Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
431
JPEG-Download
 

V A N J A P A N. V. Boek. XV. Hoofdst. 431

van welke twee, en die uyt de borstvoortkomende zy in eene biddende ge-stalte na boven houden. De andere ar-men houden in de rechterhand een D/yfistok, en in de linkereen driekante piek.Op dezelve wyze omhellen de andere ar-men elkander, of houden iets byzondersin hunne handen. (Ziet de 57. Tafel),In de lengte voor de vergadering dezer.Goden is een hek , gelyk ook tustchende banken, daar smalle paden zyn, omvan het eene eind van den Tempel naarhet ander te gaan. Buyten den Tempelvermaakte men zich met het schieten vanpylen, en ik vond het in hunne Krony-ken als iets "merkwaardigs aangetekent,dat zomtyds verlcheide tluyzenden vaneen man waren afgeschoten. Het wit,waar op men lchiet, is honderd en zeven-tig treden afgelegen. (Een verbeeldingvan den Quanwon Tempel, gedaan na eenoorspronkelyk Japansch, word vertoontin de 36. plaat.)

Ons genoegzaam voldaan vindende methet bezichtigen dezer Tempels, lietenwy ons dragen naar de waterkant, daarwy onze schuyten en barken vaerdigvonden op ons te wachten, om de Rivieraf te zakken. Wy bleeven te Fujimi nieteeten (gelyk het ’t gebruyk is) zyndedaar in geene herberg plaats voor ons,om dat ze alle ingenomen waren door degevolgen van vyf Prinstèn,die gekomenwaren om zich in deze Stad te vermaaken,dus voeren wy aanstonds voort naar Jodo,en aan de linkerhand wierd ons vertoonteen plaats , genaamt Nara of NaratioMiaco , daar Miaco eertyds stond, en al-waar ook een Daibods Tempel is. Deplaats, waar op de Stad Miaco nu staatWord genoemt Fiesanno Miaco. Wy qua-nten toen in het gezicht van Jamafakigelegen aan onze rechterhand, aan denvoet van een berg, op welken staat devermaarde Tempel Jamafaki Sengin. Aanonze linkerhand zagen wy een andereTempel Jawattano Fatzman genoemt. Hetwas reeds donker toen wy 111 het gezichtvan OJacca quamen, en wy konden nietvoor midnacht in onze herberg in dieStad komen.

Op den Elfden Mey rusteden wy onsuyt, van de vermoeidheden en afmattin-gen van den voorgaande dag,- van yderder Gouverneurs ontfing onze Gezant eenGeschenk van eenige Sbuits zilver, in ver-gelding van’t geen hy aan hen had geschon-ken , toen wy naar het Hof reysden.

Op den twaalfden wierden wygevoertnaar Symmtos , en van daar weder te rugnaar Tenoft, alwaar onze waard op onswachtte, om ons te onthalen Osacca

verlaten hebbende, geraakten wy ras in’topen veld , alwaar wy het oog sloegenop eene vierkante bemuurde plaats, inwelkers midden een groot hoog huysstond,met een Schoorsteen in’t midden,niet ongelyk een Giethuys. Dit Huysdiende tot verbranding hunner dooden,

’t welk somtyds geschiet op’t open pleyn,als ’er geen plaats in het huys is. Aartbeide zyden van den weg tustchen Sym-mios en Tenosi zyn verscheide kleine dor-pen , en een gedeelte van den weg looptlangs de zyde van een berg,die met hoo-rnen beplant is. Het Landvolk was be-zig met hunne lcattoen velden te bemis-ten.

De Symmios Tempel staat op een breed Symmiospleyn in een aangenaam bofch aan de em P c ’

| linkerhand van den weg naar Sakkai. EenI hoogeforyof Tempel poort van steen, enj een breede wandelweg leydt de nieuwsgie-rigen mar een hooge brug ,zeergelykendena een half Radt, over een kleine beekI gelegt. Men zegt dat deze brug zeer oudtis }om welke reden, en ter gedachtenisvan de Historien , dewelke denzelven ver-maard gemaakt hebben, zy alles toebren-gen , wat doenlyk is om ze te herstellenen te onderhouden. Het is zeermoejelykom over dezelve te komen , maar totgemak der reyzigers zyn twee anderebruggen díe veilig over te komen zyn,over dezelve beek gelegt. Over dezebruggen is het Hof, waar op de Tempelszyn gebouwt, van welke wy’er verschei-de aan onze linkerkand lieten, en zondertyd verlies naar de groote spoededen,alwaar wy de Canu/ts vonden zitten inwitte Tabberden geldeedt. Deze voor-naamste Tempel heeft twee deinen, mextraaly vensters in ’t midden van de voor-gevel , door welke de Japoneeièn 'keeken,en zich boogen naar de plaats, daar hetBeeld van Dai Miotïn verborgen is. Aande rechterhand van dezen voornaamstenTempel, die aan zyne zyden, en in debygelegene daar toe behoorende vertrek.ken, verciert was met beelden, ichilde-ryen en pronkcieraadsien , onder welkeopgehangen was een kaart van de gant-sche waereld, in welke het HandlchapJeffo vertoont wierd als gehegt aan GrootTart aryen ,is een plaats voor de menschenom zich neer te zetten om te rusten, eneen kop thee te drinken. Een weinig ver-der is een vyver met een steene brug,waar in zy altyd tamme makke vifch hou-den- ( Een plan van dezen Tempel endeslèlss onderhorigheden word vertoontin de 33. plaat In de 1 o en 11 fig).

a Is de Tory of steene pooit, naar denTempel leydende.

b, De