten en omvangen met eenmuur en boomen, en de plaats in denTempel, waarop het Beeld stond, om-heynt met Bambous , alwaaar zy verschel-de papieren aanhangen. Aan ’t opper-eind was een kleine Tempel, in eenbofchje gebouwt, waar naast stond een
Boek XV. Hoofdst. 4x5-
zwart houte paard. Een ondiepe vyvc rlag daar dicht by, in welke zy hieldenaal en andere vislehen. Van Mifflmadoor verschelde dorpen, genoegzaam aanelkanderen vastgehegt, trekkende, qua-men wy aan het dorp Nanga , aan welksuyterste einde een Fatzman Tempel is,en niet ver van daar een andere Tempel is,met een brug van tustchen de vyf enveertig en negen en veertig matten lang.
Van daar door verschelde andere dorpen,welke ik zonder op te tellen verby gaa,reyzende, geraakten wy omtrent ten zesuuren des avonds in onze herberg in deStad Nnmadju , en sommige van ons ge-volg gingen zonder tydverlies, om degroote jachtketcl van Joritomo te zien.
Op den dertigsten van Grasmaand,gingen wy vroeg ’s morgens weder opreys van Mifsmia , en quamen eerst byeen Fatzman Tempel. Op den zelfdendag dat wy zulken vreeflèlyken stormhadden gehad tot Jedo , zynde den acht-sten van April , was 'er brand ontstaan inde buurt van dezen Tempel, dewelke eenzeer groot getal huyfen verstond , vanwelke wy eenige wei'kelyk weder opge-bouwt vonden, maar noch zeer veel inde assche zagen leggen. Van daar rey-zende door verschelde groote dorpen, byvoorbeeld, Farra, Jofyveara , FuJIkava ,enandere, aten wy tot Kambara. Na deneeten gingen wy eene myl te voet, totdat wy ’t gebergte over waren. Wyquamen onderweegs aan de dorpen Kan-fava , Juf . Imadsikku, Okitz en anderemeer, en na verloop van een half uurverder quamen wy aan het dorp Jeferi,daar wy dien nacht sliepen. Omtrent Merkwaar-eene myl van Jeferi wierd ons getoont p e ® e cm "een schoone Tempel, welkers gelegent-heid uytnemend pleyzierig was. Dezelag op een berg,en had een schoone stee-ne trap van zestig treden daar toe opley-dende. Van den berg viel een watervalin een groote vyver, welke bezet wasmet boomen. De berg zelf was dor ensteyl op veele plaatsen, en op andere metboomen beplant. Dezen dag zagen wyeen zeer fraaye witte Zee* Egel met krom-me steekels. Te Jeferi boden.Zy ons aante koopen mooye mandjens, en anderwerk van dien aardt, ’t welk waarfchyn-lyk derwaards was gebracht van Abikavaof Syriga.
Met het aahkomen van den dag op deneersten Mey verlieten wy Jeferi , om denregen te vermyden welke ’er volgens devoorzegging van een ichipper van Jedodien dag vallen zoude, wy wierden inÇangos gedragen van Abikava ’t welk noggenoemt word Ftjju en Syriga , doorH h h trop-