Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
430
JPEG-Download
 

s

430 DE BESCHRY V ÍNG EN GESCHIEDENIS

houte Tempels vond ik niets merkwaar-digs, buyten het geene ik reeds aangete-kent heb in ’t dagregister van onze eerstereys. Zy waren vol Afgoden en beel-den. Onder andere wierd 'er op eenemnur een stag vertoont, en op eene an-dere de stad Osacca , benevens veele an-dere dingen van dien aard vreemd om tezien. Aan de boven kant op den bergboven het water stond een andere kleineTempel met verschelde Afgoden, en on-der andere de beeltenis van een oudevrouw : anders ontbrak 'er niets , datmen kon verzinnen dat iets toebrengen konom de gelegentheid van deze plaats pley-zierig en aangenaam jte maken. Vandezen Tempel gingen wy af langs eenesteene trap van meer dan honderd tredennaar een loopend water , ’t welk aan de-zen Tempel den naam gegeven had, envan daar gingen wy , volgens een oudgebruylc in een herberg of liever hoer-huys, daar wy door onzen waard op deJapanfche wyze wierden onthaalt, waarvoor.hy van ons kreeg een Cobang , dewaardin een Itzebo , en de twee hoerendie oppasten, ydereen kleiner stukgelds.Hier omtrent anderhalf uur geweestzynde, stapten wy weder in onze Cangos ,en lieten ons dragen naar de groote Tem-pel van Daibods {ziet de Zy Tafel.) VoorDaibods ’t pleyn van dezen Tempel is een kleineTempel, berg door kunst opgeworpen , op wel-kers top een steene gedenkzuyl staat,welke zy noemen de grafnaald der ooren,omdatYe/io, toen hy wederquam vanden oorlog, welken hy voerde tegen deïnwooners van het Land Jeffo , zynetwee ooren , die in eene ichermutzelingafgehouwen waren, daar liet begraaven.Het pleyn van de Daibods Tempel is om-vangen met een muur van hardsteenen,welke van eene ongemeene grootte zyn,inzonderheid aan de voorzyde. De gal-lery die rondom het pleyn loopt aan debinnekant van deze muur, en die bedektword met een dak steunende op eenedubbele ry van vysiig pylaren aan yderzyde of vier honderd in ’t geheel, onder-stellende dat het pleyn recht vierkant is ,heb ik reeds beschreven. Alle deze pyllaaren zyn rood geverwt. Een steenetrap van acht treden loopt op naar ’t por-taal , aan welkers ingang staan twee er-gerlyke beelden van Reusen, die ge-noemt zyn sreoun , of fajo of Niwo , zwartof liever zeer donker purper met zwartoemengt van koleur. ’t Geen aan delinkerhand staat als men inkomt heeft denmond open, en een van de handen uyt-gestrekt, het ander in tegendeel tegen ditover, heeft den mond toe, ên den hand

dicht tegen zyn lyf, met een lange stok,welken het half achter uyt houdt. Menzegt dat zy zinnebeelden zyn vande twee eerste en voornaamste begintze-len van de natuur , de werkende en ly-dende , de gevende en de nemende, deopenende en de íluytende, Hemel enAarde, schepping of voortteeling en ver-rotting, volgens haare eige uytlegging.

Het portaal doorgegaan zynde, quamenwy op een fchoone plaats , met zestiensteene pylaaren aan yder zyde voor ’taansteeken van lampen, een waterbekkenom de handen te wasschen , en eenigeandere dingen. De Daibods Tempel zelfword ondersteunt door houte pylaaren,van eene monstreuse dikte, van welkeeenige gemaakt Zyn uyt eene stam, maarandere van vericheide stammen zamenge-hegt, gelylt onze masten. Alle deze py-laaren , zo wel als de paaien en balkenvan den Tempel, en in ’t gemeen al het.houtwerk, zyn rood geverwt. Aan derechterhand van den Tempel stond eenkleine zwarte en geverwde Kapel, meteen spiegel binnen in , zo groot als datvan Staniflaus te Kra ouw. Binnen dezenTempel zaten eenige koopvrouwen. Ikmerkte aan , dat naby dezen en andereTempels wacht optrok met stokken inde handen , ik onderstel dat dit omonzenthalven geschiedde. De vloer vandezen Tempel is beleydt met vierkantehartsteenen. Wy gingen van hier naai-den Tempel van Quanwon : Het Beeld Quantosvan Quanwon zat in het midden des Tem- Tempel,pels. Het had by hem de groote gods-vruchtige Sakka , een magere zuurziendeoude gast, en sommige JSliwos, meer danlevens grootte, met eenige andere beel-den van onbekende perfoonen. Aan y-der zyde van den Tempel waren tienplanken of boute banken achter malkan-deren, loopende van ’t eene eind van denTempel ten eenemaal tot aan het andere.

Op yder bank stonden vyftig Quanwonbeelden, yder beeld stond op zich zelfsop een voetstuk, en ’t gantfche getal waszodanig geschikt, dat 'er altoos vyf aanyder zyde in een rechte linie achter denanderen waren. Hier uyt blykt, dat ’erduyzend Quamvon beelden waren, levensgrootte aan weerkanten van den Tempelstaande, met welke de driendertig in hetmidden zamen uytmaken het getal van1033, en met de kleine popjens en beel-den , welke zy 111 de handen en op hun-ne hoofden hebben, in ’t geheel 33335.volgens haare rekening. De SenfjuQuanwms waren ten eenemaal verguld,met een krans of kroon om hunne hoof-den , en yder boven de twintig armen,

van